ANDERE GRIEVEN.

Toen het uur van zijn vertrek uit het bagno kwam en Jean Valjean

deze vreemde woorden: "gij zijt vrij!" hoorde, was dit voor hem een

ongelooflijk, ongehoord oogenblik, en een straal van levend licht, een

straal van het ware licht der levenden drong plotseling in hem. Doch

spoedig verbleekte deze straal. Jean Valjean was door het denkbeeld van

vrijheid verblind. Hij had aan een nieuw leven geloofd. Spoedig werd

hij gewaar, welke vrijheid het is, die men met een gelen pas geeft.

En behalve dat, een menigte teleurstellingen. Hij had berekend,

dat, wat hij gedurende zijn verblijf in het bagno gespaard had,

honderd-een-en-zeventig francs moest bedragen. 't Is billijk hier

op te merken, dat hij vergeten had de gedwongen rust der zon- en

feestdagen in rekening te brengen, die gedurende negentien jaren een

vermindering van ongeveer vier-en-twintig francs veroorzaakte. Hoe

het zij, het bedrag was ten gevolge van verscheidene kortingen tot

honderd negen francs vijftien sous verminderd, welke som hem bij zijn

ontslag werd ter hand gesteld.

Hij begreep hier niets van en meende zich te kort gedaan, of, om

't juist te zeggen, bestolen.

Den dag na zijn ontslag, zag hij te Grasse voor een destilleerderij van

oranjebloesem lieden bezig met balen af te laden. Hij bood zijn dienst

aan, die aangenomen werd, wijl er haast bij 't werk was. Hij ging

dan aan den arbeid. Hij was schrander, sterk en handig; hij deed zijn

best. De meester scheen over hem tevreden. Terwijl hij aan 't werk was,

kwam een gendarm voorbij, zag hem en vroeg hem naar zijn papieren. Hij

moest den gelen pas vertoonen. Na dit gedaan te hebben, hervatte Jean

Valjean zijn arbeid. Even te voren had hij een der werklieden gevraagd,

wat zij per dag met dit werk verdienden; ze hadden hem geantwoord:

"dertig sous." Wijl hij den volgenden dag verplicht was zijn reis voort

te zetten, ging hij des avonds naar den meester der destilleerderij

en verzocht hem zijn dagloon. De meester sprak geen woord en betaalde

hem vijftien sous. Valjean maakte zijn beklag. Men antwoordde hem:

"dit is genoeg voor u." Hij drong op meer aan. Toen zag de meester

hem schuw aan en duwde hem toe: "Wacht u voor de gevangenis!"

Ook hier achtte hij zich bestolen.

De maatschappij, de staat, had hem, door zijn besparingen te verkorten,

in 't groot bestolen. Nu bestal de particulier hem op zijn beurt, in

't klein.

Ontslag was geen bevrijding. Men kan het bagno wel verlaten, maar

niet de veroordeeling.

Dat was hem te Grasse gebeurd. Men heeft gezien hoe hij te Digne

werd ontvangen.

De Ellendigen (Deel 1 van 5) · 第 57 / 177 题