NAAMSOORSPRONG.

Van deeze is in geene voorhanden zijnde schriften, voor zo verre ons

bekend is, iet optespooren, ook zijn onze navorschingen, ter plaatse

zelve, deezen aangaande geheel vruchtloos geweest; de lieden die het

bewoonen, zijn niet, gelijk sommigen zeggen dat zij zijn, zulke

afgetrokkenen, welke men naauwlijks tot spreeken kan krijgen; zeker,

zij brengen hun leven niet in eene zonderlinge eenzaamheid door, maar

oefenen sterke conversatie, en zijn bij uitzondering vriendlijk; er

zijn goede denkers onder hen, en ook groote liefhebbers van leezen,

gelijk er dan ook, naar evenredigheid van het plaatsjen, veele boeken

voorhanden zijn, intusschen weinige bescheiden van het dorp zelf; de

tegenwoordige staat des dorps is voords veel te oud, dan dat er

overleveringen wegens eenen vroegeren staat plaats zouden kunnen

hebben.

Niets dan, gelijk gezegd is, kunnen wij onzen leezer mededeelen van den

naamsoorsprong deezes kleinen maar aangenaamen dorpjens: zeker is het

ondertusschen, dat er in vroegere tijden nog een ander Bussem geweest

is, gelijk de naam van Oud-Bussem heden nog bewaard blijft, in eenen

aanzienlijken landhoeve, een half uur beoosten de Stad Naarden gelegen;

dit gewezene Oud-Bussem droeg in zijnen tijde ook den naam van

Hoog-Bussem; gelijk het dorpjen waarover wij thans spreeken, eigenlijk

Laag-Bussem heet; waaruit dan misschien niet zonder waarschijnelijkheid

het gevolg zoude kunnen getrokken worden, dat de beide Bussems weleer

van veel grooter aanzien zullen geweest zijn; dit echter, hoe

waarschijnelijk het ook gemaakt zoude kunnen worden, doet niets uit tot

den naamsoorsprong, deeze is en blijft even duister.

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver, Deel 3 (van 8) · 第 296 / 455 题