"Ik moet niet vergeten"--zeide ik tegen mijnen vriend C... den
anderen dag, toen ik hem afhaalde, om naar sir Robert D... te gaan,
waar wij het middagmaal nemen zouden--"u rekenschap te doen van een
zeldzaam bezoek, dat ik dezen morgen gehad heb. Gij moet dan weten,
dat ik eenige malen bij eenen zekeren boekverkooper hier in de stad
geweest ben, die mij verscheidene nieuwe werkjes bezorgd heeft, en
met wien ik zelfs overeengekomen was, na mijne terugkomst in Frankrijk
eene geregelde briefwisseling te onderhouden. Daar hij derhalve wist,
dat ik mij met de letteroefeningen bezig hield, kwam hij heden morgen
bij mij, om mij het buitensporigste voorstel te doen, waarvan ik ooit
heb hooren spreken."
"Ik kom," zeide hij, terwijl hij twee groote rollen papier in
8vo uit zijne zakken haalde, "u eenen zeer voordeeligen voorslag
doen. Zie hier een werk, dat ik onlangs gedrukt heb: het is uit het
Hoogduitsch vertaald, en van eenen zeer bekenden en hooggeachten
schrijver, wiens werken echter nimmer in het Engelsch, ja zelfs, zoo
ik het wel heb, ook niet in het Fransch vertaald zijn geworden. Een
Fransch schrijver, die thans veel opgang maakt, heeft daaruit niet
alleen de grondstof, maar zelfs ook eene groote menigte van kleine
bijzonderheden ontleend, waarmede hij een boekdeel heeft opgesierd,
hetwelk hij in Frankrijk als een werk, geheel van zijne vinding, heeft
uitgegeven. De aanteekeningen, waarmede deze vertaling verrijkt is,
toonen al de plaatsen aan, welke de Fransche schrijver in beslag heeft
genomen; en daar dit werk van dien schrijver door geheel Frankrijk
verspreid is, geloof ik, dat eene Fransche overzetting van dit,
hetwelk ik u hier aanbied, veel fortuin zou maken. Ik doe u derhalve
het edelmoedige aanbod, om mij dertig pond te geven (720 francs),
waarvoor ik u dit uitmuntend werk zal laten, terwijl ik mij tevens
verbind, deze overzetting niet uit te geven, voordat de uwe geheel
klaar is, opdat gij geene mededinging behoeft te vreezen. Daar gij
een mijner kalanten zijt, geef ik u de voorkeur; want gij moogt u
verzekerd houden, dat verscheiden Fransche boekverkoopers in Londen
dit voorstel met verrukking zouden aannemen.
"Uw voorstel is, buiten twijfel, zeer aanlokkend, mijn waarde
vriend!" antwoordde ik hem; "maar ik kan er geen gebruik van
maken. Daarenboven moet ik u doen opmerken, dat in Frankrijk de
letterdieverijen voor geene doodzonde gerekend worden, en dat men
er nog nooit iemand om gehangen heeft. Voor eenigen tijd heeft men,
wel is waar, veel geruchts gemaakt over de uitgave van de Conaxa,
onder den naam van Les deux Gendres; maar de reden hiervan is, dat
de schrijver van dit laatste stuk de onvoorzigtigheid heeft gehad,
om zich den haat van een groot aantal zijner medebroeders, het genus
irritabile vatum, op den hals te laden. Doch nooit is er een woord
gerept van de School der Zeden, een stuk, bijna woordelijk uit het
Engelsche tooneelspel School for Scandal, van Sheridan, overgenomen,
evenmin van de Jeugd van Hendrik den Vijfden, waarvan de inhoud,
de rangschikking, ja de kleinste bijzonderheden getrokken zijn
uit een Hoogduitsch werk van Meissner, onder den titel van Skitzen
und Erzählungen uitgegeven. De voornaamste verandering, welke de
Fransche schrijver heeft gemaakt, is, dat hij Hendrik den Vijfden
de rol laat spelen, die in het oorspronkelijke stuk aan uwen koning
Karel den Tweeden is toegedeeld geworden. Maar hoe zou men een werk
willen vertalen uit eene vertaling? Dit zou immers even zoo goed zijn,
als eene oorspronkelijke schilderij naar eene kopij te vervaardigen;
men zou er de hand des meesters niet meer in kunnen ontdekken."
--"Laat ons elkander wel verstaan: ik bedoelde, dat gij het
oorspronkelijke Hoogduitsche werk zoudt vertalen."
--"Gij hebt dit dan?"
--"Neen, maar gij moest het ontbieden."
--"En waarvoor, mijn waarde vriend! zou ik u dan de dertig pond
betalen?"
--"Maar de aanteekeningen, mijnheer! de aanteekeningen!"
--"Zouden, om u de waarheid te zeggen, een weinigje te duur betaald
zijn; wijl zij nu volstrekt geen ander nut zouden kunnen aanbrengen,
dan mij het spoor der navolging aan te wijzen, hetgeen ik gemakkelijk
zelf zou kunnen ontdekken."
En nu verliet hij mij, zijne twee aangebodene deelen met zich nemende,
welke hij, volgens zijn zeggen, eenen anderen ging aanbieden.--"Welnu,
mijn vriend! wat zegt gij van die grap?"
"Hieraan erken ik het Engelsche genie, dat altijd en op alles
speculeert. De handel is de ziel en het leven van eenen Engelschman,
het zij hij waakt of droomt. Hoor slechts twee Engelschen spreken,
en in tien minuten tijds zal het woord speculation u herhaalde malen
in de ooren klinken. Het plan, bij voorbeeld, dat uw boekverkoper
de edelmoedigheid had u voor te slaan, moge misschien voor u niet
voordeelig zijn geweest; maar gij zult toch wel willen bekennen,
dat het uitmuntend voor hem was. Gij herinnert u dien Engelschman
nog wel, die, nu drie dagen geleden, met ons aan tafel zat? Hij
heeft veel gereisd, en geenszins die dwaze vooringenomenheid voor
zijnen landaard, welke hunne trotschheid met de sterkste kleuren
schetst. "Er is," zeide bij tegen ons, "volstrekt geen middelstand
in Londen. Zonder de voorname lieden uit, en al de overigen zijn uwe
onderdanige dienaars, of, om mij beter uit te drukken, de dienaars
van uwe guinies en banknoten. Ieder burger, die slechts eene kamer
te missen heeft, meubelt en verhuurt dezelve, en wordt derhalve,
ten gevalle van uwe beurs, uw kok en bediende." En dit is in vollen
nadruk waar. Vandaar die kwakzalverij, welke gij bijna in alle
winkels hebt moeten opmerken. Aan het eene huis, bij voorbeeld,
hangt een bord met een opschrift, dat gij in geenen anderen winkel
te Londen zoodanige waren tegen zulken geringen prijs kunt bekomen;
aan het andere vindt men ieder uitgestald artikel met het Engelsche
woord Only! in groote letters, versierd, hetgeen zoo veel zeggen wil,
als: nergens anders te bekomen!
De eene koopman laat een' van zijne bedienden, met eenen langen staak,
aan welken van boven een bord is gehecht, met de bekendmaking, dat in
zijn magazijn-alleen deze of dergelijke goederen tegen dien matigen
prijs te koop zijn, de geheele stad doorkruisen. Een andere wederom
laat kaartjes aan zijne vrienden, te weten, aan iederen voorbijganger,
uitreiken, waardoor hij bekend maakt, dat hij voornemens is, zijnen
winkel uit te verkoopen, en dus de goederen, welke hem nog overig zijn,
voor halven prijs aanbiedt. Intusschen is hij even min van zins,
zijnen handel op te geven, als gij er aan denkt, om denzelven te
beginnen. Dit alles is Engelsche speculatie. In een woord, de eerste
gedachte van eenen Engelschman, bij zijn ontwaken, de laatste bij zijn
inslapen, de beelden, welke hem zelfs droomende voor den geest zweven,
zijn plannen en speculatien.