Der bewooneren zijn hier eenigzins onderscheiden van die waarmede de
bewooners van Oud-Loosdrecht zig geneeren.
De veenderij heeft hier weinig plaats, maar te meer, (wegens de
voorraad van wei- en bouw-landen,) de melkerij, hooiteelt, en
bouwerij—Weleer, en zelfs nog voor ruim 20 jaaren, waren in de Nieuwe
Loosdrecht veele lakenweeverijen, doch sedert zijn dezelven allen te
niet geraakt, het geen niet weinig tot het verval van dit gedeelte der
Heerelijkheid heeft toegebragt: de weinige weeverijen van Hilversumsch
streept, die er nog gevonden worden, zijn van niet veel betekenis en
mogen den naam van fabrieken niet draagen, alzo zij slechts voor eigen
vertier, en dat niet veel zegt, aan den gang gehouden worden: het
spinnen van wol en vlas, wordt hier nog wel bij veelen ter hand
gehouden, doch verschaft voor eenen aanhoudenden arbeid slechts een
sober bestaan, te meer treffende voor de inwooners om dat hun
vooruitzicht niet op beteren stand uitloopt: tot gezegde spinning
worden de meisjens van zeven of agt jaaren gebruikt; deezen verdienen
daarmede 8 of 8½ stuivers in de week; de armoede der ouderen noodzaakt
hen hunne kinderen voor dien geringen prijs te leenen, en dezelven
daardoor te berooven van den tijd waarin zij behoorelijk leezen,
schrijven enz. zouden kunnen leeren.