De nacht heeft den loop der verwinnaars gestremd;
Een handvol, der neêrlaag ontkomen,
Staat eenzaam, de vuist aan de sabel geklemd,
En zonder het ergste te schromen.
Ach, 't ergste is geschied! Want de hoop ligt geveld,
Vertrapt in de bloedige voren.
Reeds dit brengt de dood in het hart van een held:
"Op de eer na, is alles verloren!"
De droom hunner vrijheid ging vóor in het graf:
Hunne asch zal haar lauwer niet erven!
Nu wachten zij spraakloos den morgenstond af,
Om eervol bij 't daglicht te sterven.
Omhoog is een waereld, daar dwingt geen tyran,
Daar ziet ge u de vrijheid hergeven!
En als nu de dood haar ontgrendelen kan,
Wie zou hier als slaaf willen leven?