De Gereformeerde kerk, die hier in de eerste plaats genoemd moet
worden, stond weleer alwaar nu het Laarder kerkhof gevonden wordt; dit
draagt nog heden den naam van ’t St. Jans kerkhof, gelijk ook de kerk
aan Joannes den dooper was toegewijd: de huislieden waren in de
Spaansche beroerten niet magtig om deeze kerk vrij te houden, van het
geboefte dat er zig dikwijls in legerde, en sterkte; des werd zij, op
last van ’s Lands Staaten, afgebroken; „en de ingezetenen,” dus luidt
het geen wij desaangaande leezen, „behielpen zig met de kapelle, die in
het dorp stond, en welke de tegenwoordige kerk is: zij was,” dus gaat
de beschrijver desaangaande voord: „in den jaare 1618, zo zeer
vervallen, dat de ingezetenen zig onmagtig vonden, om ze te herstellen,
waarom zij bij de Staaten verzochten, dat dit gebouw, voor die enkele
reize, uit ’s Lands middelen, in behoorlijken stand gebragt mogte
worden, met belofte dat zij in ’t vervolg van tijd, voor het onderhoud
zouden zorg draagen:” niettegenstaande de gezegde herstelling, vertoont
het gebouw zig zeer oud; er staat een agtkanten toren op, naar den
Gottischen bouworde ingericht; verder heeft zij, van binnen, niets
aanmerkelijks genoeg om er eenige melding van te maaken.
De Gemeente alhier, gecombineerd met die van Blaricum, wordt, gelijk
onder Blaricum reeds gezegd is, bediend door den Wel-Eerwaarden Heere
Carel Aeijelts, behoorende onder de Classis van Amsteldam: het
schoolhuis is er vrij goed.
Wat het voorgemelde kerkhof betreft, hetzelve ligt ten westen van
Laaren, naar den kant van Hilversum; het beslaat een vierkant
pleintjen, gelegen op een heuvel, en omringd van een aardene
borstweering: „de Roomschgezinden”, zegt men, „hebben er groote eerbied
voor, en vorderen dat aldaar verscheidene mirakelen zouden gebeurd
zijn, ja men wil zelfs, dat ze er nog hunne aandacht, bij wijze van
bedevaart, verrichten: veelen, zeker; verkiezen er begraven te worden:
men vindt in het opschrift van eene zerk,” dit leezen wij elders, dat
hier één hunner Pastooren begraven is.
De laatstgemelde Gemeente (de Roomsche,) heeft alhier eene zeer wèl
gebouwde Statie, die door een Wereldsch Priester bediend wordt; thans
door den Wel-Eerwaarden Heere Nicolaus van Veen.
In ons artijkel wereldlijke gebouwen, hebben wij, dit dorp betreffende,
niets aantetekenen.