Zo weinig als van de naamsoorsprong des dorps geweten wordt, zo weinig
wordt ook geweten van deszelfs stichting; dit is zeker, gelijk uit
voorige handvesten en resolutien der oude Graaven en Hertogen blijkt,
dat Hilversum mede een oud Dorp is, en het is hoogstwaarschijnelijk dat
het zijn begin genomen heeft met herdershutten, terwijl de gelegenheid
des lands allergeschiktst was voor de schaaphoederij: deze gedachte
wordt alleraanneemelijkst gemaakt, door zekere gadering, welke hier
éénmaal ’s jaars geschiedt, onder den naam van Schotgeld, en, dat
bijzonder is, ’t geen elk betaalen moet, is uitgedrukt met zekere
tekens, ’t welk in die oude tijden voor ieder duidelijk was—wat de
grootte des Dorps betreft, de platte betimmerde grond wordt ten minsten
op 50 morgen gesteld—de bebouwde gronden welken het Dorp omringen op
800 morgen, de gemeene weiden op circa 500 morgen; voords nog
gedeeltelijk bouw- en gedeeltelijk wei land, aan onderscheidenen op
erfpacht uitgegeven, zamen min of meer 500 morgen, behalven een zeer
aanzienlijke streek, zogenaamde Maatlanden, gelegen onder de banne van
Hilversum aan de Zuiderzee, welke zonder andere bemesting, dan die
welken de zeevloeden ’s winters aanbrengen, jaarlijks aanmerkelijk
grasgewas opleveren: eindelijk zullen de onbebouwde heigronden bijna
2000 morgen uitmaaken—Het getal der huizen wordt in de verpondingslijst
van den jaare 1732 gesteld op 463. en daar dat getal op die lijst van
honderd jaaren vroeger, (1632.) slechts 146 is, en er thans reeds 500
opstaan, waarbij nog eenigen, binnen weinig tijds gebouwden, gevoegd
zullen worden, getuigt zulks van den ongemeenen bloei des dorps in de
gezegde jaaren: deeze bloei heeft het onder anderen te danken aan de
landbouwerij, waarvan wij boven reeds spraken; en die ongetwijfeld nog
vrij aanzienlijker zoude weezen, ware het niet dat het bereiden van de
heigronden ter bebouwinge, groote zwaarigheid inhadde, of liever groote
moeite en kosten vereischte, en daarom te weinig voordgezet wierd: en
wat zou het gevolg daarvan weezen? wat anders, dan dit zo heilzaame,
dat er duizende handen, welken nu, door gebrek aan arbeid, in ledigheid
verstijven, bezigheid, en de zamenleeving eene vrij meerdere
hoeveelheid van landvruchten aangeschaft zoude worden; er zoude altoos
nog genoeg heigronden, die geheel ongeschikt zijn ter bebouwinge, voor
de weiding der schaapen overblijven—de ondervinding heeft tog, ook in
deeze omtrek, geleerd, hoe de grond, wèl bearbeid en bemest, bijna
nergens geheel ondankbaar is; (zie onze beschrijving van ’s Graaveland
bladz. 15.)—Hilversum is zijnen bloei mede verschuldigd aan de
weeverijen, welken aldaar sedert langen tijde zijn geweest.
De bewooners van dit Dorp worden begroot te bestaan op agt honderd
huisgezinnen, waaronder Gereformeerden, Roomschen, Jansenisten, en
zes-en-twintig Joodschen.