[1] Nieuws.
[2] Kleed.
[3] Stuipen.
[4] Sneeuw.
[5] Vleit.
[6] Kamertje.
[7] Wat belieft u?
[8] Azijn.
[9] Jong varken.
[10] De aardvloo in het oliezaad oefent een zeer nadeeligen invloed
op den oogst uit.
[11] Tot naricht van den lezer dient, dat hier van den tabaksbouw
sprake is. De bladeren van de tabaksplant worden in drie hoofdsoorten
verdeeld, te weten: zandgoed, aardgoed en bestgoed. Nadat de bladeren
op gezette tijden gebroken zijn, worden ze in de schuren gebracht en
daar gesneden--dat is, men snijdt met een fijn mesje een kerf door
den rug van het blad--om ze aan lange stokken, de zoogenaamde spijlen,
te kunnen rijgen, waaraan ze gedroogd worden. De tabak vereischt een
zorgvuldige behandeling, en van de juiste sorteering, zoowel als van
de rechte verzorging der drogende bladeren, in de meest hooge schuren,
hangt veelal het welgelukken van den tabaksbouw af.
[12] Tabaksbreken.
[13] Zwak.
[14] Niets.
[15] Zoo op stond, op het oogenblik.
[16] Geen lust, geen zin.
[17] Plank of boom die over eene sloot ligt.
[18] _Swiet slaan_: wind maken; van _suite_, groot gevolg van
bedienden houden.
[19] Valt.
[20] Smêren: bewolkt worden.
[21] De lompen zijn de bladen, die, zwaar beschadigd, nog slechts
een geringe waarde bezitten.
[22] Daar.
[23] Ontbijten.
[24] Bak, waarin het meel tot deeg wordt bewerkt.
[25] Men gelieve te bedenken, dat deze Amsterdamsche reis omstreeks
't jaar 50 moet hebben plaats gehad.
[26] Verder.
[27] De faam van den krijgsheld.
[28] Wind.
[29] Rijtuig.
[30] Schommel.
[31] Bij het dorschen van 't oliezaad schenkt de eigenaar of eigenares,
aan huurlingen en in leen hebbende arbeiders, zooveel jenever als
zij verlangen.
[32] In de lente.
[33] 't Mondje.
[34] De lezer gelieve het getal naar goedvinden in te vullen.
[35] Chansonnette comique: TITI à la représentation de Robert le
Diable.
[36] Wij zullen, ook de verdere in die taal voorkomende gesprekken,
zonder _avis au lecteur_ naar goedvinden vertolken.
[37] _Vetris I., ou le Dio de la danse._
[38] Dit lied, van den heer Dr. J. P. Heije, en treffend op muziek
gebracht door den heer W. Broedelet, weerspreekt het beweren zoo
krachtig, dat onze schoone moedertaal niet bij uitnemendheid voor den
zang zoude geschikt zijn. 't Is treurig dat men in ons vaderland zoo
weinig nationaaltrots bezit, en alles mooier en beter vindt wat uit
den vreemde komt.
[39] Six pence, een dikke, houten wandelstok met een baak tot handvat.
[40] In verscheidene dorpen van ons vaderland heeft de schoolmeester
het recht--of matigt zich dat aan--om ééne of meer geiten op het
kerkhof te laten grazen.
[41] Spreuken van Salomo, III: 12.
[42] Tot opheldering diene, dat aan de ons bekende jaagstations,
de ploeg of club der schuitenjagers, eene bos heeft, waarover een
commissaris gesteld is. De prijs waarvoor de jager een schip vervoert,
is vastgesteld. Intusschen roept de commissaris, door middel van eene
schel, de tegenwoordig zijnde jagers bijeen, en bij opbod wordt nu de
vracht gegund. Wie bij 't laagste cijfer afmijnt of het gebruikelijke
"doen!" roept, wordt tot een volgend station jager van het schip,
en, terwijl hij het bedongene in handen krijgt, gaat de som die de
schipper als vasten prijs méér betaalt, in de algemeene kas over. De
gelden in die bos samenkomende, worden een paar malen 's jaars onder
de leden der club verdeeld, 't welk gewoonlijk voor ieder een aardig
sommetje oplevert.
[43] In de genoemde streken, maar meer nog in de Noordoostelijke
deelen van Gelderland, wordt een bemiddelde boer: Scholte genoemd,
zijne vrouw: de Scholtinne.
[44] Schaapherder.
[45] Getuigen.
[46] Rijden.