ZIJ.

Neen, zeker niet: nu scheiden wij niet meer.

Gezonden werd ik wel, maar niet op aard.

Zie toch eens rond en zeg, zaagt ge ooit weleer

Zulke oorden, zulke bloemen, zulk een gaard?

En zie u-zelven eens! Gij gingt gebukt

Van ouderdom: nu zijt gij jong--gij leeft

Een nieuw, frisch leven, dat uw hart verrukt:

Gij gaat niet maar: gij zegt het zelf, gij zweeft.

Uw oogen zien niet enkel: sluit ze toe,

Nog zien ze, tot in 't eindeloos verschiet.

Keer in u-zelf! Voelt ge uw herschepping niet,

Of was u ooit op aarde als thands te moê?

Poëzy Nieuwe Bloemlezing uit de dichtwerken van J.J.L ten Kate · 第 40 / 144 题