Wie Muiderberg eigenlijk gesticht of aangelegd zoude hebben, daarvan
zijn geene bescheiden voorhanden: oud moet het zekerlijk zijn, uit
aanmerkinge van den reeds gemelden Giftbrief van Graave Willem van
Henegouwen, geschreven in den jaare 1324; want daarin wordt het, gelijk
wij gezien hebben, reeds gespeld.
Wat de grootte betreft, volgends de lijsten der verpondingen van den
jaare 1632, stonden er toen 34 huizen, doch honderd jaaren laater, in
1732, bedroeg dat getal niet meer dan 28 huizen; weshalven het in de
gezegde honderd jaaren, 6 huizen verminderd is; thans zijn er weder 6
minder, naamlijk slechts 22, het welk zeer ligtlijk het geval van
dergelijke, schoon bloejende, dorpjens kan worden, want die bloei
bestaat gemeenlijk in niet meer dan in eene genoegzaame broodwinning
der bewooneren, ofschoon het daarom anderen, elders woonende, niet
geraaden zij, zig aldaar met er woon te komen nederslaan, alzo zij
welligt alles wat zij nog hadden verteerd zouden hebben, aleer zij
gelegenheid kreegen om door hun toedoen den bloei des dorpjens te
vermeerderen, en derhalven zig zelven in eenen bloejenden staat te
bevinden.
Men schat het getal der inwooneren op omtrent 200, die, uitgenomen
eenige weinige Roomschgezinden, allen van den Gereformeerden Godsdienst
zijn.
Het schatbaar land onder het district van Muiderberg behoorende, wordt
begroot op niet meer dan honderd en vijftig morgen.
Een wapen heeft dit dorpjen niet.