REGEERING.

Het Kerspel heeft een afzonderlijk rechtsgebied met de gezegde Stad;

welk rechtsgebied echter nu en dan oorzaak van eenige verschillen

geweest is, tusschen Burgemeesteren der Stad Weesp voornoemd, en de

ingelanden van het Kerspel, welke verschillen echter van geen gevolg

van aanbelang geweest zijn.

Thans zijn de vier bovengemelde stokken, waarin Weesper-Kerspel

verdeeld wordt, geschikt onder twee rechtbanken; waarvan de Bijlemer

alleen één, en de andere drie stokken, naamlijk de Gaasp, het Gein, en

Overvecht met Uitermeir de andere rechtbank uitmaakt: in beide spant de

Hoofdofficier, (zijnde thans de Wel-Ed. Gestr. Heer, Mr. Gerrit Corver

Hooft, Bailluw van ’s Graaveland, Drossaart en Castelein van Muiden,

Bailluw en Dijkgraaf van Naarden en Gooiland, Hoofdofficier van Weesp,

enz enz.) met den Stedehouder en Schout, en zeven Schepenen, de Hooge

Vierschaar, welke Schepenen ook met den Schout, of Stedehouder der

stokken, of van het Kerspel in ’t algemeen, (zijnde eigenlijk een

substituut van den Hoofdofficier voornoemd, en dezelfde persoon die het

Schoutsamt over de stad Weesp waarneemt,) aan hun hoofd, in ’t civile

vonnissen—de tweede gemelde rechtbank, die naamlijk uit drie Stokken

zamengesteld is, heeft mede zeven Schepenen, van welken de

Hoofdofficier voornoemd, volgends resolutie der Staaten van Holland en

Westfriesland, van den 20 Maart des jaars 1663, gehouden is in het eene

jaar vier Schepenen te kiezen, die in de Stokken woonachtig zijn, bij

welken hij als dan drie anderen, (want alle de zeven Schepenen gaan

jaarlijks af,) uit de ingelanden voegen mag, die geen vaste

woonplaatsen in de Stokken hebben; in het andere jaar moet hij drie

Schepenen van de zeven kiezen in de Stokken woonachtig zijnde, wordende

de overige vier uit de ingelanden er bij gevoegd.

De andere rechtbank, naamlijk die van de Bijlemer, heeft vijf

Schepenen, die mede jaarlijks afgaan, en waarvoor door den

Hoofdofficier, meergemeld, vijf anderen verkozen worden; op dezelfde

wijze als van de voorgaande Stokken, (zamen de tweede rechtbank

uitmaakende,) gezegd is: ’t eene jaar drie inwooners, en twee

ingelanden, en het andere jaar twee inwooners en drie ingelanden.

Beide rechtbanken, dat is geheel het Kerspel, heeft één Secretaris, die

tevens Secretaris van Weesp is.

Voords worden de beide rechtbanken van het Kerspel, bediend door éénen

Bode, die door den Bailluw wordt verkozen.

„Ten aanzien van het Schoutsamt,” leezen wij, en welke aantekening

gemaakt is uit berichten, den aantekenaar medegedeeld, „is gebeurd, dat

de Bailluw van Gooiland, als Hoofdofficier van Weesper-Kerspel, in den

jaare 1541, eenen anderen Schout dan die van Weesp over het Kerspel

aanstelde; doch Burgemeesteren dier stad, vielen hierover klagtig, aan

den Hove van Holland, en bij uitspraak werd vastgesteld, dat dit amt

door denzelfden persoon zou worden bekleed.”

„De Ridder Hooft, als Hoofdofficier van Weesp en Weesper-Kerspel, had,

in den Jaare 1632, eenige moejelijkheid, met die van het Kerspel, over

het aanstellen van eenen Secretaris; alzo de huislieden eenen anderen

Secretaris over hunne gerechten wilden aangesteld hebben; maar hierin

is geene verandering voorgevallen.”

Alles wat wegens de verdere artijkelen van ons plan, nopens

Weesper-Kerspel in het algemeen, gezegd moet worden, hebben wij onder

onze beschrijvingen van iederen Stok in ’t bijzonder aangetekend.

Wees- of Arm-meesters, worden in dit Kerspel in iederen Stok

afzonderlijk aangesteld; de weezen worden in de Stad Weesp in de

Weeshuizen bezorgd, en armen, die er komen, worden door de Arm-meesters

bij de opgezetenen, ieder in zijnen eigenen Stok, besteed.

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver, Deel 3 (van 8) · 第 349 / 455 题