Dit dorpje, dat, aangezien het tegenwoordig slechts 13 huizen en c. 70
bewoners telt, eerder den naam van gehucht verdiende te dragen, was
vroeger een zeer groot en welvarend dorp.--Het ligt aan het oostelijk
strand des Eilands, op een half uur afstands, noordoostwaarts, van de
hoofdplaats Hypolitushoef, en bevat, vereenigd met de buurtschappen
Smerp, Noord- of Noorder-Stroe, Buurtwaay of Buurtwei en Noord-
of Noorder-Buren (of Burum) 39 huizen en ongeveer 220 inwoners,
die voor het grootste gedeelte hun dagelijksch brood winnen met het
visschen op zeewier.
Het Hervormde gedeelte derzelve, behoort tot de Gemeente
Oosterland-Stroe en den Oever, wier kerkje vóór de Reformatie
gewijd was aan den H. Willebrordus, en weleer begeven werd door de
Hollandsche Graven, terwijl de bevestiging aan den Aartsdiaken der
Utrechtsche Domkerk behoorde, aan wien ook de begeving stond van eene,
in deze kerk, aan het altaar der Heilige Maagd, gestichte Vikarij. De
pastorale inkomsten dezer kerk waren zeer gering, terwijl de Vikarij,
die belast was met vier missen per week, aan den Vikaris, zoo hij er
zijn verblijf hield, vijftien gulden in het jaar konde opbrengen.--Deze
kerk, die op eenen tamelijk hoogen heuvel staat, en van waar men een
overheerlijk land- en zeegezigt genieten kan, is een klein gebouw,
met eenen toren, doch zonder orgel.--
Boven den ingang der deur is een varken, in opwerk of zoogenaamd
basrelief van Bentheimersteen, uitgehouwen. De tand des tijds heeft dit
teeken, omtrent welks beteekenis men in het onzekere verkeert, bijna
geheel onzigtbaar gemaakt. Of deze kerk vroeger eene Heidensche kapel
zij geweest, en of men toen dit varken boven de deur heeft geplaatst,
om er de Joden uit te houden, even als Adrianus een zwijn boven de
poorten der stad Elia Capitalina liet plaatsen, om het inkomen der
Joden in Jeruzalem bij hen gehaat te maken, is zeker moeijelijk
te bepalen. Wij voor ons, hechten aan deze volksoverlevering
geen geloof. Echter wordt deze kerk, welke van duifsteen is
opgetrokken, tot op den huidigen dag, op Wieringen, de Heidensche
Kapel genoemd.--Men vindt in dezelve vele merkwaardige grafzerken,
waaronder een met eenen vreemden doch onbekenden geslachtsboom, en een,
waarop alle versierselen van eenen bisschop, zelfs mijter en staf,
zijn gebeeldhouwd, doch mede zonder naam. Een en ander, alsook de
hooge ligging der kerk zelve, dagteekent eene aloude stichting.--
Het R. Kat. gedeelte van de gemeente Stroe behoort tot de Statie van
Wieringen, terwijl de Doopsgezinden, welke men er aantreft, behooren
tot de Doopsgez. gemeente van Hypolitushoef-en-Stroe.
Tot Stroe, dat oudtijds Stroot of Strude werd geheeten, behooren de
weinig beteekenende gehuchten
7. Burenwaay of Wei en 8. Noordstroe, die noordwestwaarts van daar
liggen, alsmede het gehucht