LORD EDWARDS MAATREGELEN EN DE LEERLING-LUCHTREIZIGER.

Nauwelijks in Londen teruggekeerd, had Lord Edward zijn zwaar valies

met behulp van den gladgeschoren en onkenbaar gemaakten Fred, naar een

vertrouwd juwelier gebracht.

Deze, die bekend was met de schurkenstreken van Lord Raynald, sloeg de

handen te zamen toen hij vernam, dat de oude schurk de juweelen in zijn

bezit had gehad en hij was gaarne bereid ze ver van de klauwen van

dezen roofvogel te houden.

Daar hij de juwelier van Sir Edwards vader was geweest en de juweelen

zeer goed kende, taxeerde hij ze op twee millioen gulden en beloofde,

ze in Parijs te zullen verkoopen.

Voorloopig nam hij ze in depot, gaf hiervan een quitantie af en

overhandigde Lord Edward op naam van Mr. Shaw uit Chicago een voorschot

van een half millioen, uit te betalen door de Engelsche Bank.

Hiervan nam Lord Edward het bedrag van 10,000 pond in ontvangst, het

overige liet hij voorloopig op de Bank staan, nadat hij den werkelijken

Shaw in Chicago, die een goed vriend van hem was nadat zij elkaar in

Londen hadden leeren kennen, door een telegram hiervan op de hoogte had

gebracht.

Langs denzelfden weg kwam het antwoord. Het geld zou voor hem

gereserveerd blijven en een credietbrief tot hetzelfde bedrag was voor

hem afgezonden.

Nog meer dingen werden door Lord Lister in orde gebracht.

Aan het bureau der ondersteuningskas van invalide arbeiders werd, naar

de ochtendbladen den volgenden dag meldden, een aanzienlijke som door

een onbekend heer gedeponeerd.

Ook van andere instellingen van liefdadigheid verschenen in die dagen

dankzeggingen over min of meer aanzienlijke bedragen in de

nieuwsbladen.

Tot haar groote verbazing werden eenige dagen later Miss Helene Walton

en haar moeder opgeroepen om een testament te aanvaarden.

Door een verren bloedverwant in Amerika, een zekeren Whitman, was aan

Helene een erfenis nagelaten, waarvan zij maandelijks een rente van 10

pond (120 gulden) in ontvangst kon nemen.

Mrs. Walton, Helene’s moeder, kon zich niet herinneren, een verren neef

in Amerika te hebben bezeten, maar de klinkende munt was den beiden

vrouwen niettemin hartelijk welkom.

Het was Lord Edward niet mogelijk om lang werkeloos te zijn.

Vóór alles echter wilde hij den smaad, die op de nagedachtenis van zijn

vader rustte, opheffen.

Het was dus zaak om het testament, dat zijn oom zoo goed verborgen

scheen te hebben, tot elken prijs te ontdekken, omdat daarin de

onterving van den oudsten zoon werd herroepen en deze weder volkomen in

zijn eer werd hersteld.

Dan was ook Lord Edward de universeele erfgenaam geweest, wien het

kasteel Canaroon en alles wat daartoe behoorde, evenals de millioenen

van zijn ouden oom toekwamen.

Lord Lister trof Charly niet thuis.

Wel vond hij een brief aan het adres van Mr. Shaw senior, waarin de

jonge Robert Shaw hem mededeelde, dat hij met ingenieur Hugglepech een

proeftocht per ballon maakte.

De reparaties aan den ballon waren afgeloopen en het nieuwe roer met de

motoren waren reeds in gereedheid gebracht.

Bij het lezen van dezen brief knikte Lord Edward vergenoegd.

„Fameus! De jongen houdt zich kranig! Misschien kunnen wij dezen

ballon, dien wij duur genoeg betaald hebben, spoedig in gebruik nemen!

Het gemakkelijk bestuurbare systeem van Hugglepech is uitstekend. Ik

denk, dat wij de zaak wel al onder de knie hebben!”

Hij nam in de buurt van de villa een taxameter en was binnen eenige

minuten aan het clubgebouw der Londensche luchtschippers aangekomen,

juist tijdig genoeg om de landing van het luchtschip „Nike” bij te

wonen, die boven alle verwachting op prachtige wijze de geopende garage

binnenzweefde.

Toen Hugglepech met Charly het schuitje had verlaten, straalde hij

letterlijk van geluk.

In tegenwoordigheid van de geestdriftige medeleden der Club omhelsde

hij Robert Bentley-Shaw uit Chicago herhaaldelijk.

„Gij zijt een genie op het gebied der luchtscheepvaart, mijn jonge

Amerikaansche vriend! De duivel mag mij halen, als gij uw leermeester

niet reeds hebt overtroffen!

„Mr. Shaw, ik voorspel, dat gij, als geen ongeluk u eerder treft,

waarschijnlijk de grootste luchtschipper der twintigste eeuw zult

worden!

„Reeds nu zou ik mij met de grootste gerustheid aan uw leiding

toevertrouwen.

„Dat deze proeftocht zoo buitengewoon gelukkig is afgeloopen, heeft de

Londensche Club hoofdzakelijk te danken aan haar geniaal lid, den heer

Robert Bentley Shaw uit Chicago!”

„En aan den onsterfelijken uitvinder Hugglepech!” riep een spotvogel

met luider stemme.

Lord Edward was innig verheugd.

Met het eerbiedwaardig uiterlijk van den ouden Shaw drong hij door de

menigte en wenschte zijn neef op hartelijken toon geluk. Tot leedwezen

van alle aanwezigen noodigde hij echter in hetzelfde oogenblik zijn

neef uit om mee te gaan soupeeren.

Het piekfijne restaurant van Buxley, de verzamelplaats der Londensche

aristocratie, was reeds buitengewoon druk bezocht.

Men vernam overal het klepperen der borden, het knallen der kurken en

het klinken der glazen.

De beide pseudo-Amerikanen zochten een gezellig plaatsje bij de

balustrade eener verhooging, vanwaar zij een overzicht over zaal en

publiek hadden.

Toen de zwartgerokte kellner vol ijver toesnelde, gaf Mr. Shaw hem een

visitekaartje, waarop hij het nummer van zijn tafeltje had gezet,

terwijl hij in onvervalscht Yankee-dialect sprak:

„Voor den portier! Als de kapitein van politie Baxter komt, dien hij

wel zal kennen, moet hij hem dit kaartje overhandigen!”

„Very well, Sir!” antwoordde de kellner op onderdanigen toon en reeds

snelde hij weg.

Charly keek met zulke verbaasde oogen, dat Lister begon te lachen.

„Ik heb hem namelijk zooeven onze auto en een uitnoodiging om te komen

soupeeren gezonden. Ik denk niet, dat hij het zal afslaan!”

„Maar oom Shaw! Is dat nu eigenlijk niet de goden tarten?”

„Wel neen! De kapitein babbelt zoo gezellig!” antwoordde Lister op

sarcastischen toon. „Ik zou hem zoo graag een beetje over Raffles

hooren vertellen! En zou het ook jou geen belang inboezemen, als hij

ons eens uitlegde, op welke wijze hij dezen misdadiger denkt te vangen?

„Ja, dierbare neef, ik zal natuurlijk moeten afwachten, of mijn

nieuwsgierigheid bevredigd zal worden.

„Maar ik zou wel eens van jou, het pas ontdekte genie, willen weten, of

jij het aan zoudt durven om in een donkeren nacht op den toren van een

oud kasteel te landen met je ballon? Boven op dien toren bevindt zich,

zooals men dat bij ons zooveel aantreft, een verrekijker met een

ingemetseld ijzeren driehoekig voetstuk.”

„Ik denk, lieve oom, dat dit met behulp van electrisch licht, dat

slechts voor een enkel oogenblik gebruikt behoeft te worden en met ons

anker uitstekend te doen zou zijn.

„Het ijzeren driehoekige voetstuk zou een goed punt zijn om het anker

aan vast te leggen.”

Lord Lister fluisterde iets in Charly’s oor.

De oogen van den Amerikaanschen neef schitterden.

„Onkel Shaw— —”

„Sst, mijn jongen! Ik begrijp je!—Daar komt hij al!”

Nauwelijks had de kellner de schildpadsoep opgedragen en een fijne

flesch Medoc ontkurkt, toen de breede gestalte van den kapitein, die in

onberispelijke civiele kleeding was gestoken, het tafeltje der beide

Amerikanen naderde.

De heren Shaw stonden op en heetten hem hartelijk welkom.

Kapitein Baxter zag er welgenoegd uit.

Eten en drinken vormden zijn zwakke zijde.

Met een zucht van voldoening over de kennismaking met deze beide

joviale en schatrijke Amerikanen, nam hij op den rieten stoel plaats,

waarna hij een flinken teug nam uit het hem door Shaw toegeschoven

glas.

„Duivelsch!” riep hij uit, „dat is een fijn merk!”

„Het doet mij genoegen, dat hij u smaakt!” antwoordde Mr. Shaw, „het is

goede oude Medoc!”

Kapitein Baxter bewees de tafel alle eer aan.

De schildpadsoep, de visch, de gebraden duiven met ganzeleversaus en

asperges, de pudding en de fijn gekruide kaas, alles vond grooten

aftrek en verdween, evenals de Medoc, met ongehoorde snelheid.

De wangen van Mr. Baxter zagen donkerrood, toen de heer Shaw eindelijk

nog twee flesschen champagne in het ijs liet zetten.

Daarbij presenteerde de millionnair echte geïmporteerde havana’s van

zijn eigen plantages en langzamerhand kwam de kapitein in een zeer

vriendelijke mededeelzame stemming.

En toen Mr. Shaw eens informeerde:

„Nu, Mr. Baxter, wat zijn de laatste berichten omtrent dien

aartsschavuit Raffles?” aarzelde hij geen oogenblik om te vertellen,

dat die onbeschaamde gauwdief weer geschreven had en een nieuwe misdaad

had aangekondigd, welke hij voornemens was te bedrijven.

Het ging nu om de berooving van een hooggeplaatst heer in de provincie,

op het kasteel Canaroon in Ierland.

Maar hij zou met zijn beste helpers aanwezig zijn en zijn maatregelen

zóó nemen, dat de schandelijke misdadiger hem nu niet zou kunnen

ontsnappen!

Verder wilde Lord Edward niets weten. Hij vroeg nog naar den

vastgestelden tijd en liet den spraakzamen kapitein vertellen.

Toen zij afscheid namen—Baxter bleef de aangebroken flesch nog

gezelschap houden—had de kapitein beloofd, om Mr. Shaw den uitslag van

de groote onderneming te zullen mededeelen.

Lord Lister No. 0010: De beeltenis der Indische · 第 18 / 20 题