111. _Tout comme chez nous!_ De katholiek die vast en zeker gelooft
dat de H. Maagd zich de moeite gaf 'n boodschap te komen brengen aan
'n hysterisch landmeisje te _Lourdes_, spot met den islamiet die
beweert 'n visite of brief ontvangen te hebben van Mahomed. En de
protestant, lachende om den katholiek die boodschappen uit den hemel
krygt, voelt zich zeer gesticht door 'n preek over den Engelenzang te
Bethlehem. Waarom neemt men 't my euvel, dat ik al die soorten van
domheid op één lyn stel?
112. _Padries_ noemden wy in de wandeling de _Atjinezen_ die toen kort
tevoren de _Battahlanden_ tot den _Islam_ bekeerd hadden. 't Woord zal
wel _Pedirees_ moeten beduiden, naar _Pedir_, een der minst
onaanzienlyke staatjes van _Atjin_. Ook 't woord _Atjin_ is 'n door
't spraakgebruik gewettigde verbastering. Van _Atjeh_ maakten we
_atjehnees_ of _atjinees_, waardoor 't grondwoord zelf in _Atjin_
veranderde. Litterarisch purisme komt hier niet te-pas.
De blyken overigens van 't in den tekst aangeroerd fanatismus loopen
in 't ongelooflyke. Men moet evenwel erkennen dat de invoering van den
Islam--die tevens vermeerdering van zoutgebruik ten-gevolge had--grooten
afbreuk heeft gedaan aan 't menscheneten. Dat deze hebbelykheid nog in
de buurt van _Penjaboengan_--'t centrum van ons gezag in de _Battahlanden_
--zou bestaan hebben tydens Ida Pfeifer die streken bezocht (1844? 1845?)
houd ik voor 'n leugen. Zy knoopt aan de ontmoeting die ze te-dezer-zake
beweert gehad te hebben, een anekdote vast, die den stempel der onwaarheid
op 't voorhoofd draagt. Men zou háár gespaard hebben, vertelt ze, om-den-
wille der grappigheid van haar opmerking: dat zy 'n "bejaarde vrouw en dus
te taai" was. Toen zy, eenige jaren na my, met _Battahlanders_ in aanraking
kwam, was de anthropophagie in die streken uitgeroeid, en wel door den
invloed van dezelfde volkeren die we thans in naam der beschaving
beoorlogen. Wanneer heeft _Nederland_ ooit met _zyn_ godsdienst en met
_zyn_ wapens, in 'n ommezien tyds een ganschen volksstam van kannibalen tot
rustige menschen gemaakt?
113. De _Rappatraad te Natal_ bestond uit de voornaamste inlandsche
Hoofden der Afdeeling, met den Civiel-gezaghebber als voorzitter. Door
dien Raad werden niet alleen civiele kwestien en krimineele zaken
afgedaan, maar tevens politische aangelegenheden behandeld. Tot het
ten-uitvoer leggen der geslagen vonnissen was slechts het "fiat
exekutie" van den Resident te _Ayer-Bangie_ noodig, gelyk uit den
tekst blykt. De afleiding van 't woord _Rappat_ is me onbekend. Het
schynt slechte op _Sumatra_ in gebruik te zyn.
114. _Sewah_: het wapen van de bewoners dezer streken, gelyk op Java
de _kris_. De _jewak_ is 'n eenigszins kromme dolk met zeer klein
gevest en de snede aan de binnenzy der kromming. De oorspronkelyke
bedoeling met dezen vorm zal wel geweest zyn, dat de greep geheel in
de hand kan verborgen worden, terwyl de zeer stompe rug van 't wapen
tegen den pols rust, en door den arm bedekt wordt. De aangevallene
bemerkt alzoo niet dat z'n tegenstander gewapend is, voor deze hem, na
'n eigenaardige vlugge beweging van pols en arm in drie _tempo's_,
treft. Geheel afgescheiden van deze geschiktheid tot moordtuig, is de
_sewah_ 't distinktief van vryheid en mannelykheid. Wie 'n maleisch
Hoofd gevangen neemt--gelyk volgens blz. 203 (zie alinea: "Maar ik weet
meer dan dat alles ...", M.D.) in de daar beschreven omstandigheden m'n
verdrietige taak was--vordert hem z'n _sewah_ af.
Een ander wapen op _Sumatra_, dat elders niet bekend is naar ik meen,
heet _krambièh_--ik spel op 't gehoor af--en dient uitsluitend tot
moordtuig. Het is kleiner en veel krommer nog dan de _sewah_. De greep
bestaat uit niet veel meer dan 'n ringvormige opening waarin de
moordenaar z'n duim steekt, terwyl 't lemmet geheel in of achter de
hand verborgen blyft.
115. Ik geloof dat deze opmerking van den braven Duclari niet
ongegrond is, en durf daarop wyzen in-verband met de _soort_ van
wapens waarmee ik thans, _acht-en-dertig jaren_ na de in den tekst
beschreven voorvallen, word aangetast. Het laat zich begrypen dat
lieden die behoefte hebben aan 't verscheuren van myn naam om wat
opgang te maken, zich aan zoo'n armzalig hulpmiddel vastklemmen. Want,
ook naar den geest gesproken, is armoed 'n scherp zwaard, en 't ligt
in de rede dat dezulken geen besef hebben van hun gebrek aan
_ebenbürtigkeit_. Maar 't lezend Publiek moest niet zonder protest
gedoogen dat ik zoo straatjongensachtig wordt aangevallen. Wat hebben
de Van Vlotens e.d. ooit verricht, dat hun 't recht geven zou de mond
tegen my te openen? Men behoorde die heeren hun _Staat van dienst_
aftevorderen.
116. Een van die gesuspendeerde ambtenaren, de Resident A.L. Weddik,
werd gouverneur van _Borneo_. De adsistent-resident van _Padang_,
Schaap, is later gouverneur van _Makassar_ geweest. Ook myn voorganger
te _Natal_, de heer Van Meerten--een zeer bekwaam man, en de zoon der
bekende schryfster van dien naam--is in dienst gebleven, en werd
meermalen eervol bevorderd. In 't voorbygaan hier de opmerking dat de
benoeming van den heer Weddik tot gouverneur van geheel _Borneo_,
hoezeer bewyzende dat hyzelf tot het bekleeden van 'n hoog ambt
geschikt werd geoordeeld, eigenlyk slechts fiktie was, en de strekking
had om tegenover Engeland--_en de vele partikuliere Engelsche
fortuinzoekers!_--onze souvereiniteit over dat enorme eiland te
handhaven. De voor onze Regeering onverantwoordelyke vestiging van
Brooke te _Laboean_, bewyst dat die armzalige kunstgreep z'n doel
miste. Weldra zal 't met _Nieuw-Guinee_--dat tot Insulinde behoort
--ook zoo gaan. Nederlanders, ik zeg u dat daar loerende kapers op de
kusten zyn. En ... de gouverneurs-generaal hebben in dit opzicht
minder schuld aan 't verregaand verwaarloozen der hun toevertrouwde
belangen, dan later misschien de geschiedenis meenen zal. In-stede van
hun veerkracht te kunnen besteden aan 't intakt houden van _Insulinde_,
moeten zy zich toeleggen op 't handhaven van hun gezag tegenover
ministers, Kamerpraatjes en onbevoegd hollandsch krantengeschryf. Het
uit de veranderingen in '48 voortgevloeid allemans-meekakelen werkt,
ook in Indie, _desorganizeerend_. Toch ... "_leve de groote Thorbecke!_",
niet waar? 't Is bedroevend!
117. Op de afschaffing der--betrekkelyk humane!--_rottingstraf_, en de
nadeelige gevolgen van die tendentieuze filantropery zal ik elders
terugkomen.
118. In deze alinea wordt de Resident Brest van Kempen gunstiger
beoordeeld dan hy verdiende. Lang na 't schryven van den _Havelaar_
werd my door 'n onwraakbaar getuige meegedeeld dat de Resident Brest
van Kempen _een zeer byzondere reden_ had om den Regent te ontzien.
Ik wenschte dat my van bevoegde zyde naar die reden gevraagd werd.