Daar worden namelijk zoowel ter bevordering van orde en zedelijkheid

als ter belasting van een verbruik, dat meestal tot misbruik overslaat,

zeer hooge regten geheven op de binnen de Kolonie verkochte rum en op

de patenten, welke slechts aan een bepaald aantal drinkwinkels in ieder

district verleend worden; de ontvangsten daarvan bedragen één vijfde

der koloniale inkomsten en zouden in _Suriname_, in gelijke verhouding

geheven, het hoofdgeld voor een groot gedeelte vervangen kunnen.

Voorts worden dààr hooge _inkomende regten_ niet alleen op alle wijnen

en sterke dranken, maar ook op de meeste artikelen van _consumtie en

weelde_ geheven, en is het bedrag daarvan omtrent twee vijfden van het

totaal der inkomsten; ook wordt er een _matig regt_ bij den _uitvoer_

der stapelproducten geheven; dit is echter meer als eene vrijwillige

opbrengst van de planters te beschouwen, met het uitsluitend doel, om

daaruit de kosten van immigratie te helpen dekken; eene dergelijke

belasting wordt echter in Suriname reeds geheven, en de verhooging

daarvan is zeker niet aan te bevelen, ten zij de opbrengst ook daar

meer uitsluitend tot ondersteuning van een Immigratie-fonds kan worden

aangewend.

Ook zou eene gelijke en algemeene verdeeling van grondlasten en

belasting op gebouwde eigendommen naar de huurwaarde, tot eene

belangrijke en regtvaardige bron van inkomsten gemaakt kunnen worden,

die door de uitgifte van Gouvernements-gronden bij wijze van belooning

of aanmoediging voor de van het Staats-toezigt ontslagene Immigranten en

Kolonisten, steeds zou toenemen, terwijl die _nu_ in _Suriname_, even

als in _Britsch-Guiana, ongelijk drukkend en weinig beduidend is_; men

zal echter in den nog zoo weinig gevorderden staat van maatschappelijke

ontwikkeling en vestiging van de groote meerderheid der bevolking nog

lang op _indirecte belastingen_ moeten steunen en zeer te vreden mogen

zijn, wanneer na het ophouden der hoofdgelden één vijfde van het totaal

der behoeften door de directe belastingen gedekt wordt.

Wat nu _het bedrag_ en _de verhouding van de grondbelastingen_ onderling

zou moeten wezen, dit kan zeker het beste en op de meest onpartijdige

wijze door het Opperbestuur der Koloniën beslist worden; intusschen

gelooven wij te mogen herinneren, dat de _akkergelden_ of _belastingen

op den grond_, _voor de plantages_, _houtkapperijen_ en _bebouwde erven

of provisiegronden van minder dan één akker_, tot zeer verschillend

bedrag behooren aangeslagen te worden.

Behalve de meeste der reeds bestaande belastingen kunnen als bronnen der

inkomsten tot dekking van de meer uitsluitend voor Paramaribo en den

handel aldaar benoodigde uitgaven voor landingplaatsen, hospitalen enz.

in aanmerking komen: de verkoop van regenwater aan de schepen (alleen

het oprigten van groote ijzeren regenbakken bij de publieke gebouwen

is daartoe noodig); voorts het bouwen van eene behoorlijk overdekte

en afgesloten markt met goede stellingen, slagterij en ijshuis aan

de rivier; in Demerary worden groote voordelen uit eene dergelijke

inrigting getrokken door de bepaling, dat alle marktwaren die van buiten

worden aangevoerd, aldaar verkocht moeten worden.

Als het laatste, hoewel niet het minst belangrijke, herinneren wij aan

de groote, ja de dringende noodzakelijkheid van goede verordeningen

omtrent Immigratie en Kolonisatie, ter uitvoering en ter aanvulling zoo

veel mogelijk van 't geen daaromtrent in art. 4 der Emancipatie-wet is

vastgesteld.

Die verordening zal hoofdzakelijk het volgende moeten bevatten:

Aanwijzing (te gelijker tijd in het _Surinaamsche Gouvernementsblad_

afgekondigd) van de plaatsen waar de belanghebbenden, onder de

bescherming der Nederlandsche vlag en door tusschenkomst van een Consul

of Gouvernements-Agent, vrije arbeiders mogen aanhuren;

Bepaling van het bedrag der premiën, welke op den aanvoer van

Immigranten uit verschillende landen, worden uitgeloofd en van de

voorwaarden waarop die zullen worden uitbetaald.

Vaststelling der betaling van Gouvernements-Agenten en andere kosten

van het toezigt door de Regering, op den aanvoer van Immigranten, ter

plaatse van aanhuring zoowel als in de Kolonie, te houden.

Bepaling van den tijd of duur der huur-contracten, welke met

verschillende soort van Immigranten in den vreemde gesloten mogen worden

en van de verschillende voorregten, welke in de huur-contracten, boven

en behalve de als minimum bij Gouvernements-tarief vastgestelde loonen,

aan de Immigranten moeten verzekerd worden.

Van den tonnenlast of den inhoud der schepen, waarmede de Immigranten,

uit de landen beoosten de Kaap de Goede Hoop, en van die waarmede de

Immigranten uit landen bewesten die Kaap, mogen aangevoerd worden, en

van de ruimte per hoofd, de hoeveelheid drinkwater, de schafting, de

geneeskundige verzorging enz., die hun bij de verschillende overtogten

moeten verzekerd zijn.

Van hetgeen bij de aankomst van Immigranten van wege het Koloniaal

Bestuur, voornamelijk door den Agent-Generaal van Immigratie, zal gedaan

worden, ter verzekering dat de _dóór_ of _vóór_ hen bedongen voorwaarden

van aanhuring bij overtogt, landing en plaatsing, zijn en worden in

acht genomen; dat voorzien wordt in het lot van hen, die in een tot

arbeid ongeschikten staat aangebragt mogten worden; dat alleen voor de

werkbaren de premiën worden uitbetaald en dat behoorlijke registers van

alle de in de Kolonie gelande Immigranten en Kolonisten gehouden worden.

Van de op den huurder rustende verpligting om naauwkeurig rol of boek

te houden van de op zijne plantage aanwezige Immigranten, ter inzage

van den Landdrost of den met het Staats-toezigt en de Immigratiezaken

belasten ambtenaar, en dat door hem geregeld om de zes maanden verslag

moet ingediend worden van de aanwezigen, de weggeloopenen, de geboorten

en de sterfgevallen.

Van de boeten of andere straffen op het verbreken of niet naleven van

huur-contracten, zoo voor den huurder als den Immigrant.

Van de redenen waarom en de wijze waarop de huur-contracten als nietig

beschouwd of op gezag van het Koloniaal Bestuur verbroken kunnen worden.

Van de straffen waaraan de Immigranten zich door wegloopen, onwil tot

arbeid of ander wangedrag blootstellen.

Van het aantal dagen en het aantal uren iederen dag welke van de

Immigranten als een jaar arbeid onder werk-overeenkomst gevorderd mogen

worden.

Omtrent het inhouden van loonen, bij het niet verrigten van arbeid door

de Immigranten.

Omtrent de strafbaarheid van huurders die Immigranten in dienst nemen of

te werk stellen, zonder zich verzekerd te hebben of ze ook aan anderen

verbonden zijn; en van hunne verpligting om van het wegloopen hunner

Immigranten _terstond_ aan den met de Immigratiezaken belasten ambtenaar

berigt te doen.

Van het regt van den Immigrant om, na volbragten diensttijd, een

certificaat of bewijs daarvan te vragen en des noods door tusschenkomst

van den Landdrost uit handen van zijn meester te eischen.

Van het regt van den Immigrant, uit zoodanig certificaat voortvloeiende,

om een finaal ontslag of paspoort als zoodanig van 't Bestuur te

erlangen, waardoor hij vrij is de Kolonie te verlaten of er zich als

burger neder te zetten.

Omtrent de aanspraak op vrije terugreis naar het land van herkomst, en

op welke voorwaarden die aan zekere soort van Immigranten kan toegezegd

worden.

Omtrent het terugzenden van invalides en tot arbeid ongeschikten naar de

landen van waar zij kwamen, in geval zij tot last der Kolonie mogten

komen.

Omtrent de strafbaarheid van scheeps-gezagvoerders die Immigranten

zonder paspoort mogten uitvoeren, en van de Immigranten die van valsche

papieren gebruik mogten maken.

* * * * *

Tot zoo verre de opsomming van 't geen wij in de eerste plaats als de

dringende pligten van 't Koloniaal Bestuur, ten opzigte van Suriname

beschouwen; nu volgt in de tweede plaats onze meening omtrent hetgeen

bij een nieuw Regerings-Reglement, als grondslag van een beter en meer

oeconomiesch beheer der koloniale belangen en geldmiddelen, in de

toekomst even noodzakelijk is, als de lang gewachte en veel besproken

Regterlijke Organisatie dit voor eene goede regtsbedeeling geoordeeld

wordt.

Het is waar, tot heden meende de Regering door de verzekering van eene

betere regtsbedeeling reeds veel, zoo niet alles te zullen winnen wat in

de bestaande omstandigheden mogelijk was; en zoo lang de slavernij niet

opgeheven was, zag men te regt tegen de groote bezwaren op, welke aan

het invoeren van een nieuwen en meer liberalen Regeringsvorm in eene

slavenkolonie verbonden zijn; die moeijelijke quaestie bleef dus nog

altoos, zoo niet geheel buiten behandeling, dan toch, even als de

Regterlijke Organisatie, _onafgedaan_.

Nu echter de opheffing der slavernij is vastgesteld, mag deze voor de

welvaart der West-Indische Koloniën zoo hoogst gewigtige zaak niet

langer uitgesteld blijven en zal volgens de Koninklijke toezegging,

daaromtrent in de jongste troonrede uitgesproken, den kolonisten

voorzeker eene ruimere gelegenheid aangewezen worden dan tot heden

bestond, om, al werkende en ijverende voor eigen voorspoed en fortuin,

ook in het bestuur hunner koloniale aangelegenheden te deelen en de

_meest praktische middelen en maatregelen_ tot behoud en ontwikkeling

van industrie aan de hand te doen.

Ten einde onze begrippen te verklaren omtrent den aard en de strekking

van de medewerking die wij aan de _West-Indische kolonisten in 't

algemeen_ en aan die van _Suriname in 't bijzonder_ ter bevordering

van een goed en zuinig beheer hunner publieke aangelegenheden wenschen

aangewezen te zien, willen wij hier met weinige woorden doen uitkomen

wat de ondervinding daaromtrent in de _Britsche West-Indische Koloniën

na de emancipatie_ heeft geleerd.

Wij kiezen daartoe natuurlijk die, welke door uitgestrektheid en

vruchtbaarheid van grond, zoowel als door den aard en de betrekkelijke

geringheid van bevolking, het best met Suriname te vergelijken zijn, en

noemen dus drie der voornaamste welke, _ieder onder een verschillenden

Regeringsvorm_, de zware beproeving eener onvoorbereide emancipatie met

zeer uiteenloopende resultaten hebben doorgestaan, namelijk _Jamaïca_,

_Trinidad_ en _Britsch-Guiana_.

Wanneer nu bij gevolgtrekking tot een besluit kan gekomen worden,

omtrent hetgeen men als eene geschikte maat van _zelf-bestuur_ voor

_Suriname_ mag aannemen, dan zal er wel geen bezwaar bestaan, dit in een

ruimen zin ook op Curaçao en onderhoorig Gouvernement toepasselijk te

maken, daar het algemeen erkend is, dat de maatschappelijke toestand

zoowel als de individuële ontwikkeling van de bewoners _dier Eilanden_

op een beter geregeld en hooger standpunt staan dan dit met de bevolking

van _Suriname_ het geval is, en daar er bovendien door eene toenemende

en talrijke bevolking meer _aanbod dan vraag naar arbeid_ zijnde, geen

stilstand of achteruitgang van de bestaande industrie te wachten is,

zoodat tot welzijn dier Koloniën en in 't belang van 's lands schatkist

het eigen bestuur aldaar (_altoos onder toezigt der Hooge Regering_)

zoo veel mogelijk ruimte moet gelaten worden om, bij opheffing van

al wat den handel, 't vrije verkeer en de industrie aldaar nog mogt

belemmeren, voor de meeste dier eilanden eene betrekkelijke welvaart en

vooruitgang te verwachten.

_Jamaïca_, met eene bevolking van omtrent 360,000 zielen over 6000

vierk. Engelsche mijlen oppervlakte, verheft zich van ouds op het bezit

van eene vertegenwoordigende wetgevende eigen Regering, bestaande uit

een Gouverneur-Generaal en Raad van State[5], benoemd door de Kroon,

een wetgevenden Raad van 17 leden, waarin niet meer dan 5 loontrekkende

ambtenaren mogen zijn, mede benoemd door de Kroon, en eene talrijke

Volksvertegenwoordiging (_House of Assembly_).

[5] _Privy Council_ of geheime Raad.

Door deze zóó omslagtige en slecht werkende inrigting, hebben er echter

_de Regering, de grondbezitters en het meest beschaafde gedeelte der

bevolking_ een te geringen en onzekeren invloed op het bestuur en den

gang van zaken. Daar de qualificatie voor het stemregt laag gesteld is,

_zonder eenige andere qualificatie voor hen die verkiesbaar zijn_, dan

dat zij 10 Pd. St. aan directe belastingen betalen moeten, zoo heeft de

stem van 't volk (voor negen tienden negers of kleurlingen) dáár te zeer

de overhand en worden alle krachtige maatregelen tot ontwikkeling der

industrie, vooral wanneer er groote uitgaven en Gouvernements toezigt

aan verbonden zijn, _zoo als de immigratie, de openbare werken enz._,

door de meerderheid der wetgevende vergadering onmogelijk gemaakt, de

algemeene aan de plaatselijke of persoonlijke belangen opgeofferd en het

eiland, bij steeds achteruitgaande productie, meer en meer verarmd, zoo

als trouwens algemeen bekend is en uit de opgaven van uitvoer en het

onbetaald blijven van oude en nieuwe leeningen en schulden genoegzaam

blijkt.

_Trinidad_, met eene bevolking van omtrent 70,000 zielen over 2000

vierk. Eng. mijlen oppervlakte, wordt bestuurd door een Gouverneur en

een uitvoerenden Raad van drie leden, (de kommanderende officier, de

algemeene secretaris en de advocaat- of procureur-generaal); er is ook

een Wetgevend Ligchaam van 15 leden, negen waarvan ambtshalve en zes

waarvan buiten ambtsbetrekking, door de Kroon benoemd worden; hier is

echter geen vertegenwoordigende vergadering. Deze Regeringsvorm nog

gedeeltelijk uit vroegere jaren, _toen het Eiland Spaansch was_,

overgenomen, hoe beperkt en onvolkomen zij den bewoners van _Jamaïca_,

_Barbados_ en andere Britsch West-Indische Eilanden ook moge schijnen,

bij vergelijk hunner sedert eeuwen door Koninklijke charters of

vrijbrieven gevestigde constitutiën en privilegiën van eigen bestuur,

heeft echter, _het is thans algemeen erkend_, veel beter beantwoord en

tot welvaart geleid dan de vertegenwoordigende Regeringsvorm dit op

_Jamaïca_ doet, hoewel de omstandigheden waarin het Eiland _Trinidad_

na de emancipatie door gebrek aan arbeid enz. verkeerde, niet minder

moeijelijk waren dan die van Jamaïca.

Hier dient echter opgemerkt te worden dat die Koloniale Raad voor een

groot gedeelte uit de meest invloedhebbende en welgestelde kolonisten

wordt gekozen en dus een dadelijk belang in het behoud der koloniale

industrie heeft; dat hij _met open deuren beraadslaagt_ en dat de

begrooting en vaststelling van de ontvangsten en uitgaven onder de

_censuur_ van de vrije dagbladpers geschiedt, weshalve hij, hoezeer niet

door het volk gekozen, wel degelijk aan het publiek verantwoordelijk is

en steeds alles deed wat in zijne magt was om de hulp en medewerking

der Hooge Regering te verkrijgen tot het bevorderen van immigratie, uit

de koloniale middelen en door leeningen, welke onder waarborg van den

Staat op gunstige voorwaarden gedaan werden, waardoor dan ook duizende

immigranten van de _West-Indische Eilanden_, _Madera_ en _Britsch-Indië_

derwaarts gebragt werden en de bevolking, gedurende de 24 jaren na

emancipatie, van 42,000 tot omtrent 70,000 is toegenomen, terwijl de

uitvoer van 1842 tot 1862 meer dan verdubbelde.

Ook bewijzen de laatstbekend geworden parlementaire opgaven tot

1862, dat men er steeds, _met gegronde hoop op de toekomst, onder de

zorgvuldige leiding en door tusschenkomst van de Regering, voortgaat_

met immigranten in te voeren en in welvaart toe te nemen.

_Britsch-Guiana_ (vroeger de Hollandsche koloniën Essequebo, Demerary

en Berbice), met slechts omtrent 140,000 zielen op meer dan 70,000

vierk. Eng. mijlen uitgestrektheid, is, sedert het aldaar na de

emancipatie ondervonden verval van landbouw-industrie, door den

invoer _van omtrent honderd duizend Immigranten_, weder tot vroegere

productie en welvaart opgekomen; de daartoe vereischte, voor die

Kolonie zoo reusachtige inspanning en uitgaven konden natuurlijk niet

zonder een ijverig en onvermoeid zamenwerken van 't bestuur met de

belanghebbende planters verkregen en tot een goed einde aangewend

worden, en 't is daarom voor ons doel van belang om aan te wijzen,

_dat_ en _waardoor_ die heilzame zamenwerking grootendeels _in de

grondslagen_ van dat bestuur gelegen zijn; het is namelijk te zamen

gesteld uit een wetgevend ligchaam van tien leden, hetwelk nog de

oud-Hollandsche benaming draagt van "_Hof van Policy_" en door den

Gouverneur der Kolonie wordt gepresideerd; de leden van dit ligchaam

zitten voor de helft ambtshalve, zij zijn: _de Gouverneur_, _de

Opperregter of President van 't Geregtshof_; _de algemeene of koloniale

Secretaris_; _de Attorney-General of Procureur-Generaal_ en den

_Administrateur-Generaal_, terwijl de overige vijf leden door een

collegie van kiezers uit de ingezetenen, worden benoemd.

Dit hof van Policy nu wordt jaarlijks, gedurende eenige weken,

tot het vaststellen der koloniale begrooting bijgestaan door zes

afgevaardigden uit de verschillende districten; men noemt ze:

"_finantial representatives_" en zij worden, even als de leden van

het _kiezers-collegie_, door regtstreeksche stemming gekozen.

Hetgeen echter in deze constitutie bijzonder tot behoud der

Kolonie heeft bijgedragen, "gedurende" en "na" het moeijelijke

overgangs-tijdperk van slavernij tot vrijheid, is, dat de leden van

het hof van Policy (volgens de _oud-Hollandsche_ bepaling van 1774,

waaraan deze instelling haar ontstaan heeft te danken), moeten zijn

"_Colonieren_" eene benaming of qualificatie die men tot geluk der

Kolonie, onder de bekrachtiging van later door de Britsche Regering

uitgevaardigde besluiten, heeft aangenomen, en beschouwd als

gelijkstaande met planter of in de Kolonie wonenden plantage-eigenaar,

en waardoor het eigenbelang der voornaamste ingezetenen op krachtige

wijze, ter bevordering van de middelen tot instandhouding van de groote

landbouw-industrie, en dus van de algemeene belangen, is dienstig

geweest. De _finantiële vertegenwoordigers_ echter worden, even als de

_kiezers_, zonder bijzondere qualificatie van stand of eigendom gekozen,

de eerste voor den tijd van twee jaren, de laatste voor het leven of

gedurende den tijd van hun verblijf in de Kolonie.

Om eene stem bij de regtstreeksche verkiezingen te mogen uitbrengen

moet men belasting betalen over een inkomen van ten minste 139 ponden

sterling of directe belasting van 5 pond sterl. 's jaars. Vacatures in

het hof van Policy, door de tweejaarlijksche aftreding van het oudste

lid, door sterfte of op andere wijze ontstaande, worden aangevuld door

keuze, _uit eene dubbele benoeming_, welke door het _collegie van

kiezers_ aan het _hof van Policy_ wordt ingezonden; bij het staken

der stemmen heeft de _Gouverneur_ eene dubbele stem.

De discussiën bij de jaarlijksche te zamenkomst tot vaststelling der

begrooting, zoowel als die van het hof van Policy, geschieden met open

deuren en zijn natuurlijk aan de onbeperkte kritiek van het publiek

onderworpen.

Nu heeft de ondervinding bewezen, dat, terwijl in alle geldzaken, de

vijf koloniale leden van het hof van Policy, benevens de zes finantiële

vertegenwoordigers, een meer dan voldoende waarborg tegen overdrevene,

ondoelmatige of onnoodige uitgaven zijn, wanneer die door het uitvoerend

gezag soms werden voorgesteld, die invloed nimmer strekte om voorstellen

tot wezenlijke verbetering of ontwikkeling van den landbouw en de

nijverheid der Kolonie, hoe kostbaar en moeijelijk ook, te belemmeren,

ja dat zelfs veelal de voorstellen tot aanvoer van arbeiders, het

daarstellen en verbeteren van openbare werken, enz., van de koloniale

leden in het hof van Policy en van de finantiële vertegenwoordigers

zijn uitgegaan.

Het verdient hier dus overweging dat, terwijl de _ruime toepassing_

van den vertegenwoordigenden regeringsvorm thans als de voornaamste

oorzaak is aan te merken, dat er tot instandhouding van het schoone

en vruchtbare eiland _Jamaïca_ niets is gedaan kunnen worden, het

zeer eenvoudig te zamen gestelde, volgens vaste regelen door de Kroon

benoemde koloniaal bestuur op _Trinidad_ wonderen heeft verrigt, tot

herstel van 't geen ten gevolge der emancipatie in verval was geraakt,

en dat onder dit bestuur binnen een twintigtal jaren zoowel de bevolking

als de industriële welvaart schier zijn verdubbeld.

Wij gelooven dan ook dat het tegenwoordige koloniale _Bestuur van

Suriname_ door eenige belangrijke wijzigingen in deszelfs grondslagen

en attributen, _met even gunstigen uitslag_ werkzaam zou kunnen

zijn als dat van _Trinidad_. Dewijl echter de meer uitsluitend bij

_Suriname_ te vergelijken oud-Hollandsche Koloniën _Demerary, Essequebo

en Berbice_, onder hunne op _Engelsche leest verruimde_ instellingen

van eigen-bestuur, ontegenzeggelijk de grootste bezwaren zijn te

boven gekomen, welke bij een uitgestrekt, zeer heet en vruchtbaar

keerkrings-gewest, bij enorme aan den grond verbonden kapitalen,

door gebrek aan tot geregelden veldarbeid genegen handen, kunnen

ontstaan, en er ook met het oog op de verschillende zich meer en meer

teekenende plaatselijke Koloniale belangen, goede redenen zijn om den

vertegenwoordigenden Regerings-vorm, zoo veel dit in de bestaande

omstandigheden _raadzaam_ is, tot grondslag _voor het Bestuur_ van

_Suriname aan te nemen_, daar bovendien _van een wel ingerigt, onder

toezigt der Hooge Regering werkend, eigen bestuur_, die inspanning

en opofferingen te wachten zijn waardoor, met Gods zegen, de Kolonie

van geheel verval te redden en eene betere toekomst te verwachten is,

zoo hopen en vertrouwen wij dat bij de samenstelling _van het nieuwe

Regerings-Reglement_, dit beginsel zal voor op staan en dat, bij

vermijding van het omslagtige, veel zal overgenomen worden van 't

geen bij onze buren door eene ondervinding van omtrent 25 jaren na

emancipatie, goed bleek te zijn.

Zoo doende zal het koloniaal bestuur, wel verre van door de

vertegenwoordigers der goede ingezetenen _in den Kolonialen Raad_

belemmerd of tegengewerkt te worden, onder de leiding en voorzitting van

bekwame en menschkundige Gouverneurs, het _Opperbestuur in Nederland_

ontlasten van de meeste _dier zaken en bemoeijingen_, welke, beter en

met minder kosten voor de schatkist, in de Kolonie kunnen overwogen,

beschikt en afgedaan worden.

En hiermede sluiten wij de opmerkingen en aanbevelingen, welke uit

sympathie met de West-Indische Koloniën en ten nutte van den Staat door

ons gemaakt en gegeven werden, vertrouwende dat bij de belanghebbenden,

zoowel in _Nederland_ als in de Kolonie _Suriname, uit tegenspoed en

nood_, de eendragt, het zelfvertrouwen en de voortvarendheid zullen

geboren worden, welke onmisbaar zijn om de vele moeijelijkheden te boven

te komen, die hen bij hunne pogingen tot instandhouding van de groote

landbouw-industrie wachten en die—_wij hopen het nog altoos_—bij

ernstig tijdig aanzoek hunnerzijds, door _de leiding_ en _dadelijke hulp

der Regering_, geheel overwonnen zullen worden.

Hoogst aangenaam zou het ons zijn, wanneer, dank de vereenigde pogingen

van Opperbestuur en belanghebbenden, na eenige jaren blijken mogt dat

wij de toekomst van _Suriname_ in 1862 _te duister_ hebben ingezien.

_Bij _GEBROEDERS BELINFANTE_ zien het licht,_

van denzelfden Schrijver:

BIJDRAGE, ter aanwijzing van de _grondslagen_, waarop de

_~Afschaffing der slavernij in Suriname~_ dient gevestigd te

worden ƒ 0.50.

BESCHOUWING van het op 25 October 1858 voorgesteld ontwerp

van wet tot _~Afschaffing der slavernij in Suriname~_,

voornamelijk tot de aanwijzing van de noodzakelijkheid eener

_gelijktijdige en voldoende Immigratie_ ƒ 0.50.

DE QUAESTIE _van ~Vrijen Arbeid~ en ~Immigratie~ in de

West-Indiën_, toegelicht ƒ 1.25.

Voorts:

Mr. S. C. COHEN, _het Regt van het eiland St. Martin_ ƒ 0.25.

De opheffing van de slavernij en de toekomst van Nederlandsch West-Indie · 第 2 / 3 段