"Al wat wij met eenige zekerheid van Shakespeare weten, is, dat hij
geboren werd te Stratford aan den Avon,--er trouwde en kinderen
won,--naar Londen ging, waar hij acteur werd, en gedichten en
tooneelstukken schreef,--naar Stratford terugkeerde, zijn uitersten
wil maakte, stierf en begraven werd." Ziedaar, hoe een uitgever van
Shakespeare's werken, uit de vorige eeuw, zijn kennis aangaande de
gebeurtenissen van des dichters leven samenvat. Wanneer er inderdaad
niets meer merkwaardigs te vermelden viel, dan zou het zeker aan te
bevelen zijn het levensbericht niet langer te maken, en allen lust
om het te rekken te bedwingen. Doch er kan meer medegedeeld worden,
er zijn enkele bouwstoffen voorhanden; het is slechts de vraag, of ze
degelijk genoeg en voldoende zijn tot samenstelling van een geheel,
dat de aandacht verdient. Wij weten het een en ander van Shakespeare's
vader en hoe het dezen in de wereld ging; wij weten omtrent hemzelf,
dat hij langzamerhand een welgesteld man werd en huizen en landerijen
aankocht; wij weten het een en ander van zijn broeders en zusters, en
kinderen; wij kennen den inhoud, woordelijk zelfs, van zijn testament;
en dit alles uit authentieke stukken. Willen wij er nog meer bijvoegen,
dan staan ons meer gegevens ten dienste, die wel is waar niet zoo
volkomen zeker zijn als de officiëele stukken uit de archieven
van Stratford, maar toch tamelijk wel betrouwbaar. Er zijn enkele
beknopte aanteekeningen van zijn tijdgenooten bewaard gebleven. Verder
heeft _Rowe_, de eerste, die, in 1709, een zorgvuldige uitgave van
Shakespeare's dramatische werken gegeven heeft, deze van een kort
levensbericht des dichters, _Some Account of the Life of Mr. William
Shakespeare_, vergezeld doen gaan; hij zegt de mededeelingen er voor
ontvangen te hebben van den, in 1635 geboren, tooneelspeler Betterton,
die opzettelijk naar Warwickshire gereisd was om er berichten aangaande
Shakespeare te verzamelen. Zoo zijn er ook enkele aanteekeningen van
_John Aubrey_ (1627-1697), die waarschijnlijk van het jaar 1680 of
daaromtrent dagteekenen; evenzoo van den Reverend _Richard Davies_,
rector te Sapperton in Gloucestershire, die in 1708 stierf; alsmede
een brief van _Dowdall_, gedagteekend 10 April 1693. Doch al wil men
uit al deze gegevens een levensbericht samenstellen, het zal weinig
belangrijk zijn en geen licht werpen op de scheppingen des dichters,
zoodat men het schier even goed geheel achterwege kan laten en de
bovenaangehaalde woorden, die van Steevens herkomstig zijn, door twee
jaartallen, 1564-1616, zou kunnen vervangen.
Geheel anders wordt de zaak, wanneer wij de berichten, hoe karig
ook, aangaande Shakespeare's leven, met de studie zijner werken
verbinden. Door nauwgezette onderzoekingen toch is het langzamerhand
gelukt te bepalen, in welke volgorde ongeveer zijn werken geschreven
zijn. Op welke gronden deze bepaling rust, zal later ter sprake komen;
hier zij het genoeg te zeggen, dat er betrekkelijk weinig onzekerheid
hieromtrent bestaat. Zoo is het mogelijk geworden den ontwikkelingsgang
des dichters uit zijn werken op te maken; en nu wordt het weinige,
dat wij van zijn levensloop weten, van veel gewicht; het eene kan tot
toelichting en verklaring van het andere strekken. Natuurlijk moet
hier op velerlei gelet worden; de plaats, waar hij het levenslicht zag
en zijn jeugd doorbracht, de omstandigheden, waaronder hij opgroeide
en waarin zijn vader verkeerde, den toestand en de geschiedenis van
Engeland in zijn tijd, het leven in Londen, de hoogte, waarop de
letterkunde, vooral de dramatische, bij zijn aankomst aldaar gestegen
was, en die, waarop de tooneelspeelkunst stond, de inrichting der
schouwburgen, de aanmoediging of tegenwerking, welke schrijvers en
spelers ondervonden, dit alles en meer moet nagegaan en overwogen
worden om een helder denkbeeld te verkrijgen van de lotgevallen
en de ontwikkeling des dichters. Doch de moeite wordt beloond;
het doel kan bereikt worden. En meer dan dit kan de vrucht zijn
van de nauwgezette beoefening zijner werken; wij kunnen hem in zijn
denkwijze en zijn neigingen leeren kennen, en zoo kan de dichter,
aangaande wiens leven ons zoo karige berichten geworden zijn, die door
geen dagboek ons mededeelingen heeft gedaan van zijn verrichtingen,
die niet eens zelf voor de bewaring zijner werken heeft zorg gedragen,
op nieuw voor ons in het leven treden. Zulk een kennis van den mensch
en dichter Shakespeare doet ons zijn werken, met name wanneer wij deze
volledig en in de volgorde, waarin zij geschreven zijn, lezen, met
grooter belangstelling en beter inzicht beoefenen; zij is dus volstrekt
noodig om ons zijn grootsche scheppingen te doen begrijpen en ons tot
de kern er van te doen doordringen. Daarom zal in de volgende regelen
een poging gewaagd worden om een duidelijk tafereel van het leven en
den ontwikkelingsgang des grooten dichters voor de lezers te ontrollen.