EEN VERDWENEN LUCHTSCHIP EN DE TOEBEREIDSELEN VAN LORD RAYNALD

Twee dagen later hield de Londensche Club van luchtreizigers des avonds

een buitengewone vergadering.

Op de agenda stond o.a. de zoo belangrijke mededeeling van de

vorstelijke gift der heeren Shaw uit Chicago, verder het bericht van

het herstellen van het luchtschip, de invoering van de nieuwe

stuurmachine en van den schitterend geslaagden proeftocht.

Om nog eenige verklaringen te kunnen geven, noodigde de geniale

uitvinder van het nieuwe systeem de heeren leden uit, met hem een

bezoek te brengen aan het groote gebouw, dat tot berging der ballonnen

was ingericht, teneinde hun daar de voordeelen van het systeem

Hugglepech zelf uiteen te zetten.

Vol belangstelling volgden allen den uitvinder, die in stilte

glimlachte bij het vooruitzicht, groote triomfen te zullen vieren.

Nadat allen de ruime hal hadden betreden, draaide hij het electrische

licht op en—was stom van ontzetting.

Nergens was een luchtschip te bespeuren.

Alles werd onderzocht, zonder resultaat.

Hugglepech telefoneerde naar Scotland Yard en er werden hem eenige

detectives per auto gestuurd.

Maar kapitein Baxter was met meerdere inspecteurs naar de provincie

vertrokken, om daar een voornaam heer te beschermen tegen een van te

voren beraamden diefstal. Deze scherpzinnige beambte kon dus niet in

eigen persoon verschijnen.

Niet Het minste spoor werd echter gevonden.

De touwen waren losgemaakt, de gashouders geledigd en de ankers

ontbraken eveneens.

Kortom, het moderne en merkwaardige feit werd vastgesteld en als eenige

mogelijkheid aangenomen, dat het luchtschip van de Londensche

Club—gestolen was.

In het kasteel Canaroon heerschte groote drukte en beweging.

Kapitein Baxter was met zijn helpers aangekomen.

Hij had Marholm, Tyler en nog een paar minder bekende jongere

detectives medegebracht.

Lord Raynald had een langdurig onderhoud met hen en men kwam overeen

het geld en de papieren van waarde niet in de brandkast in de hall te

laten, omdat zij daar voor een misdadiger als Raffles niet veilig

waren.

Waar zou men de schatten van den Lord kunnen brengen?

De detectives doorzochten het geheele kasteel van boven tot beneden.

Zij waren ook in den toren geklommen, en hadden dezen tot bovenin

onderzocht, waar men door een luik op een ijzeren wenteltrap kwam.

Als souvenir aan een Lord Lister die aan sterrenkunde had gedaan,

bevond zich hier nog een groote sterrenkijker op een ingemetselden

ijzeren driepoot, op welks punt de kijker cirkelvormig bewogen kon

worden.

Aan de muren onder de uitgesneden tinnen waren groote, sterke kasten

met ijzeren beslag aangebracht, waarin de astronomische Lord zijn

wetenschappelijke instrumenten had bewaard.

Het was nu Marholms denkbeeld om de schatten hier boven te verbergen,

waar niemand ze zou vermoeden.

Lord Raynald wreef zijn handen.

Het plan leek hem buitengewoon goed en zoo ging men dadelijk aan het

werk om al de zakken vol goud en de pakken bankbiljetten uit de

brandkast te nemen en boven in de sterke kasten op te bergen.

Toen alles in de kasten was geborgen en de detectives aan den maaltijd

waren, ging Lord Lister alleen nog eens naar den toren, keek behoedzaam

om zich heen en legde een vrij groot couvert bij de geldswaardige

papieren.

Dit laatst weggeborgen stuk moest zeker het meest waardevolle van alle

papieren zijn.

Lord Raynald Lister was nu gerustgesteld.

Hij wist dat zijn schatten zoodanig waren bewaard, dat zijn neef ze

onmogelijk zou kunnen bemachtigen, goed bewaakt als ze waren door de

beroemdste detectives der geheime politie.

Door op een electrischen knop aan zijn rechterhand te drukken kon hij

hen onmiddellijk bij zich roepen, zoodra het noodig mocht zijn.

Maar reeds was de avond genaderd en geen Raffles vertoonde zich.

De Lord geloofde niet meer aan de komst van Lord Edward; hij vermoedde,

dat het schrijven aan Scotland Yard niets dan overmoedige opsnijderij

was geweest, om kapitein Baxter voor den gek te houden.

Bovendien had hij zijn revolver gereed, dicht bij hem stond zijn

geweerkast, daarenboven de bel en de detectives: wat had hij dus te

vreezen!

Hij had in een leunstoel plaats genomen en was juist van plan, een goed

souper en een glas ouden wijn te laten opdienen, toen een eigenaardig

gekraak zijn aandacht trok.

Zijn oogen werden onnatuurlijk groot en zijn onderkaak zakte naar

beneden. Hij dreigde flauw te vallen van schrik en moest in zijn stoel

achterover leunen.

Het levensgroote portret der Oostersche prinses was verdwenen en in de

vrijgekomen opening stond met een spottenden lach op het gelaat een

slanke heer met een zwart zijden halfmasker en onberispelijken

cylinder, een pistool op den ontstelden Lord gericht houdend.

„Goeden avond, hooggeëerde oom!” riep de gemaskerde op spottenden toon.

„Blijf voorloopig rustig zitten en maak niet de geringste beweging, of

ik blaas u zonder eenige gewetenswroeging het levenslicht uit!

Begrepen?”

De gemaskerde stond met een sprong op de onder het portret staande

eikenhouten bank en bevond zich een paar seconden later tegenover zijn

oom, wien het koude zweet op het voorhoofd stond.

„Zoo, ellendige schurk, woekeraar, sta nu maar op! Pas op, want bij de

geringste verdachte beweging dringt een kogel uit dit geruischlooze

wapen in je hart.

„Zoo, het is beter, dat ik je die revolver afneem. Hij zou u tot

nutteloozen tegenstand kunnen verleiden en u het leven kosten. Dat zou

ik niet willen!”

Hij nam hem kalm de revolver uit den rechterzak van zijn jas en stak

het wapen bij zich.

„En nu vooruit, oom! Gij hebt de sleutels zeker bij u. Vooruit schurk,

of uw laatste uurtje heeft geslagen!”

De gedachte aan de leege brandkast gaf den ouden Lord zijn bezinning

terug; een spottende grijnslach verwrong het doodsbleeke gelaat. Maar

Raffles had deze verandering opgemerkt en maakte zijn gevolgtrekking.

„De brandkast is leeg! Voorzichtig! De oude schurk is den schrik te

boven!” dacht hij.

„Wat is je plan eigenlijk?” vroeg Lord Raynald op heeschen toon. „Wil

je mij berooven en vermoorden?”

„Het zou alleen een rechtvaardige straf voor uw misdaden zijn! Maar ik

ben niet gekomen om uw vragen te beantwoorden!

„Vooruit, naar de brandkast!”

De oude misdadiger keek even naar den knop der electrische bel en

wankelde daarop naar de brandvrije kast, die in den muur naast het

buffet was gemetseld.

Hij aarzelde even en haalde daarna den sleutel uit zijn zak te

voorschijn.

„Een beetje vlugger, mijnheer! Moet ik u helpen?”

Lord Raynald opende de kast en Raffles zag, dat zijn vermoeden juist

was.

„Aha! De gestolen millioenen zijn in veiligheid gebracht! Dat hindert

niet. Raffles zal ze vinden, al waren ze ook op de tinnen van den toren

verborgen!”

Dit los daarheen geworpen gezegde deed den ouden man opnieuw verbleeken

en sidderen.

Lord Edward keek hem doordringend aan.

„Het is mij op het oogenblik in hoofdzaak te doen om het testament,

opdat ik mijn vader in zijn eer kan herstellen!

„Schurk, waar is het testament? Waar is het testament van mijn

grootvader? Voor den dag er mee of je sterft!”

Lord Edward greep den op de knieën zinkenden woekeraar bij de keel en

drukte hem het koude staal van de revolver tegen het voorhoofd.

Lord Raynald dacht, dat zijn laatste oogenblik daar was.

Een rochelend geluid kwam uit zijn keel te voorschijn, hij spande zijn

laatste krachten in om zich aan de handen van zijn neef te onttrekken

en met gillende stem schreeuwde hij:

„Baxter—Marholm—help! help!”

Hij wilde naar den electrischen belknop snellen, maar zijn voeten

weigerden hem den dienst. Hij moest zich aan de deur der brandkast

vasthouden en daar zonk hij op de knieën.

Maar reeds was het levendig in huis geworden. De detectives moesten den

kreet van den ouden man gehoord hebben, want met groote sprongen kwamen

zij de trap af.

„Ellendige hond, neem dit alvast!” riep Lord Edward, terwijl hij zijn

misdadigen oom op Japansche manier een klap met de smalle zijde der

hand tegen zijn slaap gaf, zoodat Lord Raynald roerloos voor zijn leege

brandkast liggen bleef.

Op de trap, links van het beeld, der prinses, verschenen Baxter en

Marholm.

„Goeden avond, kapitein! Hoe gaat het u?” vroeg Raffles met de grootste

kalmte.

„Ik hoop, dat wij je binnen een paar minuten in onze handen hebben,

vervloekte schurk!” luidde het niet zeer wellevende antwoord.

Bij die woorden liep Baxter hem tegemoet, om hem, samen met Marholm,

vast te grijpen.

Een oogenblik aarzelde Lister, toen stak hij met een bliksemsnelle

beweging zijn pistool in een zijner zakken, wendde zich om naar Marholm

en gaf dezen met zooveel kracht een vuistslag tegen zijn kin, dat de

detective bewusteloos op het tapijt rolde.

In hetzelfde oogenblik keerde hij zich om naar Baxter.

Met voorovergebogen bovenlijf en hoofd snelde hij met zulk een vaart

tegen Baxter’s buik aan, dat deze met een vervaarlijken vloek

achterover tuimelde en naast zijn vriend Marholm terecht kwam.

Nu was de weg vrij en, denkende aan den schrik van zijn oom en zijn

afspraak met Charly, sprong hij op de tafel en vandaar met een

behendigen zwaai in de nis van het portret der prinses.

Maar reeds hadden de oude Lord en Baxter zich van hun lichte verdooving

hersteld.

„Het portret! Het portret!” schreeuwde de oude rijkaard. „De opening

moet naar den toren leiden, de trap op!”

Baxter zag nog juist, hoe zijn doodsvijand Raffles in de opening

verdween. Daarop hoorde men een krakend geluid en achter den verdwenen

meesterdief prijkte weer het geschilderde portret der Indische vorstin

aan den wand.

„Vooruit, kapitein!” riep de oude Lord uit, „of hij ontsnapt door den

toren en het park! Vooruit, Marholm! Als jullie hem pakt, betaal ik een

vorstelijk loon!”

Toen zij de deur openden, zagen zij nog juist, hoe Lord Edward reeds

boven aan de trap was gekomen.

Lord Raynald vermoedde niet, dat zijn neef had begrepen, waar de nieuwe

bergplaats der millioenen was.

„Hij wil zich in den toren verbergen! Kapitein, nu hebben wij hem! Hij

stort zichzelf in het verderf!”

Alle drie, benevens eenige bedienden, die op bevel van den Lord

gewapend gereed stonden, stormden de trap op.

Spoedig hadden zij de wenteltrap bereikt en Baxter sloop, met de

revolver stevig in de rechterhand geklemd, onhoorbaar naar boven.

Achter hem kwam de liefdevolle oom.

„Nu zal je ons niet weer ontsnappen, neefje lief! Hier vindt je geen

uitweg, mijn waarde! Je zoudt alleen van het platform naar beneden

kunnen springen, als je je niet gevangen wilt geven en de eer van onzen

familienaam wilt redden!”

„Dat wil en zal ik ook, beminde oom! Maar eerst heb ik hier nog een

kleinigheid te verhandelen. Laat geen van u, als hij zijn leven lief

heeft, door het luik van de wenteltrap kruipen!”

Men hoorde daarboven loopen en springen en het werd den ouden Lord toch

zonderling te moede bij de gedachte aan de millioenen, die daar

verborgen waren.

Maar hoe kon Raffles dat weten en bovendien, hoe zou hij ze naar

beneden kunnen brengen!

„Vooruit, kapitein! Voorwaarts, Marholm!” spoorde hij aan, „anders

ontdekt hij de schuilplaats toch nog, en gij weet, dat die neef van

mij, Raffles, met den duivel in contact staat.”

Werkelijk besloot Baxter nu met doodsverachting naar boven te gaan;

Marholm volgde hem op den voet.

Maar zij ondervonden geen tegenstand, tot hun eigen verbazing.

Met een eigenaardige gewaarwording van in hinderlaag te worden gelokt,

betraden zij door de opening der wenteltrap het platform, waar

pikdonkere nacht heerschte, elk oogenblik verwachtende, te zullen

worden aangevallen.

Maar niets van dit alles geschiedde.

Plotseling scheen een helder electrisch licht en bij het schijnsel

daarvan zagen de drie mannen een reusachtigen luchtballon loodrecht

boven den toren opstijgen—het was de verdwenen bestuurbare ballon van

de Londensche club.

Lord Edward zwaaide in het schuitje met een document en riep:

„Oude schurk, hier heb ik het zoo lang vermiste testament van mijn

grootvader, waarin gij onterfd en mijn vader in zijn eer wordt

hersteld!

„En hier, domkop, woekeraar, uitzuiger, hier naast mij in de schuit

liggen de schatten, die ik u ontstolen heb. Wij ontdekten ze eindelijk

en konden ze zonder veel moeite inladen!”

De misdadige oude Lord greep met beide handen naar zijn keel en met een

rochelend geluid viel hij roerloos neer.

Hooger en hooger echter steeg het prachtige luchtschip, dat koers nam

naar het Oosten.

Tevergeefs werden hem verscheiden kogels nagezonden, de ballon was

reeds te ver verwijderd.

Hij bracht Raffles, den genialen meesterdief, ver weg van het tooneel

zijner jongste en meest rechtvaardige daad, naar het Oosten, naar de

groote Engelsche wereldstad!

Lord Lister No. 0010: De beeltenis der Indische · 第 20 / 20 题