Hebt gij die andre klanken daar gehoord?
Als vele waatren ruischen ze ons voorbij,
Maar ondermengd met luit- en harpakkoord!
Zij stroomen door den gantschen Hemel voort.
En hoor! nu ruischt het van eene andre zij'
Weêr anders, maar met de eigen harmony!
Dat is verrukkend! dat is wonderbaar!
Wat mag dat zijn?