KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN,

Kunnen wij, Mijnden betreffende, niets betrekken; een kerk is er niet;

de ingezetenen behooren kerklijk onder Loenen; gelijk ook aldaar hunne

Weezen verzorgd worden, zo dat er ook te Mijnden geen Weeshuis is; er

is mede geen Armenhuis of Dorpschool.

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver, Deel 3 (van 8) · 第 445 / 455 题