DE SHERIFS.

Op zekeren dag bevond ik mij in de Citij, digt hij de Sint-Paulus-kerk,

in Pater-Noster-Row. Juist was ik bezig met, in eenen der talrijke

boekwinkels, waarvan deze straat grimmelt, een nieuw werk te koopen,

toen een onverwacht geluid van een groot getal instrumenten mijne

ooren trof. Op mijne vraag, wat deze soort van concert beteekende,

werd mij gezegd, dat het de twee nieuwelings verkozene sherifs

(regters) waren, die op het stadhuis (Guild-Hall) den eed gingen

afleggen. Oogenblikkelijk begaf ik mij naar Cheapside, welken weg

de optogt moest nemen, en bespeurde, bij die gelegenheid, dat er

te Londen niet minder gapers, dan te Parijs, zijn. De straten waren

opgepropt met een volkje van allerlei slag, maar men zag noch wachten

noch geregtsdienaars, om de menigte in bedwang te houden; het volk

zelf scheen zich van dezen pligt te kwijten, en de rust bleef volkomen

ongestoord, waarvan, naar mijne gedachten, de ruimte en breedte der

straten gedeeltelijk de oorzaak waren.

Het geleide werd vooruitgegaan door een twintigtal muzijkanten,

allen op blaasinstrumenten spelende. Hierop volgde een man op een

paard, dat moedig en snuivende voortstapte, terwijl de ruiter in

zijne hand eenen vergulden stok hield, die veel naar eenen schepter,

of ten minste naar eene koopmansel geleek; zijn kleed was van rood

scharlaken, met breede gouden belegsels, en op zijne schouders prijkte

ter wederzijde eene kolonels-epaulette: zijn hoofd was met eenen

kolossalen, driepuntigen en rijk met goud geboorden hoed bedekt, en

zijn post bestond in de plegtigheid van het feest te regelen. Achter

hem kwamen twaalf rijtuigen, ieder met eenen magistraatspersoon

(alderman) bevracht, en deze werden gevolgd door de geheel vergulde

en ontzaggelijk groote koets van den Lord-Major. De dissel en de bok

van den koetsier waren, even als het achterste gedeelte van de koets,

met gesneden en rijkelijk verguld houtwerk dermate overladen, dat

het mij onmogelijk is, er eene behoorlijke beschrijving van te geven;

doch alles was tevens zoo stevig, massief en verkwistend zwaar, dat

men van de afbraak der koets, wat het hout betreft, gemakkelijk een

klein huis zou hebben kunnen bouwen. Nu kwamen eindelijk de koetsen

der twee nieuw verkozene sherifs. Deze waren wel minder prachtig,

dan die van den Lord-Major, maar des te netter en doelmatiger. De

koetsiers dezer drie rijtuigen zuchtten intusschen onder den last van

vervaarlijk groote vlassen pruiken zonder poeder, en met verscheidene

verdiepingen van krullen voorzien, die er of aan vast gebreid, of ten

minste er op genaaid waren. Op deze gekoetsierde pruiken, of, om mij

beter uit te drukken, op deze gepruikte koetsiers volgde een twintigtal

lakkeijen te voet, in groot liverei, wier wit zijden kousen mijne ziel

met medelijden vervulden; wijl de modder en slijk het wit zoodanig

hadden veranderd, dat men het bijna voor zwart, ten minste voor grijs

zou gehouden hebben. De achterhoede van dezen optogt bestond wederom

uit eenen troep van twintig muzijkanten. Voorts werd mij verhaald,

dat, na het afleggen van den eed, de eene dezer regters in een der

voornaamste logementen van Londen eenen grooten maaltijd geeft, en dat,

eenige dagen later, de andere dezen pligt insgelijks moet vervullen.

Het aanschouwen van dezen plegtigen optogt deed intusschen mijne

nieuwsgierigheid ontbranden om eenige bijzonderheden te weten, welke

ik den weetgierigen lezer thans zal mededeelen; wijl hij misschien

hetzelfde verlangen ontwaart, en het zoo gemakkelijk niet zou kunnen

bevredigen.

De regering bestaat uit den Lord-Major, twee sherifs (regters, of

bijzitters), vijf en twintig aldermans (schepenen) en twee honderd

zes en dertig raadsheeren, of vroedschappen.

De Lord-Major wordt door het volk uit de aldermans verkozen. Men

benoemt er twee, uit welke de algemeene vergadering, bestaande uit

den aftredenden Lord, de aldermans en raadsheeren, eenen nieuwen

Lord-Major benoemt. Zijne aanstelling is slechts voor een jaar;

echter is hij eigenlijk het hoofd, en eenigermate zelfs de ziel van

de geheele regering.

De bediening der sherifs, welke insgelijks door het volk verkozen

worden, vervalt ook met het jaar. De Lord-Major is voorzitter, en

als de keuze gedaan is, roept hij den nieuw verkozene uit, onder het

drinken van een glas wijn, op de gezondheid van den sherif, die of

die, een penseeltrek, welke vooral niet vergeten moet worden bij het

schetsen der Engelsche zeden en gebruiken. Overigens veroorzaakt deze

benoeming zeer vele onkosten aan hem, die er het voorwerp van wordt:

ook mag men er zich geenszins aan onttrekken, zoo men geene boete

van vierhonderd pond (9,600 livres) wil betalen. Deze regters staan

aan het hoofd der regtspleging. De aldermans worden op dezelfde wijze

verkozen, doch hunne benoeming is levenslang. Zij vervullen het beroep

van vrederegters in de stad Londen, en verscheidene regtsvergaderingen

zijn uit hen samengesteld.

De raadsheeren eindelijk worden door de bijzondere wijken der Citij

benoemd, welke in twee honderd zes en dertig afdeelingen gesplitst

wordt. Zij zijn ten naastenbij hetzelfde, als de algemeene vergadering

van den raad te Parijs, met dit onderscheid echter, dat hunne magt en

hun aanzien veel verder is uitgebreid. Het stadhuis (Guild-Hall), waar

de kiesvergaderingen gehouden worden, is een groot Gothisch gebouw. Het

is ook daar, dat de plegtige inwijding van den nieuwen Lord-Major

jaarlijks den negenden November met een groot feest gevierd wordt,

op hetwelk ongeveer duizend personen van beiderlei sekse genoodigd

worden, en waarbij gemeenlijk een paar duizend flesschen wijn hare

ontlasting vinden.

Ik heb mij altijd bediend van de uitdrukking de Citij van Londen:

men moet echter dit geenszins met het woord stad verwarren, waarvan

de Citij slechts een derde gedeelte uitmaakt. De regenten, van welke

ik gesproken heb, kunnen buiten de Citij geen gezag, hoe genaamd,

uitoefenen, en het overige gedeelte van Londen wordt, even als de

andere steden en dorpen van het koningrijk, bestuurd.

Vijftien dagen te Londen, op het einde van 1815. · 第 40 / 70 题