BIJZONDERHEDEN.

Kunnen betrokken worden, de gebouwen hier voor beschreven; voords, en

met voorkeur, de veele Hofsteden welken men er aantreft, en waarvan wij

boven reeds gesproken hebben.

De tegenwoordige bezitters of huurders dier hofsteden zijn thans de

volgende Heeren en Vrouwen: als

De Heer Blom, de Heer Meijnet.

——— ’t Hoen, ——— G. W. Dedel,

Mevrouw Hop, geb. Bicker, ——— Hilkes.

De Heer M. Alewijn, ——— Hodshon.

Mejuffrouw Dedel, ——— Statius van Rhee.

De Heer H. Hovij, ——— M. Straalman.

——— C. Zorn, ——— G. Corver Hooft.

——— Fabricius, ——— M. Backer.

Mevrouw De Leeuw, ——— Van der Wall.

De Wed. Mogge van Haamstede, ——— Schol.

De meeste deezer plaatsen komen achter aan de Gooische Heide uit, en

hebben aldaar de schoonste uitzichten, zijnde aan verscheidene Heeren

van ’s Graveland achter hunne lustplaatsen een gedeelte der gezegde

Gooische Heide uitgegeven, waarvan door hen goed bouwland is gemaakt,

waarop men vooral rogge en boekwijt, doch ook andere graane teelt: dat

een en ander vermeerdert de wandelingen en veraangenaamt het dorp,

vooral na dat door de Heeren M. Straalman en G. Corver Hooft voor twee

jaaren op de bebouwde heide een schoone breede laan van eikenboomen is

aangelegd, die zig uitstrekt van de Hilversumsche vaart tot aan den

gemeenen weg van ’s Graveland op Hilversum, en des bijna zo lang is als

de helft des dorps, zo dat nu de eene helft des dorps van alle zijden

beplant is, en door schoone laanen eene zeer aangenaame wandeling en

rijweg verschaft.

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver, Deel 3 (van 8) · 第 290 / 455 题