Wat beteekent deze geschiedenis van Fantine? 't Is de maatschappij,
die een slavin koopt.
Van wien? Van de armoede, van den honger, van de koude, van de
verlatenheid, van de hulpeloosheid, van het gebrek. Een rampzalige
handel. Een ziel voor een stuk brood. De nood biedt aan, de
maatschappij koopt.
De heilige wet van Christus beheerscht onze beschaving; maar zij
doordringt ze nog niet. Men zegt, dat de slavernij uit de Europeesche
beschaving is verdwenen. Dit is zoo niet. Zij bestaat nog altijd;
maar zij drukt slechts op de vrouw, en heet prostitutie.
Zij drukt op de vrouw, dat wil zeggen op de bevalligheid, op de
zwakheid, op de schoonheid, op het moederschap. Gewis, een diepe
schande voor den man!
Op het punt, waar wij met dit smartelijk drama zijn gekomen, is Fantine
niets meer overgebleven van 't geen zij vroeger was. Door zich tot
slijk te verlagen is zij tot marmer versteend: wie haar aanraakt,
huivert. Zij verschijnt u, duldt u, maar zij kent u niet. Zij is een
stugge, maar onteerde gestalte. Het leven en de maatschappelijke orde
hebben het laatste woord over haar uitgesproken. Alles is met haar
gebeurd, wat met haar gebeuren kon. Zij heeft alles gevoeld, alles
verdragen, alles ondervonden, alles geleden, alles verloren, alles
beweend. Zij is onderworpen met die berusting, welke onverschilligheid
gelijkt, evenals de slaap den dood gelijkt. Zij ontziet niets meer. Zij
vreest niets meer. De hemel moge op haar neerstorten, de oceaan haar
verzwelgen. Wat is er haar aan gelegen. Zij is een volgezogen spons.
Zij gelooft het althans. Maar 't is een dwaling, zich te verbeelden,
dat men het lot uitputten en den bodem van wat het ook zij, bereiken
kan.
Helaas! Wat zijn al deze, aldus dooreengemengde
levensbestemmingen? waarheen gaan zij? waarom zijn zij zoo?
Hij, die dit weet, peilt met zijn blik de diepste duisternis.--Hij,
de eenige is--God!