6. Stroe. (Oudtijds Strude of Stroot.)

Dit dorpje, dat, aangezien het tegenwoordig slechts 13 huizen en c. 70

bewoners telt, eerder den naam van gehucht verdiende te dragen, was

vroeger een zeer groot en welvarend dorp.--Het ligt aan het oostelijk

strand des Eilands, op een half uur afstands, noordoostwaarts, van de

hoofdplaats Hypolitushoef, en bevat, vereenigd met de buurtschappen

Smerp, Noord- of Noorder-Stroe, Buurtwaay of Buurtwei en Noord-

of Noorder-Buren (of Burum) 39 huizen en ongeveer 220 inwoners,

die voor het grootste gedeelte hun dagelijksch brood winnen met het

visschen op zeewier.

Het Hervormde gedeelte derzelve, behoort tot de Gemeente

Oosterland-Stroe en den Oever, wier kerkje vóór de Reformatie

gewijd was aan den H. Willebrordus, en weleer begeven werd door de

Hollandsche Graven, terwijl de bevestiging aan den Aartsdiaken der

Utrechtsche Domkerk behoorde, aan wien ook de begeving stond van eene,

in deze kerk, aan het altaar der Heilige Maagd, gestichte Vikarij. De

pastorale inkomsten dezer kerk waren zeer gering, terwijl de Vikarij,

die belast was met vier missen per week, aan den Vikaris, zoo hij er

zijn verblijf hield, vijftien gulden in het jaar konde opbrengen.--Deze

kerk, die op eenen tamelijk hoogen heuvel staat, en van waar men een

overheerlijk land- en zeegezigt genieten kan, is een klein gebouw,

met eenen toren, doch zonder orgel.--

Boven den ingang der deur is een varken, in opwerk of zoogenaamd

basrelief van Bentheimersteen, uitgehouwen. De tand des tijds heeft dit

teeken, omtrent welks beteekenis men in het onzekere verkeert, bijna

geheel onzigtbaar gemaakt. Of deze kerk vroeger eene Heidensche kapel

zij geweest, en of men toen dit varken boven de deur heeft geplaatst,

om er de Joden uit te houden, even als Adrianus een zwijn boven de

poorten der stad Elia Capitalina liet plaatsen, om het inkomen der

Joden in Jeruzalem bij hen gehaat te maken, is zeker moeijelijk

te bepalen. Wij voor ons, hechten aan deze volksoverlevering

geen geloof. Echter wordt deze kerk, welke van duifsteen is

opgetrokken, tot op den huidigen dag, op Wieringen, de Heidensche

Kapel genoemd.--Men vindt in dezelve vele merkwaardige grafzerken,

waaronder een met eenen vreemden doch onbekenden geslachtsboom, en een,

waarop alle versierselen van eenen bisschop, zelfs mijter en staf,

zijn gebeeldhouwd, doch mede zonder naam. Een en ander, alsook de

hooge ligging der kerk zelve, dagteekent eene aloude stichting.--

Het R. Kat. gedeelte van de gemeente Stroe behoort tot de Statie van

Wieringen, terwijl de Doopsgezinden, welke men er aantreft, behooren

tot de Doopsgez. gemeente van Hypolitushoef-en-Stroe.

Tot Stroe, dat oudtijds Stroot of Strude werd geheeten, behooren de

weinig beteekenende gehuchten

7. Burenwaay of Wei en 8. Noordstroe, die noordwestwaarts van daar

liggen, alsmede het gehucht

Het Eiland Wieringen en Zijne Bewoners · 第 30 / 44 题