LIGGING,

Is anderhalf uur gaans beoosten Naarden, digt aan de Zuiderzee, wier

strand, even als te Muiderberg en elders, zeer flaauwlijk afloopt, zo

dat men bijna een half uur ver in zee zoude kunnen gaan, zonder zig

hooger dan tot den midden toe nat te maaken, welke eigenschap des

oevers in den zomer geene onaangenaame uitspanningen verschaft: (zie

onze beschrijving van Muiderberg voornoemd.)

Het dorp ligt voords alleraangenaamst, ter oorzaake dat veele van de

hooge en laage gedeelten des lands bebouwd zijn, en men er ook een

gezicht op de Zuiderzee, voornoemd, heeft; doch de huizen staan er in

geene bepaalde roojing; elk heeft er zijn bebouwden grond of akker bij,

zo dat het graan, en andere landvruchten, er als tusschen de huizen

ingroejen: bij dit dorp behoort voords eene ongemeen groote Meente,

waarvan wij, onder onze beschrijving van Laaren, breedvoerig genoeg

gesproken hebben.

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver, Deel 3 (van 8) · 第 218 / 455 题