Genealogie
der
Familie Franssen
te Tegelen
=van 1651 tot heden,=
door
M. Hub. H. MICHELS,
Oud Gem.-Archivaris te Venlo.
Fortis in fide, firmus in proposito
misericors ergo pauperes.
_Verkrijgbaar bij den Schrijver._
VOORWOORD.
Reeds in het oud verbond bij de Joden had en onderhield men
geslachtlijsten, zoodat ieder kon aanwijzen, opklimmende tot Abraham,
uit welk geslacht hij afstamde. Zoo sproten de H. Maagd Maria en de H.
Jozef uit het koninklijk geslacht van David, uit den stam van Juda;
deze was de vierde zoon van Jacob, deze was zoon van Izaäk, deze was
zoon van Abraham. Na de verwoesting van Jeruzalem, 37 jaren na den
dood van onzen Heer Jezus Christus, toen de Joden over de geheele
aarde verspreid werden, zijn hunne stamlijsten verloren geraakt,
misschien op enkele uitzonderingen na, zoodat er van weinigen iets met
zekerheid is aan te wijzen.
Later hebben slechts koningen en vorsten, benevens enkele adellijke
geslachten, hunne lijsten bijgehouden en deze zijn meestal nog zeer
onvolledig.
Het is voor eene familie groote eer te kunnen wijzen op eene lange rei
van eerzame voorvaderen.
Zulke geslachtlijst dient somtijds tot groot voordeel eener familie.
In den loop der XVI. en XVII. eeuw zijn door geestelijken en
wereldlijken stichtingen gemaakt van verschillenden aard, welker
opbrengsten dienden om jongelingen te laten studeeren voor priester of
een wereldsch ambt, of om een gewoon ambacht te leeren, ook wel om
gebruikt te worden als bruidschat voor jongedochters, enz.
Veeltijds zijn stichtingen gemaakt ten voordeele eener familie, maar
zeer weinige stichters hebben bij hun brieven een stamboom gevoegd,
waardoor het thans na 2 à 300 jaren, veelal onmogelijk is om de
rechthebbenden aan te wijzen. Hadden de stichters eene behoorlijke
stamlijst achtergelaten, met verplichting die bij te houden, dan waren
de voordeelen hunner stichtingen voor de familie meer bewaard
gebleven.
Wijl de meeste kerkelijke doop- trouw- en sterfregisters eerst
beginnen met de XVII. eeuw en zelden vroeger, is het opmaken van eene
geslachtlijst een lastige arbeid.
Sedert meer dan 150 jaren hebben zich enkele leden der familie
_Franssen_ onledig gehouden met het aanteekenen van namen, datums en
bijzonderheden.
Al deze bouwstoffen zijn nu verzameld om voor het nageslacht bewaard
te blijven, in de hoop, hierdoor een goed werk verricht te hebben, dat
strekken kan tot voordeel van velen.
Van de Bijlagen en Stamboomen waarnaar verwezen wordt, zijn de eerste
hier bijgevoegd, de laatste kunnen op verlangen geleverd worden.
_De Schrijver._
De Familie Franssen
te
Steyl, Tegelen, Sempst, Schiefbahn, Xanten, enz.
Deze is een der oudste geslachten van Tegelen; zij was door huwelijken
verwant aan verschillende voorname familiën der omliggende plaatsen.
De gegevens zijn geput uit een aanzienlijk familiearchief en uit de
kerkelijke doop- trouw- en sterfregisters van Tegelen, Venlo, Sempst,
enz.
De eigendommen der eens zoo rijke familie Franssen waren talrijk, doch
zijn langzamerhand door tegenspoeden en allerlei ongelukken, door
plunderingen en schattingen in oorlogstijd, en door groote
nakomelingschap zeer verminderd.
Zij splitste zich in twee hoofdtakken, waarvan eene te Tegelen en de
andere te Steyl in het oude stamhuis gevestigd was. De eersten waren
gedurende vele jaren Keizerlijke Duitsche postmeesters en woonden in
het oude Posthuis, gelegen in het midden van het dorp, dat later door
erfschap aan de familie Moubis overging, met twintig morgen land
daartoe behoorende; de tweede waren grondeigenaren en dreven handel in
koloniale waren en andere artikelen.
De geheele familie onderscheidde zich door eenen levendigen
godsdienstzin; nooit is één het geloof ontrouw geworden en slechts
éenmaal wordt een gemengd huwelijk aangetroffen. Zij bracht eenige
priesters voort, waaronder drie missionarissen en een pater Lazarist,
benevens twee kloosterzusters.
* * * * *
De oudste bekende stamvader dezer familie was _Willem Franssen_,
schepen van Tegelen, eigenaar van het Geldersch leen in der Munte (of
Bongartshof) en van de halve tiende aldaar. Van zijne ouders weten wij
niets. (Zie bijlage =A=.)
Volgens de bescheiden zou hij _rentmeester_ zijn geweest van den
Hertog van Gelder, wonende eerst te Geldern, later te Maasbree op een
kasteel in de Veestraat, waar meer adellijke huizen zouden gelegen
hebben. Wij konden in het werk van den ouden Limburgschen historicus,
den eerw. heer Joannes van Knippenbergh, pastoor der heerlijkheid
Helden (_Historia Eccl. Duc. Gelr._) dienaangaande niets vinden. Die
bescheiden zeggen dat de familie oorspronkelijk van Geldern afstamt;
heden wonen er nog van dien naam.
_Willem_ heeft vele goederen bezeten, waaronder kasteelen, als
bovenstaand te Maasbree door hem bewoond; een te Kessel gelegen
tusschen het huis Oeyen en de bouwhoeve de Boschakker dicht bij de
Maas, ter plaatse heden nog genoemd het Kasteel, hetwelk tot in 1857
aan de familie Franssen te Schiefbahn behoorde; de Munt te Tegelen en
het huis Steyl te Steyl, waar hij zich later vestigde. Jammer genoeg
zijn tijdens de Fransche revolutie, op bevel van den _postmeester
Willem Franssen_, al de oude familiedocumenten—naar men zegt een
geheele bakoven vol—door zijn zoon in het Posthuis te Tegelen verbrand
moeten worden.
Lang heeft men getwijfeld of de familie van Steyl, waarvan later leden
te Xanten woonden, verwant was met de familie te Tegelen, waarvan
naderhand ook leden te Schiefbahn worden aangetroffen. Door eene
deelingsakte van 7 April 1768 tusschen de gebroeders _Willem_ en
_Henri_ is bewezen, dat beiden den _rentmeester Willem_ tot grootvader
hadden. (Zie bijlage =B= en stamboomen Op Muysemeulen en Van Daers.)
Hij huwde, tijdens pastoor Saeren, te Tegelen 14 Februari 1651 met
_Wendelina Cürnzich_. (Getuigen waren Mettel (Mechthilda) Saeren en
Jan in de Pas.)
I. _Willem_ had eene zuster _Caecilia_, die den 26. November 1684 te
Tegelen huwde met _Michael van den Schaffelt_ of _Schaffers_, familie
thans nog in de vrouwelijke linie te Venlo aanwezig. (Getuigen hierbij
waren Franciscus Heldens en Godefridus Franssen.) Deze _Caecilia_
stierf den 19. Januari 1694 en haar echtgenoot _Michael_ den 14. Mei
1707, beiden te Venlo. Uit dit huwelijk werden 5 kinderen geboren.
_Willem_ overleed te Steyl 3 December 1686 en zijne echtgenoote
_Wendelina_ 26 October 1693, ook aldaar.
Uit dit huwelijk sproten 13 kinderen:
II. 1. _Anna Franssen_ geboren te Steyl 18 December 1651.
(Doopgetuigen waren Cranenveld uit Venlo en Neeske van Dulcken.) Zij
huwde te Tegelen 17 October 1670 met _Joannes Cruysbergh_, van het
huis Cruysbergh te Beesel, thans bewoond door mevrouw Janssen, weduwe
van den burgemeester Janssen. (Getuigen waren Gerardus Cruysbergh en
Mechtel Nyen.) _Anna_ overleed te Tegelen 24 Februari 1724.
Deze echt werd gezegend met vele kinderen, waar van het jongste, III.
_Nicolaus Cruysbergh_, later wegens oneenigheid aan huis naar
West-Indië vertrok; hij werd Gouverneur van Paramaribo, vergaarde er
als planter groote schatten en stierf op de terugreis. Zijn vermogen
(13 tonnen gouds, behalve zijne plantages) is nog bij de Rekenkamer te
Amsterdam. Omstreeks 1830 werd het den mannelijken afstammelingen te
Beesel en te Tegelen (alwaar er nog wonen) aangeboden, maar werd
geweigerd omdat bij de doopakte te Beesel de namen der ouders niet
vermeld zijn. (Zie stamboom Cruysbergh.)
Eene dochter III. _Elisabeth Cruysbergh_ huwde met _Jacobus Litjens_,
stamvader dier familie, waarvan de tegenwoordige pastoor van Neer,
vroeger kapelaan te Venlo, herkomstig is.
Eene kleindochter IV. _Anna Sophia Cruysbergh_ trouwde te Straelen 15
November 1768 met _Arnoldus Graven_, burgemeester van Venlo. De
afstammelingen van Graven hebben recht op de studiebeurs van Henricus
Gansmald, in leven pastoor te Wanckum, aldaar overleden 3 Februari
1638. (Zie stamboom Gansmald.)
II. 2. _Michael Franssen_ geboren te Steyl 16 Juni 1653. (Doopgetuigen
waren Peter Gostses in naam van Godfried Verhorst en Nees der
Veerstraat, de vrouw van Jost op den Steyl.)
II. 3. _Michael Franssen_ geboren te Steyl 17 April 1655.
(Doopgetuigen waren Henricus van Velden en Peterke Janssen.) Hij trad
in den echt te Sempst, België, 2 Maart 1683 met _Antonia de la Rue_,
andermaal met _Johanna Leemans_ 25 October 1695, en overleed aldaar 9
September 1703. Zijne echtgenoote _Antonia_ stierf 28 December 1694,
beiden zijn in de kerk aldaar begraven. De tweede echtgenoote
_Johanna_ overleed 27 Augustus 1734 (1754?).
Uit het eerste huwelijk zijn 6 kinderen geboren:
III. _a. Henricus Franssen_ geboren te Sempst 9 Februari 1684.
III. _b. Guillielmus Franssen_ geboren te Sempst 12 Augustus 1685.
III. _c. Francisca Barbara Franssen_ geboren te Sempst 15 Januari
1687.
III. _d. Nicolaus Franssen_ geboren te Sempst 5 Juli 1690.
III. _e. Margaretha Franssen_ geboren te Sempst 8 Mei 1693, overleden
aldaar 8 September 1693.
III. _f. Laurentius Henricus Franssen_ geboren te Sempst 20 December
1694, gestorven in 1756 te Yperen als kanunnik van St. Martinus.
Uit het tweede huwelijk sproten 2 kinderen:
III. _g. Anna Maria Franssen_ geboren te Sempst 21 April 1697, trouwde
met _Martinus de Groef_, waarvan 3 kinderen:
IV. ..... _de Groef_ minderbroeder.
IV. ..... _de Groef_ priester.
IV. _August de Groef_.
III. _h. Barbara Franssen_ geboren te Sempst 29 Maart 1699.
Voogd der kinderen uit het eerste huwelijk was _Godfried (Geurt)
Franssen_, wiens broeder _Michael Franssen_, die bij deeling der
erfgoederen zijner ouders voor de helft eigenaar is geworden van het
leen in der Munte en der halve tiende aldaar; de andere helft viel ten
deel aan hun zuster _Maria Franssen_ gehuwd met _Joannes a Thoer_ (von
Thoer) uit Mulbracht (Bracht).
Het huis in der Munte werd den 30. Januari 1696 verkocht wegens de
onmondige kinderen van _Michael Franssen_, koopman te Sempst, aan
Joannes Borz, postmeester te Roermond. (Zie bijlage =A=.)
II. 4. _Franciscus Franssen_ geboren te Steyl 6 Mei 1657.
(Doopgetuigen waren Jan in gen Rydt in naam van Joannes Haffer te Lom,
en Antonetta van Beringen.)
II. 5. _Godefridus Franssen_ geboren te Steyl 4 April 1659.
(Doopgetuigen waren Peter Houzer te Bracht en Trieneke Trynesen.) Hij
huwde 1 Februari 1687 te Venlo met _Agatha Raeymaeckers_ gedoopt te
Venlo 11 December 1662. Zij stichtte eene rente van 5 gulden voor
wijn, brood en was, ten dienste der kapel te Steyl en overleed aldaar
3 Augustus 1702. (Getuigen bij voornoemd huwelijk waren Michael van
den Schaffelt en Agatha van Stockum.) (Zie stamboom Raeymaeckers.)
Ten tweeden male trouwde hij te Tegelen 19 April 1703 met _Agatha van
Stockum_ gedoopt te Venlo 13 November 1659 (Zie stamboom Van Stockum.)
en overleed te Steyl 20 Maart 1739. (Getuigen bij deze echtverbintenis
waren Joannes a Thör, Henricus Vervoort en Petrus Elters.)
Hij overleed te Steyl 20 April 1727 en was schepen van Tegelen.
II. 6. _Caecilia Franssen_ geboren te Steyl 6 October 1660.
(Doopgetuigen waren Godefridus Cürnzich junior en Elisabeth Franssen.)
II. 7. _Franciscus Franssen_ geboren te Steyl 13 Februari 1662.
(Doopgetuigen waren Godfried in de Middel en An op den Steyl.)
II. 8. _Franciscus Franssen_ geboren te Steyl 29 Juli 1663.
(Doopgetuigen waren Jacobus Ronck en Jenneke Franssen.) Hij overleed
aldaar 2 Februari 1666.
II. 9. _Maria Franssen_ geboren te Steyl 10 December 1665.
(Doopgetuigen waren Joannes Schaeders en Tryn Engelen.) Zij huwde te
Tegelen 8 October 1694 met _Joannes a Thoer_ uit Bracht. (Getuigen
waren de eerw. heer Henricus a Thoer pastoor te Bracht, Arnoldus
Leenen en Elisabeth Ronck.)
Maria eigenares geworden van de Munt, had zich vroeger aldaar
gevestigd. In hare trouwakte staat als echtgenoot Joannes a Thoer uit
Bracht en Maria Franssen op de Munt alhier (Tegelen).
Uit dit huwelijk waren 5 kinderen:
III. a. _Agnes a Thoer_ op de Munt geboren 1 Maart 1696. Toen is de
Munt verkocht en het huisgezin naar Bracht vertrokken, waar deze stam
nog voortleeft. (Zie stamboom a Thoer.) _Agnes_ huwde met _Lambert
Further_.
III. b. _Wilhelm a Thoer_ werd priester, later missionaris in Holland
en pastoor in partibus infidelium te Werckhoven en Cothen bij Utrecht,
overleed te Bracht in den nacht van 27 op 28 Januari 1780 en had bij
testament van 7 December 1773 eene beurs gesticht voor eene
wekelijksche h. mis, of om te gebruiken voor studie, of voor
wijdingstitel, of om eene jongedochter uit de familie in de eene of
andere wetenschap, langstens vier jaren, te laten onderrichten.
III. c. _Matthias a Thoer_ die in het huwelijk trad en 4 kinderen
naliet.
III. d. _Wendelina a Thoer_ bleef ongehuwd.
III. e. _Franciscus Leonardus a Thoer_ werd priester, was in 1732
kapelaan te Belfeld.
II. 10. _Jacobus Franciscus Franssen_ geboren te Steyl 29 Juni 1668.
(Doopgetuigen waren Thoenis Linssen en Anneke Duickers.)
II. 11. _Agnes Franssen_ geboren te Steyl 8 Januari 1671.
(Doopgetuigen waren de heer Wolter van Ryndyck en Anneke Gisberts.)
II. 12. _Jacobus Franssen_ geboren te Steyl Mei 1673. (Doopgetuige
was de edele heer Van Stockum.)
II. 13. _Gertruda Franssen_ geboren te Steyl 16 November 1682.
(Doopgetuigen waren Jelis Kerstjens en Neel op gen Steyl.)
Uit het huwelijk van II. 5. _Godefridus Franssen_ met zijne eerste
echtgenoote _Agatha Raeymaeckers_ werden 10 kinderen geboren:
III. 14. _Gertruda Franssen_ geboren te Steyl 11 November 1687.
(Doopgetuigen waren Matthias Clucker, in wiens plaats fungeerde
Jacobus Ronck, en Wendelina Cürnzich.) Zij huwde 5 Mei 1705 te Tegelen
met _Matthias Deckers_ uit Arcen (Getuigen waren de eerw. heer Deckers
en Matthias Hinssen.), stierf in het kraambed te Arcen den 11.
Februari 1714.
Uit dezen echt volgden 5 kinderen waarvan drie jeugdig overleden; de
twee anderen waren _Christiaan_ en _Willem Deckers_; de eerste werd
kanunnik en deken te Emmerich. (Zie stamboom Deckers.)
III. 15. _Gisbertus Franssen_ geboren te Steyl 8 Januari 1690.
(Doopgetuigen waren Joannes Cruysbergh en Catharina op Muysemeulen, de
echtgenoote van Henricus van Stockum te Venlo.) Hij werd priester en
vicaris van het altaar St. Catharina te Breyell, waarschijnlijk in
1720; althans den 4. Maart 1720 leenden zijne ouders van hunnen zwager
Matthias Clucker 80 patacons ten behoeve van hunnen heerzoon
Gisbertus. (Zie bijlage =C= en stamboom Clucker.) Deze vertrok in 1722
als missionaris naar Holland, werd pastoor in partibus infidelium te
Oma, d. i. Hoogmade bij Leiden, alwaar hij 11 Juli 1726 overleed.
III. 16. _Lucia Franssen_ geboren te Steyl 27 Augustus 1691.
(Doopgetuigen waren Jacques Ronck en Elisabeth Franssen.) Zij overleed
aldaar 13 April 1692.
III. 17. _Lucia Franssen_ geboren te Steyl 26 September 1692.
(Doopgetuigen waren Michael van den Schaffelt, in wiens plaats
fungeerde Joannes op Heys, en Helena Raeymaeckers.) Zij stierf op
jeugdigen leeftijd.
III. 18. _Willem Franssen_ geboren te Steyl 16 October 1693.
(Doopgetuigen waren Michael Franssen en Catharina Cuypers, echtgenoote
van Matthias op Muysemeulen, in wier plaats fungeerde Joannes
Schrijven en Catharina van Aerssen.) Hij overleed aldaar 22 Maart
1694.
III. 19. _Wendelina Franssen_ geboren te Steyl 15 Februari 1695.
(Doopgetuigen waren Joannes a Thoer en Anna Catharina Ottdam, tweede
echtgenoote van Michael van den Schaffelt te Venlo.) Zij trad in het
huwelijk 28 November 1719 te Tegelen met _Jacobus Canoy_, schepen
aldaar, wiens ouders vluchtten uit Venlo naar Kenzingen, bij Marsburg
in Baden. Waarschijnlijk is deze Jacobus aldaar geboren, hij was een
afstammeling van Bartholomeus Cano, Spaansch ridder, die met den
Hertog van Alva naar de Nederlanden kwam, was in 1567 advocaat der
Spaansche schatkist te ʼs-Gravenhage en werd in 1570 wegens zijn
katholiek geloof vergiftigd. (Bij dit huwelijk waren getuigen Willem
en Hendrik Franssen, Beatrix Ronck en Margaretha Canoy.) _Wendelina_
overleed 14 April 1759 en haar echtgenoot 7 Juli 1752, beiden te
Steyl.
Uit dit huwelijk werden 14 kinderen geboren. (Zie stamboom Canoy.)
Deze stichtten voor de zielerust hunner ouders twee jaargetijden, voor
hun vader op 12 Juli en voor hunne moeder op 1 November te houden in
de parochiekerk van St. Martinus te Tegelen.
III. 20. _Willem Franssen_ geboren te Steyl 4 Augustus 1696.
(Doopgetuigen waren Godefridus van Aerssen en Johanna Leemans.) Hij
overleed aldaar in hetzelfde jaar.
III. 21. _Wilem Franssen_ geboren te Steyl 22 Februari 1698.
(Doopgetuigen waren Franciscus Douven uit Baarlo en Anna Franssen.)
Hij huwde te Tegelen 26 November 1733 met _Beatrix Ronck_ (Getuigen
waren Henricus Ronck voor Joannes Clucker en Agatha Canoy.), die 4
Augustus 1700 te Steyl geboren werd (Zie stamboom Ronck.) en dochter
was van Caspar Ronck en Anna Keuth. (Zie stamboom Keuth.)
_Willem_ was postmeester te Tegelen (Zie bijlage =D=.) en overleed den
9. Juni 1773; zijne echtgenoote den 20. Augustus 1739, beiden te
Tegelen.
Afstammelingen dezer echtelieden hebben recht op het beneficie Keuth
te Viersen. (Zie bijlage =E=.)
III. 22. _Lucia Franssen_ geboren te Steyl 20 Augustus 1699.
(Doopgetuigen waren Nicolaus van Stockum en Maria Franssen.)
III. 23. _Henricus Franssen_ geboren te Steyl 9 Juni 1702.
(Doopgetuigen waren Jacobus Litjens en Agatha van Stockum.) Hij was
schepen van Tegelen en huwde 31 Augustus 1727 met _Anna Margaretha
Schaepkens_ (Schöpkens) uit Brüggen, Rijnland (Zie stamboom
Schaepkens.), in tegenwoordigheid van eene groote schare volks.
(Getuigen waren Willem Franssen en Agatha Deckers.) In het
huwelijksregister te Tegelen staat: Praesente junumerabili populo et
specialiter. Hij overleed 30 October 1772 en zijne echtgenoote 4 Juli
1783, beiden te Steyl.
De kinderen stichtten voor hunne ouders een jaargetijde in de
parochiekerk van St. Martinus te Tegelen, telken jare te houden op den
4. Juli.
III. 21. =Stam van Willem Franssen.=
Uit het huwelijk van _Willem Franssen_ met _Beatrix Ronck_ sproten 2
kinderen:
IV. 24. _Godefridus Stephanus Franssen_ geboren te Tegelen 26 December
1734. (Doopgetuigen waren Henricus Jacques Ronck voor den eerw. heer
Jacobus Ronck, vicaris te Viersen, en Agatha van Stockum.) Hij stierf
in zijn geboorteplaats op jeugdigen leeftijd.
IV. 25. _Caspar Eugenius Jozef Franssen_ geboren te Tegelen 16 October
1736. (Doopgetuigen waren Henricus Franssen nomine praenobilis domini
Eugenii Josephi de Bors en Margareta Canoy nomine Maria Keuth.) Hij
was de laatste postmeester uit de familie te Tegelen, en huwde 27
November 1766 met _Anna Catharina van Aerssen_ uit Bergen (Zie
stamboomen Van Aerssen uit Bergen en Heyming uit Udem.), welk huwelijk
met toestemming van den pastoor van Tegelen ingezegend werd in de kerk
te Ayen, gemeente Bergen, door den eerw. heer Jacobus Jozef van
Aerssen, pastoor te Zieflick. (Getuigen waren de eerw. heer Petrus
van Aerssen, kanunnik te Wissen, en Petrus Antonius van Aerssen.)
_Caspar_ stierf 5 Juni 1823 en zijne echtgenoote 4 Mei 1813, beiden te
Tegelen.
Uit dezen echt ontstonden 10 kinderen, die voor hunne ouders een
jaargetijde stichtten in de parochiekerk van St. Martinus te Tegelen,
elk jaar te houden op 12 Juni.
V. 26. _Beatrix Franssen_ geboren te Tegelen 2 Januari 1768.
(Doopgetuigen waren Willem Franssen en Dorothea Heyming.) Zij trouwde
te Tegelen 26 April 1796 met _Franciscus Hermanus Holtmann_ geboren te
Uerdingen in 1776, zoon van Matthias Holtmann en Anna Maria Weggen.
(Getuigen waren Henricus Schumaecker, Jozef Franssen, Hendrina
Franssen en Christina Holtmann.) Zij overleed 18 September 1819 en
haar echtgenoot 13 December 1821, beiden te Tegelen.
V. 27. _Wilhelmus Henricus Franssen_ geboren te Tegelen 6 Juli 1769.
(Doopgetuigen waren Willem Franssen voor Gerardus van Aerssen, en
Hendrina van Aerssen voor Anna Catharina Ronck.)
V. 28. _Henricus Wilhelmus Franssen_ geboren te Tegelen 23 Augustus
1770. (Doopgetuigen waren Henricus Franssen en Hendrina van Aerssen
voor Hendrina Heyming.)
V. 29. _Maria Elisabeth Franssen_ geboren te Tegelen 2 Juli 1772.
(Doopgetuigen waren de eerw. heer Jacobus Canoy voor Petrus van
Aerssen, en Margaretha Canoy.) Zij huwde te Venray 15 Juli 1800 met
_Joannes Henricus Ruttée_ geboren te Venray 30 November 1770, zoon van
Jacobus Henricus Ruttée en Anna Christina Verblackt. Zij overleed te
Tegelen 8 November 1840 en haar echtgenoot te Venray 6 Maart 1815.
V. 30. _Jozef Franssen_ geboren te Tegelen 8 Maart 1774.
(Doopgetuigen waren Willem Franssen voor den eerw. heer Willem
Heyming, kanunnik te Kleef, en Anna Margaretha Schaepkens.) Hij
overleed aldaar 29 April 1780.
V. 31. _Anna Catharina Franssen_ geboren te Tegelen 23 Juli 1776.
(Doopgetuigen waren de eerw. heer Henricus Heyming, kanunnik van de
aartsdiaconale kerk te Wissen, en Beatrix Ronck.) Zij woonde bij haren
broeder Jacobus Godefridus aan het Kruis te Tegelen, werd waanzinnig
tot haren dood 8 October 1845.
V. 32. _Hendrina Maria Franssen_ geboren te Tegelen 4 Mei 1778.
(Doopgetuigen waren Caspar Ronck en Hendrina van Aerssen voor Maria
Elisabeth van Aerssen.) Zij trad in den echt te Tegelen 25 April 1798
met _Johan Heinrich Moubis_ geboren te Schaeg omstreeks 1758. (Zie
stamboom Moubis.) (Getuigen waren Johan Matthias Moubis en Catharina
Franssen.) Zij stierf 18 Februari 1837 en haar echtgenoot 11 September
1835, beiden te Schaeg bij Breyell.
Uit dit huwelijk werden 8 kinderen geboren: _Matthias Caspar Aloysius_
die _Maria Antonetta Canoy_ huwde, wier afstammelingen recht hebben op
de studiebeurs van Petrus van Roye, in leven pastoor te Hamont in de
Belgische Kempen, die waarschijnlijk te Weert geboren is en ze
gesticht heeft bij testament van 3 Mei 1724. (Zie stamboom Van Roye.)
V. 33. _Gerardus Jozef Franssen_ geboren te Tegelen 21 Mei 1780.
(Doopgetuigen waren Bartholomeus Canoy voor Petrus van Aerssen en
Catharina Franssen.) Hij trouwde te Schaeg omstreeks 1811 met
_Petronella Moubis_, die geboren te Schaeg, aldaar overleden in 1817.
(Zie stamboom Moubis.)
Hij was aanvankelijk zijn vader behulpzaam bij de
posterij-werkzaamheden te Tegelen. In den woeligen Franschen tijd
verloren zij in één jaar meer dan honderd paarden door den
geforceerden dienst, waarvoor hij aan de regeering schadevergoeding
vroeg, verkreeg eene audiëntie bij Z. M. den Koning van Holland, die
hem in het vooruitzicht eener gunstige beschikking stelde, welke
echter verijdeld werd door eene familie te Venlo, wier dochter hij
niet wenschte te huwen. Na eenige jaren te Tegelen gewoond te hebben,
vertrok hij naar Schaeg en werd koopman. Na overlijden zijner
echtgenoote trad hij den 5. November 1819 te Schiefbahn opnieuw in
den echt, thans met _Henrietta Jacobina Duckweiler_ geboren den 19
September 1798 te Schiefbahn, waarheen hij vertrok en tot zijnen dood
25 Februari 1845 rustig leefde. Deze echtgenoote stierf te Eitorf 4
October 1869 bij haren geestelijken zoon, die aldaar vicaris was.
Gerardus Jozef was algemeen geacht en bemind, zoowel te Schiefbahn als
elders.
V. 34. _Jacobus Godefridus Franssen_ geboren te Tegelen 3 Mei 1782.
(Doopgetuigen waren de eerw. heer Jacobus Jozef van Aerssen, pastoor
te Zieflick, en Hendrina van Aerssen voor Hendrina Sleuverts.) Hij
huwde te Tegelen 12 Februari 1824 met _Joanna Margaretha Peeters_
geboren aldaar 20 Maart 1786, dochter van Andreas Peeters en Maria
Bourgons, stierf 18 November 1863 en zijne echtgenoote 6 December
1861, beiden te Tegelen.
Hij was goedaardig en zachtzinnig van karakter, bleef bij zijn vader
zoolang deze leefde, waarvoor hem 10,000 gulden extra werden
geschonken.
V. 35. _Petrus Antonius Franssen_ geboren te Tegelen 27 Juli 1784.
(Doopgetuigen waren Bartholomeus Canoy en Hendrina van Aerssen voor
Aldegonda Schraven.)
Uit ʼt huwelijk van V. 26. _Beatrix Franssen_ met _Franz Hermann
Holtmann_ werden 6 kinderen geboren:
VI. 36. _Franz Holtmann_.
VI. 37. _Wilhelm Holtmann_, huwde met _Maria van Oelft_.
VI. 38. _Jacobus Gottfried Holtmann_ geboren te Tegelen 11 Mei 1802.
(Doopgetuigen waren Jacobus Franssen en Anna Catharina Franssen.)
VI. 39. _Johann Heinrich Holtmann_ geboren te Tegelen 31 December
1804. (Doopgetuigen waren Caspar Franssen en Maria Agnes Eskens.)
VI. 40. _Maria Henrietta Catharina Holtmann_ geboren te Tegelen 15 Mei
1808, huwde te Kaldenkirchen met _Arnold Terstappen_ geboren aldaar 2
April 1809, overleden 4 September 1876; wier afstammelingen daar nog
voortleven.
VI. 41. _Felix Caspar Clemens Heinrich Holtmann_ geboren te Tegelen 25
November 1811, overleden aldaar 17 April 1813.
Uit het huwelijk van V. 29. _Maria Elisabeth Franssen_ met _Joannes
Henricus Ruttée_ te Venray sproten 5 kinderen:
VI. 42. _Maria Dorothea Ruttée_ geboren te Vierlingsbeek omstreeks
1802, huwde te Tegelen 4 April 1829 met _Johann Heinrich Hohnen_
geboren te Schiefbahn in 1795. Hunne afstammelingen leven te
Schiefbahn nog voort.
VI. 43. _Jozef Ruttée_ trouwde met _Catharina Weinhaus_, en overleed
in 1864 te Mettmann. Uit hun huwelijk sproot eene dochter VII.
_Elisabeth_, die ook daar overleed.
VI. 44. _Jacobus Ruttée_, vertrok naar Amerika.
VI. 45. _Carolina Ruttée_.
VI. 46. _Caspar Ruttée_ geboren te Venray 22 December 1811, huwde
aldaar met _Maria Catharina Terstappen_ geboren te Kaldenkirchen in
1812. Hij overleed 10 Maart 1876 en zijne echtgenoote in 1862, beiden
te Venray.
Uit dit huwelijk werden 12 kinderen geboren, waarvan 10 op jeugdigen
leeftijd of ongehuwd stierven.
VII. 47. _Elisabeth Ruttée_ geboren te Venray 1 November 1840, huwde
aldaar in 1865 met _Matthias van de Pasch_, geboren in 1848 en
overleden aldaar 30 September 1894.
Uit hun huwelijk volgde VIII. _Joanna_ geboren te Venray 16 October
1875.
VII. 48. _Jozef Ruttée_ geboren te Venray 17 Mei 1851, huwde te
Breyell 16 Mei 1882 met _Maria Christina Terstappen_ geboren te
Breyell 20 Juli 1848, aldaar overleden 30 Mei 1903.
Uit dit huwelijk sproten 4 kinderen:
VIII. 49. _Joseph Ruttée_ geboren te Breyell 8 September 1883.
VIII. 50. _Aloysius Ruttée_ geboren te Breyell 8 Mei 1885.
VIII. 51. _Paulus Ruttée_ geboren te Breyell 29 Juli 1887.
VIII. 52. _Leonard Ruttée_ geboren te Breyell 4 November 1889.
Het huwelijk van V. 33. _Gerardus Jozef Franssen_ met zijne eerste
echtgenoote _Petronella Moubis_ werd met 2 kinderen gezegend:
VI. 53. _Eugen Franssen_ geboren te Schaeg bij Breyell in 1813. Hij
maakte als jonggezel eene wandelreis tot in Zuid-Frankrijk; huwde te
Schiefbahn 17 Mei 1836 met _Christina Mertens_ geboren te Schiefbahn
16 December 1815, en stierf aldaar 25 Augustus 1846; zijne echtgenoote
20 Juni 1890 te Corschenbroich, kreis M.-Gladbach.
VI. 54. _Heinrich Joseph Franssen_ geboren te Schaeg, die aldaar op
jeugdigen leeftijd overleed.
Uit ʼt huwelijk van VI. 53. _Eugen Franssen_ met _Christina Mertens_
volgden 5 kinderen:
VII. 55. _Josephina Franssen_ geboren te Schiefbahn 14 Februari 1837.
VII. 56. _Ferdinand Franssen_ geboren te Schiefbahn 30 December 1838,
huwde te Düren den 13 Juni 1865 met _Christina Hoverz_, grondeigenares
te Düren, geboren te Willich 12 October 1838. Hij stierf 12 October
1907 en zijne echtgenoote 4 November 1884, beiden te Düren.
VII. 57. _Joseph Richard Franssen_ geboren te Schiefbahn 28 Februari
1841 en aldaar 18 Mei 1871 overleden.
VII. 58. _Sophia Franssen_ geboren te Schiefbahn 29 April 1843, huwde
aldaar 21 Mei 1867 met _Wilhelm Mönker_ geboren 17 Augustus 1833 op
Schürkeshof te Strümp bij Lank en overleed aldaar den 17. October
1887.
VII. 59. _Elisabeth Franssen_ geboren te Schiefbahn 9 November 1845,
huwde aldaar 9 November 1872 met med. dokter _Johann Knein_ geboren
te Ingenbroich, kreis Montjoie, woonde te Corschenbroich, kreis
M.-Gladbach, alwaar beiden overleden.
Uit het huwelijk van VII. 56. _Ferdinand Franssen_ met _Christina
Hoverz_, sproten 7 kinderen:
VIII. 60. _Clara Gertrud Franssen_ geboren te Düren 17 April 1866.
VIII. 61. _Eugen Franssen_, geboren te Düren 10 November 1867, aldaar
overleden 1 Maart 1876.
VIII. 62. _Maria Johanna Franssen_ geboren te Düren 24 Juni 1870,
huwde aldaar 15 Juli 1893 met _Gerhard Johann Terheggen_ geboren te
Ostenrath 3 October 1856, wonende te Krefeld.
VIII. 63. _Richard Franssen_ geboren te Düren 24 Juni 1870, overleed
aldaar 7 April 1871.
VIII. 64. _Richard Johann Carl Franssen_ geboren te Düren 22 December
1875, apotheker te Düsseldorf, huwde 22 Juli 1904 met _Martha Reyher_
geboren te Teuchern (Saksen) 22 December 1871.
VIII. 65. _Joseph Ludwig Franssen_ geboren te Düren 18 Maart 1881.
VIII. 66. _Ferdinand Franssen_ geboren te Düren 18 Maart 1881, stierf
22 Juni 1881 aldaar.
Uit het huwelijk van VII. 58. _Sophia Franssen_ met _Wilhelm Mönker_
waren 2 kinderen:
VIII. 67. _Julia Mönker_ geboren op Schürkeshof te Strümp bij Lank 21
Mei 1868, en trouwde aldaar den 30. Augustus 1892 met _Joseph Kohtes_
grondeigenaar te Willich, geboren 1 Augustus 1865.
Hun huwelijk is met verscheidene kinderen gezegend.
VIII. 68. _Wilhelmina Mönker_ geboren op Schürkeshof te Strümp bij
Lank 28 Mei 1869, huwde 12 September 1891 met _Robert Dadder_,
architect, geboren te Krefeld 30 September 1861. Zij stierf te Krefeld
in 1892.
Uit den echt van VII. 59. _Elisabeth Franssen_ met med. dokter
_Johannes Knein_ werden 6 kinderen geboren:
VIII. 69. _Johann Richard Knein_ geboren te Corschenbroich 24
September 1873, priester gewijd te Keulen 10 Augustus 1907, vicaris te
Büsbach bij Aachen.
VIII. 70. _Johanna Catharina Eugenia Knein_ geboren te Corschenbroich,
alwaar zij overleed 20 Mei 1900.
VIII. 71. _Hermann Paulus Eugen Knein_ geboren te Corschenbroich 22
Februari 1877, priester gewijd te Keulen 15 Maart 1902, rector te
Königshof bij Krefeld.
VIII. 72. _Anna Wilhelmina Paulina Knein_ geboren te Corschenbroich 20
November 1878, aldaar overleden 2 December 1886.
VIII. 73. _Maria Knein_ geboren te Corschenbroich.
VIII. 74. _Ernst Heinrich Knein_ geboren te Corschenbroich 27
Augustus 1881, aldaar overleden 2 December 1890.
Uit ʼt huwelijk van VIII. 62. _Maria Johanna Franssen_ met _Gerhard
Johann Terheggen_ volgden 5 kinderen:
IX. 75. _Christina Terheggen_ geboren te Krefeld.
IX. 76. _Clara Terheggen_ geboren te Krefeld.
IX. 77. _Carl Terheggen_ geboren te Krefeld.
IX. 78. _Robert Terheggen_ geboren te Krefeld.
IX. 79. _Maria Terheggen_ geboren te Krefeld.
Uit ʼt huwelijk van VIII. 64. _Richard Johann Franssen_ met _Martha
Reyher_ zijn 2 kinderen:
IX. 80. _Maria Franssen_ geboren te Düsseldorf.
IX. 81. _Helena Clara Franssen_ geboren te Düsseldorf.
Het huwelijk van V. 33. _Gerhardus Jozef Franssen_ met zijne tweede
wederhelft _Henrietta Jacobina Duckweiler_ werd met 6 kinderen
gezegend:
VI. 82. _Wilhelm Joseph Franssen_ geboren te Schaeg in 1820, overleden
te Schiefbahn 3 Februari 1886, was president van het Kerkbestuur
aldaar.
VI. 83. _Elisabeth Franssen_ geboren te Schaeg in 1822, overleden te
Schiefbahn 19 Januari 1847.
VI. 84. _Frans Heinrich Franssen_, gondeigenaar, geboren te Schaeg 7
Juli 1824, huwde te Schiefbahn 17 October 1857 met _Anna Maria
Duckweiler_ geboren aldaar 17 Januari 1834. Hij overleed 4 Juni 1907,
zijne echtgenoote 19 Maart 1902, beiden te Schiefbahn.
VI. 85. _Caecilia Josephina Franssen_ geboren te Schaeg 22 September
1826; zij huwde te Schiefbahn 18 Maart 1848 met _Wilhelm Jacobus
Mertens_ geboren te Fischeln 14 September 1812, juwelier te Krefeld,
alwaar zij overleed 11 Mei 1903 en hij 5 December 1879.
VI. 86. _Carl Goswin Franssen_ geboren te Schiefbahn 10 Mei 1830,
priester gewijd te Keulen 30 Augustus 1856, werd benoemd tot rector te
Karrheim, Süng en Stolberg-Mühle, vervolgens tot vicaris te Eitorf, en
eindelijk den 23. October 1869 tot pastoor te Ittenbach bij
Königswinter. Hij vierde den 30. Augustus 1906 den 50. verjaardag
zijner priesterwijding, bij welke gelegenheid de aartsbisschop van
Keulen, kardinaal Fischer, hem schriftelijk gelukwenschte (Zie bijlage
=F=.), en de Duitsche keizer Wilhelm II hem vereerde met de orde van
den Rooden Adelaar 4. klas.
Deze gebeurtenis werd door zijne talrijke familie en vrienden, niet
minder door zijne parochianen, op het allerluisterrijkst gevierd. Hij
was een ijverig priester, plichtgetrouw zielverzorger en overleed 8
Juli 1910.
VI. 87. _Euphrosina Franssen_ geboren te Schiefbahn 14 November 1832.
[Illustratie: Eerw. Heer Carel Goswinus FRANSSEN.]
Uit ʼt huwelijk van VI. 84. _Franz Heinrich Franssen_ met _Anna Maria
Duckweiler_ werden 9 kinderen geboren:
VII. 88. _Margaretha Elisabeth Franssen_ geboren te Schiefbahn 27
November 1860, trouwde aldaar 13 October 1880 met _Johann Ditges_
geboren op Lautenhof te Schiefbahn 4 November 1859.
VII. 89. _Eugen Franssen_ geboren te Schiefbahn, overleed aldaar op
jeugdigen leeftijd.
VII. 90. _Eugen Franssen_ geboren te Schiefbahn 26 October 1862,
grondeigenaar, huwde te Vorst bij Kempen 12 Mei 1902 met _Anna
Fohles_, van Penningshof te Vorst, waar zij 10 Juni 1869 geboren was.
VII. 91. _Euphrosina Carolina Franssen_ geboren te Schiefbahn 27
September 1864.
VII. 92. _Maria Josephina Franssen_ geboren te Schiefbahn 4 Augustus
1866.
VII. 93. _Wilhelm Theodor Franssen_ geboren te Schiefbahn 10 Februari
1869; hij drijft paardenfokkerij en akkerbouw in het ouderlijke huis
te Schiefbahn.
VII. 94. _Maria Pia Christina Franssen_ geboren te Schiefbahn 8
Februari 1871; huwde aldaar 14 Mei 1905 met den Kassenrendant _Theodor
Knappertz_ geboren te Neuwerk 24 Juli 1868.
VII. 95. _Josephina Jacobina Franssen_ geboren te Schiefbahn 6
Februari 1875.
VII. 96. _Carl Victor Franssen_ geboren te Schiefbahn 29 Maart 1878.
Uit ʼt huwelijk van VI. 85. _Cäcilia Josephina Franssen_ met _Wilhelm
Jacobus Mertens_, sproten 13 kinderen:
VII. 97. _Eugen Joseph Mertens_ geboren te Krefeld 30 December 1848,
photograaf, trouwde aldaar 10 April 1877 met _Maria Hoppe_ geboren te
Krefeld 23 Februari 1854.
VII. 98. _Victor Mertens_ geboren te Krefeld 2 Januari 1851, professor
aan het Koninklijk Gymnasium te Bonn; hij trad in den echt 12 April
1898 met _Catharina Goetges_.
VII. 99. _Emma Mertens_ geboren te Krefeld 14 Januari 1853, huwde daar
22 Maart 1885 met _Max Otten_ geboren te Scheuern-Mühle 14 Januari
1861.
VII. 100. _Maria Mertens_ geboren te Krefeld 10 October 1855.
VII. 101. _Josephina Mertens_ geboren te Krefeld 10 October 1855.
VII. 102. _Maria Elisabeth Clementina Mertens_ geboren te Krefeld 3
April 1859; zij huwde aldaar 10 Februari 1885 met _Adolf Schmitt_
geboren in October 1860 te Oberpleis, overleed te Bochum 17 April
1905.
VII. 103. _Carl Mertens_ geboren te Krefeld, aldaar op jeugdigen
leeftijd overleden.
VII. 104. _Carl Mertens_ geboren te Krefeld 19 November 1862, huwde in
1900 met _Selma Keussen_ te Berlijn.
VII. 105. _Euphrosina Mertens_ geboren te Krefeld 13 September 1864,
huwde daar 28 Januari 1902 met Joseph Bötzkes geboren te Kindt-Schaeg;
zij overleed 16 September 1902.
VII. 106. _Ferdinand Mertens_ geboren te Krefeld 29 December 1866,
photograaf te Parijs—Aubervilliers; huwde 1 Februari 1896 met _Emilia
Klauser_ geboren in het zuiden van Baden.
VII. 107. _Otto Mertens_ geboren te Krefeld 29 December 1866,
photograaf te Parijs, huwde 20 Juni 1894 met _Victoria Gunsart_
geboren aldaar.
VII. 108. _Wilhelm Mertens_ geboren te Krefeld 8 November 1868,
photograaf aldaar, huwde 25 Mei 1901 met _Elisabeth Fahrenberg_
insgelijks uit Krefeld.
VII. 109. _Christina Mertens_ geboren te Krefeld 8 November 1870,
huwde aldaar 18 Mei 1903 met _Petrus Hoenen_ geboren 8 Augustus 1851.
Uit ʼt huwelijk van VII. 88. _Margaretha Elisabeth Franssen_ met
_Johann Ditges_ volgden 9 kinderen:
VIII. 110. _Johann Paulus Heinrich Ditges_ geboren te Schiefbahn 21
September 1881, huwde aldaar 1 October 1907 met _Catharina
Stickelbrucks_ geboren op het huis Klapdor bij Schiefbahn; waarvan
was:
IX. 111. _Johanna Elisabeth Ditges_ geboren te Schiefbahn 10 October
1908.
VIII. 112. _Wilhelm Leo Ditges_ geboren te Schiefbahn 9 Maart 1884,
ingenieur te Keulen.
VIII. 113. _Paulus Wilhelm Ditges_ geboren te Schiefbahn 13 April
1885.
VIII. 114. _Maria Eugenia Ditges_ geboren te Schiefbahn 1 April 1886.
VIII. 115. _Carl Goswin Sigismund Ditges_ geboren te Schiefbahn 5
Augustus 1887.
VIII. 116. _Augusta Eugenia Ditges_ geboren te Schiefbahn 17 Maart
1891.
VIII. 117. _Gustav Wilhelm Joseph Ditges_ geboren te Schiefbahn 23
Februari 1893.
VIII. 118. _Elisabeth Ditges_ geboren te Schiefbahn 8 Februari 1894.
VIII. 119. _Euphrosina Theodora Ditges_ geboren te Schiefbahn 11
September 1895.
Uit het huwelijk van VII. 90. _Eugen Franssen_ met _Anna Fohles_
kwamen 3 kinderen:
VIII. 120. _Jacobus Franssen_ geboren te Vorst 24 April 1903.
VIII. 121. _Maria Franssen_ geboren te Vorst 16 April 1905.
VIII. 122. _Bertha Franssen_ geboren te Vorst 14 April 1908.
Uit het huwelijk van VII. 94. _Maria Pia Christina Franssen_ met
_Theodor Knappertz_ sproot 1 kind:
VIII. 123. _Theodora Knappertz_ geboren te Neuwerk 2 October 1896.
Uit het huwelijk van VII. 97. _Eugen Joseph Mertens_ met _Maria Hoppe_
volgden 2 kinderen:
VIII. 124. _Maria Mertens_ geboren te Krefeld 11 Maart 1878, gehuwd
met _Georg Arand_, rentenier te Berlijn, waarvan was:
IX. 125. _Charlotta_ geboren te Berlijn in Juli 1908.
VIII. 126. _Eugen Mertens_ geboren te Krefeld 5 Augustus 1880,
photograaf.
Uit het huwelijk van VII. 99. _Emma Mertens_ met _Max Otten_ zijn 2
kinderen:
VIII. 127. _Alfred Otten_ geboren te Düsseldorf 28 Mei 1885.
VIII. 128. _Erich Otten_ geboren te Krefeld 28 Februari 1893.
Uit het huwelijk van VII. 102. _Maria Elisabeth Clementina Mertens_
met _Adolf Schmitt_ volgden 2 kinderen:
VII. 129. _Elisabeth Margaretha Josephina Schmitt_ geboren te Bochum 2
December 1885, daar overleden 10 December 1892.
VIII. 130. _Carl Johann Schmitt_ geboren te Bochum 14 Januari 1887.
Uit het huwelijk van VII. 106. _Ferdinand Mertens_ met _Emilia
Klauser_ werden 3 kinderen geboren:
VIII. 131. _Ferdinand Mertens_ geboren te Parijs 16 April 1897.
VIII. 132. _Catharina Mertens_ geboren te Parijs 10 Januari 1899.
VIII. 133. _Wilhelm Mertens_ geboren te Parijs 2 April 1901.
Uit het huwelijk van VII. 108. _Wilhelm Mertens_ met _Elisabeth
Fahrenberg_ sproten 2 kinderen:
VIII. 134. _Elisabeth Mertens_ geboren te Krefeld 26 April 1897.
VIII. 135. _Friedrich Wilhelm Mertens_ geboren te Krefeld 10 Maart
1908.
[Illustratie: Mgr. Casper. Joan. Hub. FRANSSEN.]
Uit den echt van V. 34. _Jacobus Godefridus Franssen_ met _Joanna
Margaretha Peeters_ waren 3 kinderen:
VI. 136. _Caspar Joannes Hubertus Franssen_ geboren te Tegelen 23
Januari 1826. Het eerste onderwijs genoot hij in zijn geboorteplaats,
daarna aan het College te Venlo, destijds onder leiding van den
ijverigen en geleerden directeur Heuvels. Zijne studiën zette hij te
Rolduc voort, besteedde tevens zijne vrije uren aan het geven van
teekenonderwijs aan de leerlingen die daar het lager onderwijs
genoten; onderwijzen was toen reeds zijn lusten zijn leven.
Na de klassen der philosophie te hebben afgemaakt, ging hij naar het
Groot Seminarie te Roermond, om zich voor het priesterlijke ambt voor
te bereiden. In 1851 den 8. December werd hij door mgr. Paredis tot
priester gewijd, die hem in hetzelfde jaar tot professor aan het
Bisschoppelijk College te Roermond benoemde, welke plaats hij als
diaken reeds waargenomen had. Met ijver en talent was hij er als
professor tot 1855 werkzaam.
Toen werden missionarissen gevraagd voor Oost-Indië. De
verdienstvolle leeraar voelde zich geroepen, om in de verre gewesten
zijn veelzijdige kennis tot heil van den Javaan te besteden. Den 17.
September 1855 begaf hij zich aan boord van het schip „Herman”
waarmede ook 6 religieuzen vertrokken, van welke eene onderweg stierf.
Zijn eerste standplaats was Soerabaja, waar hij als onderpastoor,
later als pastoor met zeer veel vrucht werkte. Hierna was hij nog op
ʼt fort Willem I op Amboina en op het eiland Flores, waar hij den
Radsja en de heele vorstelijke familie doopte. Vooral heeft hij zich
in Indië verdienstelijk gemaakt door de verspreide katholieken in
parochiën te vereenigen, alwaar hij ook de zieken, zelfs de
melaatschen, ondersteunde, troostte en verbond.
Op Timor, in de stad Koepang, stichtte hij veel nut door de hulp van
den toenmaligen stads-commandant baron de Bounam de Ryckholt. Niet
lang echter mocht hij hier verblijven, eene leverziekte maakte het
gebiedend naar Europa terug te keeren. Den 22. December 1863 scheepte
hij zich te Batavia in en landde alhier den 18. April 1864.
Den 19. Februari 1866 vertrok hij andermaal naar Batavia om er als
pastoor werkzaam te zijn, doch moest wegens zijn oude kwaal nog in
hetzelfde jaar repatrieeren en kwam den 24. Februari 1867 in het
vaderland terug.
De gedwongen rust hier te lande strekte hem tot last, waarom mgr.
Paredis hem als pastoor te Ittervoort in 1869 benoemde. Toen in 1872
te Grathem, Thorn en Ittervoort de zoo gevreesde typhus heerschte, was
het pastoor Franssen die zich onderscheidde en alle gevaren
trotseerde, de lijdenden bijstond, evenals hij in Indië had gedaan.
In 1869 benoemde paus Pius IX hem tot eere-kamerheer, als bewijs
zijner tevredenheid over het werken en priesterlijk streven van den
pastoor.
Van 1879 tot 1885 was hij als rector in het klooster St. Elisabeth te
Heythuysen met veel vrucht arbeidend.
In de drie laatste jaren zijns levens was hij rector van ʼt klooster
der Ursulienen te Grubbenvorst, waar hij den 7. Mei 1888 om 4 uur nm.
overleed. Wat hij in dat tijdsverloop heeft gewrocht kunnen alleen zij
beseffen, die hem van den vroegen morgen tot den laten avond
arbeidzaam zagen. Tot kort voor zijnen dood, dien hij voelde naderen,
gunde hij zich geene rust. Hij was een groot vereerder van den H.
Franciscus en lid der Orde van den Derden Regel.
Zijn ijver om de kinderen tot de eerste H. Communie voor te bereiden
kende geene palen, ofschoon hij toen reeds voelde dat de dood nabij
was. Tot hen richtte hij op den 1. Mei deze woorden: „Bidt niet dat de
Heer zijnen dienaar behoude, maar dat Hij hem weldra tot zich neme”.
Zaterdag den 5. Mei deed hij nog al zijne gewone bezigheden. Den
volgenden Maandag besteeg hij nog het altaar om het heilig misoffer op
te dragen, doch vreezende dat zijne krachten hem mochten begeven,
ontdeed hij zich van het priesterlijk gewaad, en begaf zich naar zijne
kamer, vervolgens naar den tuin. Allen die hem omringden sprak hij van
zijn naderend einde. Den dood zag hij onverschrokken onder de oogen.
Tegen 3 uur liet hij den e. h. kapelaan ontbieden, om hem de hh.
sacramenten toe te dienen, die hij zittende in een stoel ontving.
Na allen die hem omgaven, en vooral de weenenden te hebben getroost,
vroeg hij allen om vergiffenis, en nam daarna een hartelijk afscheid.
Na aan de omstanders verzocht te hebben het „credo” te bidden, waren
zijn laatste woorden: „Mijn God, ik dank U, ik wil sterven in het
geloof, dat ik anderen onderwezen heb”.
Zacht en onverschrokken gaf hij zijne schoone ziel aan God; wij hopen
en vertrouwen, dat Zijn dienaar het loon geniete voor het vele goede
hierop aarde gedurende zooveel jaren gesticht.
Den 11. Mei had de plechtige lijkdienst in de kerk van het klooster te
Grubbenvorst plaats, bijgewoond door talrijke vrienden, zoo
geestelijke als wereldlijke.
De lijkdienst werd gehouden door den z. e. h. deken Geenen, van Horst,
geassisteerd door den h. e. h. professor en kanunnik Russel, van
Roermond, den z. e. h. pastoor Bovens, van Beugen, en den w. e. h.
Gitmans kapelaan te Blerick.
Na den lijkdienst besteeg de z. e. h. Notermans, pastoor te Venray,
den kansel om de lijkrede uit te spreken. Als tekst koos de redenaar:
Rom. 1. 17.
In korte maar juist gekozen trekken en diepgevoelde taal, die op al de
aanwezigen indruk maakte, welke zich door snikken en tranen lucht gaf,
schetste hij den vruchtbaren en langen werkkring van den vereeuwigde,
hoe hij er steeds naar streefde om zijne veelzijdige talenten, al zijn
gaven van hart en geest dienstig te maken voor het éene doel:
„priester zijn”. En daarom was hij dan ook een priester naar Gods
hart, een priester onovertroffen in den ijver voor Gods eer.
In treffende woorden gaf hij weer, wat de kinderen en vooral de
zusters in den ontslapene verliezen. Met recht mochten zij uitroepen:
„De blijdschap is uit ons hart geweken, onze vreugdezangen zijn in
geween veranderd, want onze kroon is ons van het hoofd gevallen”. Na
van mgr. Franssen nog geschetst te hebben wat hij steeds was als gids,
als geestelijke vader, als vriend, als priester, als zielverzorger,
als weldoener voor den hulpbehoevende, riep hij hem vaarwel toe en
sloot met de troostvolle woorden: „dat zij, die anderen onderwezen
hebben, zullen schitteren als sterren aan het firmament”.
Hierop volgde de droeve gang naar den godsakker, waar het stoffelijk
overschot van den diepbetreurde aan den voet van ʼt kruis, en onder
het lommer van een treuresch, aan den schoot der aarde werd
toevertrouwd, om met dat van zoo veel maagden die daar rusten, den dag
der opstanding te verbeiden.
Zijn wensch is vervuld. Hier toch wilde hij rusten. Bewaarheid zal
worden wat een der kleinen hem hij zijn laatste naamfeest zeide:
„Dankestränen werden wir Dir an deinem bemoosten Grabeshügel noch
weihen, wenn dein reiner Engelgeist schon in höhere Sphären
aufgenommen ist”.
Het beeld van dat waarlijk krachtvol kunstenaarshoofd met zijn dicht
zilverwit haar en frissche gelaatskleur, die helderstralende oogen en
dien vriendelijken glimlach om de lippen, zullen zoo spoedig niet uit
het geheugen worden gewischt van zijne vele vereerders. Bij allen die
hem gekend hebben zal hij in dankbare herinnering blijven door zijn
stichtend voorbeeld bij zijn afsterven gegeven. Zijn dood toch was die
van een christenheld. („Memoriam” bij de familie berustende.)
VI. 137. _Joannes Jozef Hubertus Franssen_ geboren te Tegelen 10
Februari 1828, en huwde te Haelen den 17. Juli 1865 met _Joanna
Verheggen_ geboren aldaar 11 Juli 1833. Hij overleed te Buggenum 24
Mei 1893.
VI. 138. _Jozef Hubertus Franssen_ geboren te Tegelen 4 Augustus 1831,
huwde te Belfeld den 6. Juli 1857 met _Anna Catharina Beelen_ geboren
aldaar 8 Augustus 1833. Hij stierf 2 December 1888 en zijne
echtgenoote 8 April 1912, beiden te Tegelen.
Uit het huwelijk van VI. 137. _Joannes Jozef Hubertus Franssen_ met
_Joanna Verheggen_ sproten 5 kinderen:
VII. 139. _Joanna Franssen_ geboren te Buggenum 13 April 1866.
VII. 140. _Petrus Franssen_ geboren te Buggenum 9 November 1867.
VII. 141. _Jacobus Franssen_ geboren te Buggenum 7 September 1870, en
huwde te Kessel 25 Mei 1909 met _Mathilda Maria Christina van Lier_
geboren te Kessel 29 Mei 1876.
VII. 142. _Cornelia Franssen_ geboren te Buggenum 21 Augustus 1872.
VII. 143. _Helena Franssen_ geboren te Buggenum 23 November 1875.
Uit het huwelijk van VII. 141. _Jacobus Franssen_ met _Mathilda Maria
Christina van Lier_ volgden 2 kinderen:
VIII. 144. _Richardus Maria Wilhelmus Joannes Franssen_ geboren te
Haelen 4 Mei 1910.
VIII. 145. _Maria Elisabeth Joanna Hubertina Franssen_ geboren te
Haelen 10 Juli 1911.
Uit het huwelijk van VI. 138. _Jozef Hubertus Franssen_ met _Anna
Catharina Beelen_ kwamen 3 kinderen:
VII. 146. _Caspar Joannes Hubertus Franssen_ geboren te Tegelen 14 Mei
1860, architect te Roermond, alwaar hij huwde 17 Mei 1892 met _Leonie
Elisa Guillaume_ geboren te Bouillon, België, 27 Januari 1863. Hij is
een kundig architect, waarvan de vele bestaande kerkgebouwen en
gestichten bewijs geven. In 1897 behaalde hij op de tentoonstelling te
Brussel den eersten prijs voor zijn plan der Nederlandsche geloftekerk
van den h. Antonius van Padua te Blerick.
VII. 147. _Lucia Agnes Franssen_ geboren te Tegelen 18 Januari 1859,
huwde aldaar 26 September 1882 met _Leonardus Franciscus Jacobus
Coppes_ geboren te Broeckhuysenvorst 25 Maart 1857, groot industrieel,
zeer werkzaam steen- en pannenfabrikant te Venlo en Brüggen, Rhld.