EENE UIT VELEN.

In betere dagen ontvloog mij de tijd

In 't bonte gewemel, der vreugde gewijd;

Ik werd op mijn wenken gevierd en gediend;

De vroolijkste gast was de dierbaarste vriend....

Hoe alles verandert in dagen van rouw:

Van al die mij vleiden, wie bleven getrouw?

De feestdisch trekt aan: hoe stroomt alles er heen!

Het ziekbed stoot af: gij verkwijnt er alléen!

Al vlecht u de waereld heur krans om de kruin,

Heur gunst duurt zóolang als de gunst der Fortuin:

Het klokjen gelijk, dat in 't zonnelicht bloeit,

Maar plotsling verwelkt, als de dag is vergloeid!

Doch Gij bleeft in kommer en krankte mij bij:

Was ik ook veranderd, dezelfde bleeft gij!

Bij mij zijn de feesten der vreugde vergaan:

Toch straalt uit uw oog nog de vreugde mij aan:

De waschbloem gelijk, die bij 't grauwen der nacht

Het kelkjen ontplooit in welriekende pracht!

Poëzy Nieuwe Bloemlezing uit de dichtwerken van J.J.L ten Kate · 第 129 / 144 题