Op het verzoek van mijn opdrachtgevers, een album over vogels te
schrijven, ben ik niet dan na lange aarzeling ingegaan. Er waren
zoovele bezwaren, waarvan het ergste wel was, dat mijn eigen ervaring
op dit gebied zich niet verder uitstrekte dan tot de inheemsche vogels.
Wat betreft text en illustratie der exoten, dienden dus alle gegevens
aan andere bronnen ontleend. Zooveel mogelijk heb ik echter getracht
dit bezwaar te ondervangen, door te laten teekenen naar het uitgebreide
materiaal in de verzamelingen van het Koninklijk Zoölogisch
Genootschap: „Natura Artis Magistra”. Waar het levende ontbrak, werd
gewerkt naar ’t opgezette, dat dank zij de welwillendheid van de
directie van dit Genootschap, steeds tot beschikking van den
illustrator, den heer H. J. Wolff, stond. Schoten deze collecties
evenwel beide te kort, dan werd de toevlucht tot boeken genomen.
Dat Brehm, zoowel door den heer Wolff voor de illustraties, als door
mijzelf voor de text, herhaaldelijk is geraadpleegd, spreekt haast
vanzelf. Doch ook het werk van Livingstone Bull, Lissmann, Gould,
Temminck, Schlegel, Meerwardt en Soffel, Thysse, Schillings, Wood en
nog zoovele anderen, hebben den illustrator in de voor hem zoo
buitengewoon moeilijke taak terzijde gestaan. Bij de indeeling in
hoofdstukken en de volgorde der vogels heb ik mij evenwel niet aan
Brehm, maar aan de systematiek van Reichenow willen houden.
Voelde ik dit alles van te voren reeds als groote moeilijkheden, bij de
arbeid bleek het nog zwaarder te wegen dan ik vermoed had.
Tenslotte helpt dezelfde gedachte, die mij in den aanvang het aanbod
deed aanvaarden, mij nu bij de voltooiing ook weer over al deze
bezwaren heen: de bedoeling van dit album is slechts, aan kinderen een
eenvoudig en onopgesmukt verhaal over vogels te doen.