WARE DROEFHEID.

Neen, voorwaar! 't is de traan niet, die thands ons ontvloeit,

Als wij 't gapende graf nog aanschouwen,

Die het meldt hoe ons hart voor den vriend heeft gegloeid,

Of hoe diep we in de ziel om hem rouwen.

't Is het blijvend gevoel, dat hij immer ontbreekt,

't Is de traan, dien wij levenslang weenen,

't Is de droeve herinnring, zoo teeder gekweekt,

Als alle andere smarten verdwenen!

Alzóo treuren ook wij! en met hemelsche kracht

Zoekt ons hart naar zijn voorbeeld te streven,

Want de Deugd wordt te schooner, waar hij wordt herdacht,

Die alleen voor haar dienst scheen te leven

En gelijk soms der Heiligen begraven gebeent'

Een geur door den tempel mag spreiden,

Zóo wordt door ons hart nog een balsem ontleend

Aan het beeld dat hij naliet bij 't scheiden!

Poëzy Nieuwe Bloemlezing uit de dichtwerken van J.J.L ten Kate · 第 123 / 144 题