ligt, dat mede ongeveer 10 minuten gaans van Hypolitushoef verwijderd
is, en dat, zoo ten opzigte van het getal huizen als personen,
van weinig meer beteekenis is dan Westerklif. Beide laatstgenoemde
gehuchten behooren kerkelijk tot Hypolitushoef.
Ook voor de bewoners van Oosterklif zijn landbouw en veeteelt de
hoofdbronnen van bestaan.
Van hier wandelen wij den Holmdijk en daarna den Westerlandschen
zeedijk langs, die ons weder aan het Wierhoofd, de gewone aanlegplaats
der veerschepen, brengt, zijnde dit het punt, van waar wij onze
wandeling begonnen zijn, gedurende welke wij verzuimd hebben, op
te merken, dat men, behalve de bij Ooster- en Westerklif vermelde
vogelkooijen, ook zoodanige kooijen vindt ten westen van Varderop;
ten westen van den Venneweg, in de nabijheid van Smeerop; een aan
den Kleitelweg, digt bij de Haukes, die echter nu vervallen is;
een ten oosten van Zand-Buren, en een in de nabijheid van de plaats,
waar de zuidwestelijke dijk van den Polder-Waard-Nieuwland aan den
Wieringer zeedijk sluit. [9]--