"Wat is er toch dezen nacht in Londen gebeurd?" zeide ik den volgenden
morgen tegen mijnen vriend C..., met wien ik afgesproken had, hem
ten zijnent te komen afhalen.
--"Wat er gebeurd is? Wel hetgeen er alle nachten gebeurt, denk
ik.--De watchmen, (nachtwachts) die de eenige Politie te Londen is,
hebben zeer naauwkeurig, om het half uur, de ronde gedaan en zich
doen hooren.--Zij zullen een twintig stuks dronkaards voor dood van
de straat hebben opgeraapt en te huis gebragt: eenige jonge losbollen
zullen door de meisjes van pleizier of door zakkenrolders zich de
beurs of het horologie hebben laten ligten: de een of ander zal zich
veelligt in het bed den hals afgesneden, zich op zolder verhangen, of
zich in de Theems verdronken hebben: de aangekomene reizigers zullen,
even als gij, hunne welkomst te Londen in een onzer voornaamste
logementen betaald hebben, en eindelijk...."
--"En eindelijk, en eindelijk--naar dit alles vraag ik u niet. Londen
heeft dezen morgen het voorkomen van eene verlatene of uitgestorvene
stad; men ziet niemand op de straat, en deuren en vensters zijn
gesloten: het schijnt mij toe, als of ik mij in het paleis van
Morpheus, den god des slaaps, bevind; en indien ik de bierdragers
en melkboeren niet, volgens gewoonte, huis aan huis had zien gaan,
zou ik zeker in den waan zijn, dat de geheele bevolking van Londen
dezen nacht verhuisd was."
--"Gij weet dan niet, dat het heden Zondag is?"
--"Ik heb er waarlijk niet aan gedacht, doch thans verwonder ik mij
nog veel meer over deze sombere en doodsche stilte. Is deze dag dan
niet, even als bij ons, een feestdag voor het volk, en bijzonder
voor de werkzame klasse of ambachtslieden, om van den arbeid en
vermoeijenissen der afgeloopene week uit te rusten en zich door
gepaste vermaken te verpoozen?"
--"Maar ontdoe u toch in 's hemels naam van uwe Fransche begrippen,
en denk, dat gij in Engeland zijt. Meent gij, dat men hier juist
den zondag afwacht, om het vermaak te hebben van zich in het een of
ander kroegje buiten de stad te gaan bedrinken? Men geniet hier bijna
dagelijks dit genoegen, zonder door gezelschap of eene vrolijke luim
daartoe verleid te worden. De ambachtsman, die geld op zak heeft,
drinkt zich hier geheel alleen, deftig en op zijn gemak, onder een
pijpje, eenen duchtigen roes, en hij behoeft niets van het vrolijke
der Franschen in hunne bijeenkomsten, wanneer zij zich des zondags
buiten op het land met dans en spel vermaken. Eenige pinten biers,
eenige glazen gin zijn hem meer waardig dan alle vreugden, die
Frankrijk kan opleveren."
--"Maar eindelijk, wat doet men toch zondags te Londen?"
--"Men gaat ter kerke, men leest in huis den bijbel, en bij goed weer
wandelt men.--Willen wij eens in eene kerk gaan? Gij kunt dan zien,
hoe vol het daar is."
--"Zeer gaarne."
--"Maar ik waarschouw u vooraf, dat wij tot het einde toe moeten
blijven; want gingen wij vroeger heen, dan zouden wij der geheele
vergadering eene groote ergernis geven. Daarenboven zult gij eenige
onzer predikanten hooren, en over hunne gaven kunnen oordelen."
--"Zeer bezwaarlijk zal ik over hen kunnen beslissen; want ik ben
niet eigen genoeg met de Engelsche taal, om te durven hopen, de
geheele preek te kunnen verstaan: doch hoe het ook zij, ik ben tot
uwen dienst."
Nu kwamen wij aan twee kerken te vergeefs; want wij konden er niet
binnen komen. Zij waren namelijk dermate opgepropt, dat het volk
op de trappen, ja zelfs op de straat stond. Eindelijk konden wij
in eene derde, alhoewel niet zonder eenige moeite, een plaatsje
vinden. Ik beken, dat ik verwonderd, ja zelfs met eene soort van
heiligen eerbied doordrongen was, toen ik de orde, de plegtige
stilte en de verhevene aandacht, die onder deze menigte heerschten,
met oplettendheid beschouwde. De dienst was reeds begonnen, toen wij
in de kerk kwamen, en wij veroorzaakten, door ons te plaatsen, eene
kleine beweging. Niemand echter scheen ons op te merken, en noch de
harten noch de oogen der hoorderen verlieten hunne bezigheid, om zich
met ons te bemoeijen. Men zag daar geenszins, als in sommige andere
landen, jonge lieden door de kerk wandelen, om hunne kennissen op
te sporen, noch vrouwen, welker oogen hare tong vervingen, en die,
door lonken, met hare vrienden eene zeer verstaanbare taal spraken;
veel minder nog dat slag van lieden, die met elkander in de kerk de
pleizierpartijtjes beramen, welke zij, bij het uitgaan, denken te
nemen. De aandacht, aan den godsdienst verschuldigd, werd hier niet
ieder oogenblik afgebroken, dan eens door eene stoelenzetster, die
om betaling vraagt, dan weder door twee of drie collectanten, die met
hunne zakjes voor de armen, en bijzonder voor het onderhoud van kerk
en predikant, door de kerk ronddwalen, en allerminst door eenen of
anderen kerkdienaar, die gewijd brood ronddeelt, hetwelk de kinderen
elkander met geweld trachten te ontnemen, en dus der algemeene aandacht
storenis toebrengen. Geen voorwerp, hoe genaamd, hindert u, en ieder
schijnt zich geheel alleen met den dienst van dien God bezig te houden,
in wiens tempel hij zich bevindt. Het scheen nogtans, dat de getrouwe,
in deze heilige plaats vergaderde, geloovigen gepredestineerd waren,
om dezen dag eene onwillekeurige verstrooijing te ondergaan.
Een lompe Engelschman, zoo lang als hij breed was, met eene ronde
ongepoeijerde krulpruik en eenen vervaarlijk grooten driekanten hoed,
trad, vergezeld van twee vrouwen, te gelijk met ons in de kerk. Volgens
het gebruik nam hij, bij het inkomen, den hoed af; doch het zij de
pruik te wijd voor zijn hoofd, of de hoed te naauw voor de pruik was,
ten minste de pruik wilde hardnekkig den hoed blijven vergezellen,
en mijn goede Engelschman liet door de gevolgen der volgzucht van de
noodlottige pruik een ronden kop te voorschijn komen, op welks platten
grond ook het meest vergrootende glas niet in staat zou geweest zijn,
een enkel haartje te ontdekken. Weinige personen echter bemerkten
dit ongeval; wijl de lijder met eene vaardigheid, waartoe ik hem,
van wege zijn lomp uiterlijk voorkomen, nimmer bekwaam zou geacht
hebben, de pruik weder had opgeraapt en zijne vorige stelling doen
hernemen. Doch deze knaphandigheid was oorzaak van eene nog grootere
ramp. In zijne overhaasting had hij de ongelukkige pruik het achterste
voren opgezet, en zich in dezen opschik in eene bank, naast de onze,
geplaatst hebbende, leverde hij het koddigste figuur op, dat men zich
immer kan verbeelden. Ik voor mij ten minste had de grootste moeite,
om mijne lachspieren te bedwingen, en oordeelde de spreuk hier zeer
toepasselijk: risum teneatis amici!
Natuurlijk moest deze nootlottige, in eene verkeerde rigting
geplaatste pruik de aandacht van de geheele vergadering tot zich
trekken. De oude matronen rimpelden hare wenkbraauwen op, de jonge
kleuters beten zich op de lippen, de bejaarde mannen glimlachten,
en de jonge lieden fluisterden elkander in het oor; in een woord,
aller oogen waren op hem gevestigd, en de predikant zelf scheen,
daar de ongelukkige pruikdrager vlak over den preekstoel zat, en dus
juist onder zijn gezigt viel, in twijfel, of hij het pas aangevangen
sermoen zou vervolgen of afbreken. Eindelijk waarschouwde hem eene der
vrouwen, die hem vergezelde, zeer liefderijk wegens zijne misvatting,
en toen nam hij, zonder zich eenigzins te ontstellen, met eene deftige
houding nogmaals de ergerniswekkende pruik van het hoofd, hield dezelve
op zijnen linker vuist, beschouwde haar zeer bedaard, om niet weder
in den vorigen misslag te vervallen; en nadat hij dezelve vervolgens
in de juiste rigting, welke eener fatsoenlijke pruik betaamt, op den,
van haar ontblooten, levenden kapstok geplaatst had, nam de geheele
ergernis en opschudding een einde, en de predikant vervolgde zijne
begonnen taak. De predikatie duurde bijna een uur, maar kwam mij
veel langer voor, dewijl ik slechts hier en daar eenige zinsneden
kon verstaan. De redenaar had de uitgeschrevene preek in zijne hand,
en scheen veel meer te lezen, dan te preken, hetgeen mij voorkwam
minder indruk op de toehoorders te maken, dewijl het bloote lezen
nimmer der gemoederen die gewaarwording kan inboezemen, welke eene,
met kracht gehoudene, redevoering kan te weeg brengen.
"Om op éénen dag mijn oordeel over de Engelsche welsprekendheid en
wijze van opzeggen te kunnen vellen;" zeide ik tegen mijnen vriend bij
het uitgaan van de kerk; "wil ik dezen avond nog naar den schouwburg
gaan."
--"Naar den schouwburg? Zondags wordt er nooit gespeeld. Ik heb
het u immers reeds gezegd; de geheele Londensche zondag bestaat in
deze twee woorden: kerk en bijbel! uitgezonderd echter de aangename
verstrooijing, welke eenige in eenzaamheid genotene pinten biers
den gretigen drinker kunnen verschaffen.--De kinderen zelve mogen
van daag niet spelen, en gij zult er heden geen een op straat zien
knikkeren of tollen, of buiten eenen vlieger oplaten."
--"Dan zal ik mijnen avond besteden met aan mevrouw B * * * een bezoek
te geven. Ik heb haar eenen brief te overhandigen van haren zoon,
die zich te Parijs bevindt."
--"Zoo als gij wilt; maar dit is immers regt op zijn Fransch!"
--"Hoe, wat meent gij?"
--"In het algemeen legt men hier nimmer des avonds bezoeken af, ten
minste, zoo men niet verzocht is, of verwacht wordt; of het moest
al bij zeer goede vrienden zijn. Maar op eenen zondagavond--dit zou
nog tienmaal erger wezen. Ieder blijft ten zijnent, in den schoot
van zijn gezin en in die bekoorlijke werkeloosheid--in dat dolce
far niente, hetwelk het grootste geluk aan eenen anderen nabuur van
het Fransche rijk oplevert. Slechts in eenige huizen, welke meer op
goeden smaak, dan op orde en geregeldheid mogen roemen, waagt men het,
op zondagavond gezelschap te ontvangen, en dan nog bepaalt zich het
geheele vermaak van dien avond in een weinig muzijk. Eindelijk, om u te
bewijzen, met welk eene gestrengheid men hier den zondag eert, zal ik
u eenvoudig zeggen, dat zelfs de bakkers hunne werkzaamheden moeten
staken. Indien gij derhalve een liefhebber van versch brood zijt,
zult gij u van daag met geduld tot het vasten dienen voor te bereiden."
--"Laat ons gaan, mijne partij is gekozen, ik zal mij in huis
opsluiten, en, om dezen avond stichtelijk te vieren, hem doorbrengen
met eenige brieven naar Parijs te schrijven."
--"Wilt gij heden avond het Vondelingshuis met mij gaan bezoeken? Gij
zult daar eenen uitstekenden predikant aantreffen."
--"Hartelijk dank! De beste zaken der wereld verliezen hare waarde,
als men er te veel gebruik van maakt."