1 September 1827-5 Juni 1880.

Toen _Cremer_ nog leefde, was er soms in de gehoorzalen van onze

groote en kleine steden een treffend tooneel te bespieden.

Dames en heeren uit de voornamere kringen, anders zeldzaam bij

_Nederlandsche_ voordrachten, thans te laat gekomen, daar al de

plaatsen reeds een uur te voren bezet waren, stonden zeer verlegen,

maar volkomen waardig, uit te zien naar de eene of andere open

plek. Een stoel op de verhevenheid naast den spreker, was alles wat

overbleef. Eenvoudig, maar toch bewust van zijne kracht, trad _Cremer_

voorzichtig door de dichte rijen zijner hoorders. Zoodra hij begon,

ving zijne overwinning aan. Hij greep onmiddellijk in de gemoederen,

sloeg terstond den juisten toon aan. Zijne klankvolle, met meesterlijke

berekening ingehouden stem drong overal door. Zijn geheel eenig talent

van nabootsen sleepte zelfs den stugsten hoorder mee.

Welk een gloed in de voordracht, als hij den opgeblazen domtrotschen

boer uit het "_Pauweveerke_" in zijn sjees doet voorthollen over den

weg; hoe zacht en teeder klinkt de stem van _Kruuzemuntje_, als zij

grootmoeder voorleest uit het sprookjesboek; welk eene schalkheid,

als hij eene Overbetuwsche _Romeo_ en _Julia_ doet vrijen in den

kersenboomgaard; welk eene kracht als hij den veerman _Dorus Giesels_

met zijne boot over de rivier laat roeien bij opkomenden storm--dit

alles maakte _Cremer_ tot den grootsten dramatischen kunstenaar van

ons vaderland in den verhevensten zin van het woord.

Dokter Helmond en zijn vrouw · 第 6 / 85 题