Aan de zuidzijde van het koor der kerk te Westbroek grenst een kleine
kapel, slechts 3,5 Meter breed, die een mooi voorbeeld doet zien van
overwelving, zooals in vele onzer middeleeuwsche kerken, voornamelijk
voor het koor, werd toegepast. Het schip en de zijbeuken bleven bij
vele kerkgebouwen in deze streken onoverwelfd, eensdeels wegens gebrek
aan middelen, anderdeels uit vrees voor zettingen van het gebouw,
wat op onzen slappen bodem geenszins was uitgesloten. De ribben dezer
gewelven, gewoonlijk van geprofileerden natuursteen, ontspringen
zooals ook in deze kapel dikwijls op gebeeldhouwde draagsteenen. De
velden tusschen deze constructieve ribben worden dan met bolvormige
baksteen gewelfjes gesloten.