[1] Haarlem 1887.
[2] Bij de oorspronkelijke opvoeringen was het tooneel
hoogstwaarschijnlijk in twee helften verdeeld.
[3] maagd
[4] hooren
[5] te voren
[6] dan kunt ge een wonderlijke zaak vernemen
[7] schurk
[8] oer = oor = erfgenaam
[9] jongen
[10] verdriet
[11] die hem
[12] bewerkte
[13] heer
[14] zwijgt
[15] hoe het
[16] verwenscht
[17] geweest
[18] het leven
[19] grysaard
[20] lusthof
[21] woud, boschrijk land
[22] Bastaert bliven = verstoken blijven (eig. als een bastaard)
[23] schiep
[24] moeite doen
[25] held, strijder, voornaam persoon
[26] Damascus
[27] machtig
[28] doet mij pijn van verdriet
[29] neerslachtig
[30] op den tijd van de metten = vroegdienst in de Katholieke kerk
tegen den ochtend. Let op dat een Mohammedaan over de "metten" spreekt!
[31] kersten = christen
[32] tot het Christendom overgaan.
[33] werd
[34] Zoo is het
[35] in de middelned. literatuur in het algemeen benaming voor een
heidensche godheid; van het verschil tusschen Mohammedanen en Heidenen
waren de Middeleeuwers niet wel bewust
[36] Indien niet wordt gedaan
[37] voorzorg, behoedzaamheid
[38] bedenken
[39] goed van pas
[40] verbijsterd
[41] dat ik niet weet wat te doen
[42] onmiddellijk
[43] onverwijld
[44] in handen krijgen
[45] mijn
[46] Mohammed, hier een Saraceensche afgod
[47] gunst
[48] ik hem
[49] meen ik
[50] of ik zal
[51] macht
[52] te mijner beschikking
[53] bedacht
[54] eigendom
[55] heiden
[56] wij hem
[57] wanen
[58] vlug
[59] draalt
[60] met u mee, in uw bezit
[61] deze plaats is niet duidelijk: wellicht beteekent het "op de gis"
"in het wilde weg"
[62] lust
[63] dierbaar aan
[64] die hem
[65] sedert
[66] stellig
[67] volkomen
[68] vertoornd
[69] wyze van doen
[70] vertel
[71] vrees
[72] voortdurend
[73] hem dooden
[74] vanwaar
[75] ter wille van
[76] zoodanige
[77] voor 't verband hier bij te denken: "dat"
[78] onmiddellijk
[79] het land der heidenen
[80] die Balderijs heet, d.i. vermoedelijk Bassora, Z.O. van Bagdad
[81] Turkije
[82] ridder
[83] gewon
[84] geslacht
[85] ziedaar
[86] heet
[87] bezit
[88] ontvangen
[89] geschenk
[90] opvoeden
[91] als
[92] welnu
[93] verbergen
[94] vertellen
[95] na langen tijd
[96] onstandvastig, hier ongeveer in de beteekenis van: "er is geen
peil op ze te trekken"
[97] let op "Venus" in de mond van den Saraceen
[98] aan 't werk ging
[99] Naar Middeleeuwsche meening een Saraceensche afgod. De naam is
misschien een verbastering van een Grieksche en Latijnsche bijnaam
van Hermes (Mercurius)
[100] onmiddelijk
[101] Mohammed (zie bij Mamet vs. 114)
[102] vondeling
[103] let op, draag zorg
[104] voed hem op
[105] heet
[106] gezonden
[107] ooit
[108] door
[109] scheuren, breken
[110] op deze wijze
[111] geen zier
[112] of
[113] heeft den
[114] kwelling
[115] vermaard
[116] tante
[117] ten opzichte van u
[118] boosaardig
[119] = dat ze niet wist dat ik in de nabijheid was
[120] gewaagde ervan
[121] zij is op een anderen weg
[122] ik zou toch
[123] leven
[124] in elk geval, volstrekt
[125] zie vs. 270
[126] buiten zichzelf
[127] zwijg
[128] verdorven, gestraft
[129] vrouw van slechten levenswandel
[130] vermoord
[131] ooit
[132] gevangen
[133] voor mij optreden, vrijpleiten
[134] onschuld
[135] zonder wien niets geschiedt
[136] onverdiend en onschuldig
[137] genadig
[138] barmhartig
[139] boosaardig
[140] doe mij recht verkrijgen
[141] kent
[142] bereid
[143] pleegt
[144] slaap
[145] rust
[146] bevangen
[147] toen hem
[148] in het geheel niet
[149] hij heeft een fiere, edele, inborst
[150] dit woord is hier niet zeer begrijpelijk. Moltzer wil er
"kenlijk" voor in de plaats lezen
[151] geleden
[152] wel
[153] liefste
[154] schoon
[155] Deed ik het
[156] waande ik
[157] van begin tot einde
[158] wist
[159] houd het ten goede
[160] wandelen
[161] haar, bezitt. voornaamwoord
[162] te boven komen
[163] moge
[164] schande
[165] of ik...
[166] onderzoek gedaan
[167] bij
[168] oneer
[169] nooit
[170] bovendien
[171] meer dan
[172] mensch
[173] gehandeld
[174] = dat en = dat... niet
[175] vreugde
[176] daarvoor moet ik u eeuwig prijzen
[177] eigenl. zich verheugen, feestvieren; hier behagen scheppen in
[178] eerst
[179] gedraald
[180] deugt
[181] teweeggebracht
[182] verdriet
[183] helaas!
[184] Of ik....
[185] ter wille van (uw) genade = goedheid
[186] edel
[187] spoedig
[188] zult hem
[189] rondom
[190] op de "bant"
[191] verheugd
[192] bepaald
[193] "van edelen bloede"
[194] wanneer ik niet heb...
[195] zou het hem betaald zetten
[196] geheel en al
[197] ligt
[198] gevangenis
[199] volgens het handschr. Waarschijnlijk moet er staan: verraderie
[200] dit alles
[201] dat en
[202] draag hem
[203] stoplap voor 't rijm = voorwaar
[204] deugd, hier meer in de beteekenis van weldaad
[205] vreugde
[206] weet dit
[207] terstond
[208] dichtbij
[209] op het idee bracht
[210] dralen, toeven
[211] hier in 't algemeen: edelman
[212] schiep
[213] genadig
[214] verlossen
[215] want de vreugde is eindeloos groot
[216] had ik hem
[217] onmiddellijk
[218] zeer
[219] dienaar
[220] schulden
[221] uit liefde
[222] zeer
[223] verdwenen
[224] leed
[225] Mamet (= Mahoen), zie vs. 114
[226] eerder
[227] edele
[228] ik ze
[229] kwartieren
[230] verloor
[231] die aan het kruis wilde sterven
[232] nooit kwam voor ...
[233] misdaad
[234] of ze
[235] aan het licht komen
[236] in 't eind
[237] doornenkroon
[238] of hij moest mij ontgaan doordat hij in de aarde wegzonk
[239] in het gebied der christenen
[240] ontkomen
[241] laten varen
[242] eveneens
[243] hemel
[244] kuisch, edel
[245] dat is zooals het behoort, niet meer dan billijk
[246] toeven
[247] verloren
[248] tegenspoed
[249] verlaat
[250] in goeden hoghen = verheugd
[251] den jongeling zoo bemint
[252] edel
[253] pelgrim
[254] lieve, geliefde
[255] beter
[256] ooit
[257] of ik moest....
[258] moeite
[259] bij de
[260] hier
[261] om mijnentwil
[262] overgeven
[263] d. i. de kroon
[264] hier = plan
[265] bedacht
[266] ontvangen
[267] hierheen
[268] ten opzichte van
[269] nl. van het hart
[270] geleden
[271] afhandig maken
[272] bepaald
[273] manier van doen, van spreken
[274] vertelt
[275] buiten mij zelf
[276] durfde
[277] heer
[278] schiep
[279] d.i. endedach = sterfdag
[280] dat en
[281] altijd
[282] noch
[283] zie vs. 363; de heele uitdrukking = schurk
[284] ooit
[285] wijsmaken
[286] strijdperk (voor een tweegevecht als godsoordeel)
[287] aantijgen, beschuldigen
[288] hier: booswicht
[289] juist van pas, onverwacht
[290] kist
[291] van ivoor
[292] verwedden
[293] dag des oordeels, hier sterfdag;
[294] in het einde, d.i. bij uw dood
[295] d.i. verselt (vergezeld) = vereenigd
[296] gunne, verleene
[297] op zijn gemak
[298] klucht; na een "abel spel" werd een "sotternie" = een klucht,
vertoond
[299] trap