GESCHIEDENIS

Van Blaricum, bevat op zig zelve niet veel bijzonders; in de Spaansche

beroerten, welken ons land zo vreeslijk geteisterd hebben, heeft het in

’t lot van geheel Gooiland gedeeld, en ’t is overbekend, hoe jammerlijk

het weerelooze landvolk moet lijden, als zij door den soldaat bezocht

worden; indedaad, de boer heeft meer dan eenig stedeling gegronde reden

om den oorlog te vervloeken.

In 1672 toen de geduchte Franschen ons land als overstroomden, heeft

Blaricum, als de overige gedeelten van Gooiland, den twist tusschen de

beheerschers der aarde moeten bezuuren; met minder gevoelige neepen, is

het in onze jongstledene beroerten vrijgekomen.

Maar zeer veel heeft dit Dorp geleden in het jaar 1696: op den 26 Maart

diens jaars, even na den middag, ontstond er in hetzelve een

allergeweldigste brand, waardoor binnen den tijd van twee uuren over de

dertig huizen benevens de Kerk en toren waren in de asch gelegd, de

zerken in de Kerk van één sprongen, en de lijken in de graven tot stof

verteerden.

Bijzonderheden zijn hier niet te bezichtigen, niettegenstaande de

alleraangenaamste ligging des dorps, een bezoek van den Landvriend

overwaardig is.

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver, Deel 3 (van 8) · 第 240 / 455 题