’T voornaamste van deezen is het Stadhuis, een gebouw ’t welk het
steedjen eere aandoet, zijnde in zijne soort zeer fraai, pronkende van
binnen met eenige kunstige schilderijen; het is van buiten versierd met
een net toorentjen, waarin een klok hangt, op die wijze als men
meermaals in kleine steden vindt: men wil dat het hout tot dit gebouw
gebruikt, gehaald zoude weezen uit het zogenaamde Goojer-bosch, dat
weleer ten zuiden van het dorp Hilversum gestaan heeft: van buiten
boven den ingang pronkt het met drie wèl gehouwene beelden, vertoonende
de Gerechtigheid, aan wier rechterhand de Godsdienst, en aan de
linkerhand de Hoop staat; onder deeze beelden leest men:
GOD REGIERT AL. Anno 1601.
In de gevel staat:
IS ’T LEIJDEN IS ’T VREVGT,
DRÆGTET SOO ’T GOD VERGT.
Het oude Stadhuis, in ’t welk weleer een gruwel gepleegd werd, waarvan
wij onzen Leezer straks verslag zullen doen, dient thans voor een Waag;
voor dezelve ziet men, in drie steenen, afgebeeld, nevens bijschriften,
in rijmen van dien tijd, het treurig voorval, ’t welk wij zo even
bedoelden.
Voords zijn in Naarden twee magazijnen, waarvan het eene een zeer
schoon gebouw, en wel der bezichtiginge waardig is.
Weleer, doch in zeer veel vroeger tijd, moet Naarden ook eene
Latijnsche School gehad hebben, want de Rector daarvan heeft zig in de
Spaansche beroerten eenen naam verworven: (zie bladz 11.)
Zo in de stad als tusschen de wallen vindt men verscheidene gebouwen,
die echter niet meer dan schuuren zijn, waarin eene toerijkende
hoeveelheid van amunitie in voorraad is,