KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.

Het eerste dat hier in aanmerking komt, is de Gereformeerde kerk: van

de Gooische of Hilversumsche zijde, en haren stand gerekend naar de

breedte of diepte des dorps, staat zij ten westen; doch van den

gemeenen weg, en de zijde der huizen te zien ten oosten, en omtrent in

’t midden van het dorp, op een zeer belommerd kerkhof: zij is wel niet

groot, maar echter zeer net gebouwd; is een kruiskerk met leiën gedekt,

en heeft een klein vierkant torentjen, met uur- en slag-werk voorzien:

van binnen heeft zij voords niets aanzienlijks, naamlijk niets

bijzonders der aantekeninge waardig; dit alleenlijk kunnen wij ’er nog

van zeggen, dat zij thans te klein is voor de Gemeente die sedert

haaren aanleg aanmerkelijk grooter is geworden.

De grond van de Kerk, van het Kerkhof en de Pastorij, is bij den aanleg

der kerk afgegeven van de hofstede Hilverbeek, die achter het gebouw

ligt.

Den 7 julij 1658, werd in de toen volbouwde kerk ’t eerst het woord

Gods gepredikt, en daar door dit Godshuis ingewijd, door twee

gedeputeerden van de Classis van Amsteldam, naamlijk Menso Johannis,

Predikant aldaar, en Johannes van Sanen, Predikant te Huizen:

vervolgends werd de predikdienst waargenomen door den Predikant en

gerecommandeerden Proponent van gemelde Classis van Amsteldam, tot dat,

op eenstemmig advis der Heeren, zo Hoofd- als Gemeene-Ingelanden, en

goedvinden van alle de Ledemaaten, door meergemelde Classis, op den 22

Sept. 1659, beroepen, en door Heeren Hoofd-Ingelanden goedgekeurd werd,

Cornelius van Midlum, die op den 2 Novemb. daar aan volgende, zijn

Leeraarswerk begon.

Er is voords te ’s Graveland geen Weeshuis, de Weezen worden bij de

burgers besteed: zie wegens de armen, bladz. 9.

De Pastorij is voor ruim 20 jaaren geheel vernieuwd, en is thans één

der schoonsten uit de Provincie Holland.

Van het Schoolhuis zoude men iet dergelijks niet kunnen zeggen—In het

school bevinden zig dagelijks, door elkander gerekend, ruim 100

kinderen, en veelen van die gaan aldaar voor rekening van eenige

weldaadige bewooneren der lustplaatsen, welken op die wijze, min

vermogende ouders, die niet van de diaconie bedeeld worden, de

huishoudelijke lasten helpen draagen.

De Lutherschen en Roomschen welken te ’s Graveland zijn, hebben op het

dorp geene vergaderplaatsen; de Roomschen gaan te Ankeveen, een klein

uur van daar, te kerk; zij behooren onder die parochie; en de

Lutherschen behooren onder de kerk van Weesp; alwaar zij echter

alleenlijk het avondmaal gaan houden, neemende voords den openbaaren

Godsdienst bij de Gereformeerden op hun dorp waar.

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver, Deel 3 (van 8) · 第 281 / 455 题