Der bewooneren van het Gein bestaan voornaamlijk in de melkerij, geene
der aldaar voorhanden zijnde landerijen wordt bebouwd, voords woonen
er, bij gelegenheid van de meergemelde Hofsteden, eenige tuinlieden;
ook vindt men er verscheidene van die ambachtslieden, wier
verrichtingen in de burgerlijke zamenleeving onontbeerelijk zijn, als
Timmerlieden, Schoenmaakers, Kleeremaakers, en dergelijken: er is ook
een Chirurgijn.