Al zijn de kerktorens in het midden van ons land doorgaans niet zoo
groot en niet zoo rijk ontwikkeld als die in Noord-Brabant en Zeeland,
het torentje van de kerk te Nieuwerkerk doet zien, dat een kleine,
eenvoudige toren toch ook wel een kunstwerk kan zijn en tevens, dat
men eveneens in die streken over groote vaardigheid en kunstzin had
te beschikken. Deze toren, goed van verhouding, fraai van lijn en
fijn van geleding, is geheel van baksteen opgetrokken met bescheiden
toepassing van natuursteen. Hij bestaat uit een massieven onderbouw
met drie verdiepingen, waarvan de eerste een dichtgemetseld drie-lichts
venster te zien geeft, de tweede met nissen, voorzien van traceeringen,
is versierd en de bovenste, als bekroning, is doorbroken met groote
gekoppelde galmgaten, waarboven, onder de even overstekende leien
spits, een fijn boogfriesje is aangebracht.