Daar duikt op eens uit mijn herinnering
Iets als een nevel op, die lang verging:
't Is menig droeve dag en menig nacht
In tranen--maar waarom toch?--doorgebracht.
't Is vreemd, maar waar, 't is of dit zelfde hart,
Dat anders zulk een teeder aandeel neemt
In alles, nu verstompt is voor de smart:
Het verst gevoel van lijden werd mij vreemd.