"P. S. Zoo ik het geluk mag smaken een toestemmend antwoord te
ontvangen, zal de uitbetaling van twintig duizend gulden aanstonds
volgen."
De uitwerking van dezen brief was: verbazing,--maar de belanghebbenden
moesten geen menschen zijn geweest, zoo het antwoord niet geheel naar
mevrouw Van Tals genoegen ware uitgevallen.
Het zonlicht van den volgenden dag bescheen een verrukt jeugdig
echtpaar. Met de koets, waarmede het huwelijksreisje werd begonnen,
bracht het jonge paar nog eerst een kort bezoek bij mevrouw Van Tal.
De douairière was hartelijk, en had den tooneelrok _du beau monde_
geheel uitgetrokken.
Charlotte zag bijzonder wit toen zij Léonore de hand reikte....
Van Guntheim zag rond, en vóór zich en naast zich, alsof hij nog niet
geheel van de kerkplechtigheid bekomen was. En Léonore.... welke
pasgehuwde maagd heeft niet iets buitengewoons, iets opmerkelijk
_interessants_?--Léonore sprak met tranen van velerlei aandoening,
woorden van innigen dank, en schreide nog in het rijtuig, totdat
de dierbare echtvriend, door zoeten kout, en de teederste kussen,
haar weer een lachje op het vriendelijk aangezicht tooverde.
En nu, goede reis mijnheer en mevrouw Van Guntheim; blijft niet
al te lang uit, want papa Prevost, die nooit meer ten tooneele
zal verschijnen, weet met zijn leegen tijd geen raad. Alleen het
stellen van geschikte tooneelstukken tot beschaving en opleiding
van den mensch, geeft hem eenige afleiding, maar Léonore moet die
eerst goedkeuren, en dan moeten ze nog in de Hollandsche taal ten
gebruike zijner nieuwe landslieden worden overgezet. Van Bierenstag,
die somwijlen bij Prevost een glas wijn komt drinken, heeft zich
bereid verklaard die overzetting te beproeven, terwijl wij ten slotte
vermelden, dat de jonker meer dan vroeger het huis van mevrouw Van
Tal bezoekt, hetgeen misschien met Charlotte nog wel--Maar dat moeten
wij afwachten.