't Is ruim drie jaren geleden dat mijnheer en mevrouw Van Middelnesse
het allerliest-lieve dagje bij neef en nicht Janssen te B. hebben
doorgebracht. De echtelieden zijn sedert het vorige jaar van "de
Boschkant" naar een "minder frequent gedeelte van de stad" gaan
verhuizen, omdat..... omdat het huis wat te klein werd, en twee van
de kinderen school gaan, en de school zoover af is, en--onder ons:
omdat mijnheer verleden zomer een leelijken klap door een mislukte
effecten-speculatie heeft gekregen, en de lieve betrekking eigenlijk
heel weinig geeft, en een ruime woning, die veel minder huur doet--zij
het dan ook verder van 't heerlijke Bosch,--nu wel zoo verkieslijk
voor de zuchtende beurs is.
Intusschen, men woont op die stille gracht zeer naar genoegen, zeer,
_zeer_ naar genoegen: geen bezoeker komt er, of hij verneemt zulks tot
twee-, tot driemalen toe; en deze, al houdt hij ook boven alles van
een levendigen stand, hij kan zich dat excellent goed begrijpen, zoo
volstrekt geen hinder van gerij.... zoo.... inderdaad allercharmantst!
Over acht dagen is het de tiende September, en ik doe u zulks weten
dewijl de heer Van Middelnesse op dien dag zijn veertigsten geboortedag
hoopt te vie.... Ja ziet gij, dat woord _vieren_ dát is de quaestie. De
echtelieden, die juist bezijden hun huis een gaslantaarn hebben,
zijn tegenwoordig bijzonder op het schemeruurtje gesteld, iets dat ze
beiden aan den Boschkant abominable vonden. Met die gaslantaarn was
't ook heel iets anders.
Ze zitten te schemeren, en mijnheer zegt na eenige oogenblikken
van stilte:
"Parole d'honneur, Emilie, er op gesteld ben ik niet."
"Quant à moi," zegt zijne gade, terwijl zij de schouders ophaalt,
"_maar_," laat ze er spoedig op volgen: "we hebben zoo niets geen
pretext: we komen overal ..." na eenige oogenblikken van stil gepeins,
als ontwakende: "Neen, we _kunnen_ 't niet laten!"
"'t Is moeielijk!" zegt mijnheer.
"Nancy Lassale plaagde laatst nog," herneemt mevrouw: "dat ik den
tienden September wel als vroeger magnifique voor den dag zou komen,
"vooral nu je die ruime zaal in je nieuwe huis hebt", voegde zij er
bij, en liet er zachtjes op volgen: "Hé, heerlijk, een dansje'!"
"Er heeft dan toch niemand begrepen, dat we uit een andere oorzaak
dan weelde, naar deze afgelegen kazerne verhuisd zijn," vleit zich
mijnheer Van Middelnesse, en hij mompelt iets later: "Maar die kosten,
die kosten!"
"Ja 't is waar....," zegt mevrouw; "maar denk eens wat
praatjes....!" En mijnheer, ofschoon hij nog terloops eens herinnert
van hoe weinig ze tegenwoordig moeten rondkomen, hij begrijpt toch
ten laatste, dat ze, voor hun fatsoen, de partij _moeten_ geven.