Nu blijkt het, ja, 'k moet in den Hemel zijn:
Want immers, zonder worsteling of pijn
Voegt naar _Zijn_ wil de _mijne_ zich terstond!
Ik had gedacht, als ik mijn Heer niet vond,
't Zou me onverdraaglijk zijn; en niet alleen
Verdraag ik dat, maar gaarne: zóo is 't goed,
_Hij_ wil het, _ik_ wil 't ook. Het zal, het moet:
Zou daar iets anders mooglijk wezen? Neen!
Ziet, zoo gemaklijk ging het niet op Aard.--
Maar zond Hij u, dan spraakt gij ook met Hem,
Dan hoordet gij wel menigmaal Zijn stem?