Der inwooneren bestaan, gelijk boven reeds aangetekend is, voornaamlijk
in het linnenbleeken, den landbouw en tuinderij; voords brengen de
menigvuldige buitenplaatsen, alhier liggende, niet weinig toe tot den
bloei van het dorp: ’t getal der linnenbleeken beloopt thans
vijf-en-twintig—voor ruim een jaar geleden werd er ook een fabriek van
vloertapijten te weeven aangelegen.
Veele ingezetenen leggen zig toe om voor eenige maanden in den zomer
een gedeelte hunner huizen te verhuuren, onder den naam van optrekken,
aan lieden van Amsteldam enz. welken geene buitens hebben, vooral aan
zulken die ongesteld, of door eene geëindigde ziekte zwak zijn, of
zwakke kinderen hebben: de lucht wordt er voor sommige ziekten en tot
herstelling van zwakken zeer goed bevonden; veele ondervinden daarvan
de beste uitwerking, doch voor teering en borstziekten wordt de lucht,
om haare fijnheid, niet zo goed gehouden.