2 Druppel

Wel! was dat een gejuich! En daarna voor Leo, Leo met zijn

"Brugschen Ommegank[1]!" Hij had noch Siednie, noch Zieneke mogen

kussen, omdat hij tabak pruimde en zijn baard te erg slak,

schaterden zij. Daarom was het ook zeker wel dat wanneer zij,

Zieneken, op hare beurt boven den gootsteen in het achterhuis moest

gaan staan:

/*

Steen, steen, blauwe steen,

Die mij liefst ziet

Zal er mij af leen,

*/

En Guustje er haar met het verplichte "piepertje"[2] kwam afhalen,

Leo, uit sluwe wraak, haar toeriep of de baard van Guusje ook zoo

hard stak als de zijne. Zij was toen toch zoo beschaamd geweest en

allen schaterden zoo luid, dat zij er sinds nog meermaals aan

gedacht had.

Guustje en Zieneken: Schetsen uit het boerenleven · 第 8 / 30 题