Leeraar H.B.S. te Apeldoorn.
Tweede, herziene druk.
Uitgegeven door
"De Zonnebloem" te Apeldoorn.
1918.
Gedrukt ter drukkerij van de firma JOHs. J.C. VAN DER BURGH te
Deventer.
De hier volgende text van de "Esmoreit" is een publicatie volgens
het handschrift naar Moltzer's lezing.
Het "Abel Spel van Esmoreit, sconincs sone van Cecilien", is een van de
Middeleeuwsche tooneelstukken, die te vinden zijn in een handschrift,
dat te Brussel bewaard wordt en vermoedelijk uit het laatste kwart
van de XIVe eeuw dagteekent. Dit handschrift bevat "abele" spelen,
d.w.z. kunstige, vernuftige, ernstige spelen, in tegenstelling met de
kunstlooze "sotternieën" (kluchten), die zich mede in de verzameling
bevinden en na de opvoering van een abel spel werden vertoond.
Deze abele spelen met de daarbij behoorende sotternieën
zijn vermoedelijk opgevoerd door rondtrekkende voordragers:
sprooksprekers. We kunnen met een aan zekerheid grenzende
waarschijnlijkheid zeggen, dat we hier te doen hebben met een
afzonderlijke ontwikkeling van dramatische kunst, die staat
buiten en los van de groote lijnen waarlangs het moderne drama,
voortgekomen uit het kerkelijk drama van de Middeleeuwen, zich
heeft ontwikkeld. Het is hier, bij een uitgave die geenerlei
wetenschappelijk doel beoogt of zoodanige pretentie heeft, niet de
plaats, om op deze literair-historische strijdvraag nader in te gaan;
de belangstellende lezer zij verwezen, o.m. naar het helder betoog van
Dr. J. te Winkel in zijn "Geschiedenis der Nederlandsche Letterkunde"
(Deel I, blz. 530-538). [1]
Zooals boven gezegd werd, deze uitgave heeft geenerlei
wetenschappelijke pretentie; vandaar dan ook dat de aanteekeningen
bij de text, zich van alle philologische geleerdheid onthouden en
zich bepalen tot het geven van de noodzakelijke verklaringen.
Wat ons dan bewogen heeft, naast de meerdere voortreffelijke
wetenschappelijke uitgaven, die er van de Esmoreit bestaan, deze
publicatie te ondernemen?
Het antwoord zij, dat wij meenden, dat er voor een uitgave in
smakelijken, prettigen vorm van dit stukje eigenaardige Middeleeuwsche
cultuur nog wel plaats was. Hoe kunstloos en psychologisch-naïef de
verwikkeling en personen-teekening ook moge zijn, het stuk heeft met
z'n prettig- en vlot-klinkende, sappige, kleur- en schakeering-rijke
dialoog zeker genoeg kunstwaarde om ons modernen te bekoren, hetgeen
meerdere opvoeringen van de laatste jaren hebben bewezen. Ook
als cultuur-historisch document heeft het stuk groote waarde;
al was het maar alleen om te bewijzen hoe veel meer fantazie de
doorsnêe-Middeleeuwer had, dan wij critische, moderne menschen. Zoo
zou op een modern schouwburg-publiek het voortdurend wisselen van
de plaats-van-handeling (Sicilië--Damascus; in de text is de plaats
telkens door den bewerker aangegeven. [2] heel wat storender werken
dan het op den Middeleeuwschen toeschouwer zal hebben gedaan.
Nog een enkel woord van toelichting voor den lezer, die niet gewoon
is Middelnederlandsch te lezen. De teekens _oe_ wordt uitgesproken
als _oo_, _ae_ als _aa_, _ue_ als _uu_, _ij_ als _ie_; tevens zij er
op gewezen dat in het Middelnederlandsch werkwoord en voornaamwoord
veelal nauw verbonden worden. Zoo beteekent bijv. _voerene_, voeren
hem; _eest_, is het; _salne_, zal hem; waar deze vormen tot groote
onduidelijkheid aanleiding zouden kunnen geven, zijn ze in de
aanteekeningen verklaard.