HIJ.

Daar duikt op eens uit mijn herinnering

Iets als een nevel op, die lang verging:

't Is menig droeve dag en menig nacht

In tranen--maar waarom toch?--doorgebracht.

't Is vreemd, maar waar, 't is of dit zelfde hart,

Dat anders zulk een teeder aandeel neemt

In alles, nu verstompt is voor de smart:

Het verst gevoel van lijden werd mij vreemd.

Poëzy Nieuwe Bloemlezing uit de dichtwerken van J.J.L ten Kate · 第 33 / 144 题