Deeze vinden wij dus beschreven.
„De Regeering der stede Muiden bestaat uit den Drossaart, die eenen
stedehouder heeft, welke door hem gekozen wordt, en tevens Officier der
stad is; wijders uit den Schout, twee Burgemeesteren en vijf Schepenen,
drie Weesmeesters en één Armmeester, welken een’ Secretaris is
toegevoegd: de Drossaart wordt door de Staaten van Holland en
Westfriesland aangesteld: het doen van den eed door deezen, werd
oudtijds met eene bijzondere plechtigheid verricht: de verkorene
Drossaart kwam te Muiden aan de brug, bij rijzende zonne onder den
blaauwen hemel, zettede zijn rechter voet in een beugel aan een grooten
witten steen vastgemaakt, en zwoer, ten overstaan van gemagtigden van
Muiden, Naarden, en de dorpen van Gooiland, Weesp, en Weesperkerspel,
in handen van voorzittende Burgemeesteren van Muiden, Naarden en Weesp,
met opzicht tot ieder van zijne bijzondere waardigheden; beloofde de
Staaten van Holland en Westfriesland gehouw en getrouw te zullen zijn;
het kasteel tot eer en dienst derzelven te bewaaren; de Steden en
Dorpen, ieder in het hunne niet te verhinderen in hunne Voorrechten,
handvesten, vaststellingen, en gewoonten; maar hen daarin te sterken,
stijven, en handhaven; den Godsdienst, zo als die tegenwoordig geoefend
wordt, mede te oefenen; Weduwen en Weezen, en andere elendigen, onder
zijn rechtsgebied behulpzaam te zullen zijn, en in hun goed recht te
beschermen, en voords in het algemeen te doen, dat een goed vroom
kastelein van Muiden en Bailluw van Gooiland, behoort en schuldig is te
houden en te doen: deeze plechtigheid,” voegt de schrijver wiens
geleide wij in deezen volgen, er bij, „is ten aanzien der twee laatste
Drossaarden niet geschied; doch de steen en de beugel wordt nog op de
aangewezen plaats gezien:”
De Drossaard is tevens Colonel over de Schutterij.
„Burgemeesteren worden jaarlijks op den 2 Februarij, door Schepenen
verkozen: Schepenen plagten van ouds zonder nominatie verkoren te
worden; zo lang er geene stadhouderlijke regeering was,” gelijk men het
noemt, „is door Schepenen en Burgemeesteren eene nominatie van tien
persoonen gemaakt, en aan de Staaten van Holland en Westfriesland,
overgeleverd, om er vijf Schepenen uittekiezen; onder de
stadhouderlijke regeering, levert de Drost de nominatie over aan den
Stadhouder: de vijf Schepenen kiezen de nieuwe Burgemeesteren, en deeze
gezamentlijk de Weesmeesteren, en de Armmeester, welke voor dat jaar de
dertien Leden der Vroedschap uitmaaken; alle de Collegiën worden door
denzelfden Secretaris bediend, die door de Staaten van Holland en
Westfriesland is aangesteld.”
Wat het opzicht over den zwaaren zeedijk, waarvan wij boven spraken,
betreft: dezelve staat volgends resolutie van de Staaten van Holland en
Westfriesland, dato 7 Mei 1678, aan een Collegie van Dijkgraaf en zeven
Hoogheemraaden met hunnen bijgevoegden Secretaris: de Dijkgraaf is de
Drost in der tijd; drie van de Hoogheemraaden worden gemagtigd door de
steden, Amsteldam, Muiden en Naarden, en één door de Schout en
Schepenen van Weesper-kerspel: deeze vier Hoog-Heemraaden, benevens de
Dijkgraaf kiezen de overigen, te weeten uit Muiden, Naarden, en Weesp,
of Weesperban, ieder één: de Secretaris wordt door het gezamentlijke
Collegie aangesteld: „Dijkgraaf en Hoogheemraaden,” leezen wij, „moeten
in den ring van deezen dijk, voor zesduizend guldens, of twaalf morgen
lands gegoed weezen.”
Men kan niet met zekerheid bepaalen hoe de beheering van deezen dijk,
in vroegeren tijde geweest is; vóór den jaare 1650 schijnen er noch
Dijkgraaf noch Hoogheemraaden geweest te zijn, daarna werd er door het
Hof een’ Dijkgraaf aangesteld.
Dijkgraaf en Hoogheemraaden, doen jaarlijks in de maand April,
schouwing over den gantschen dijk: twee uit de Hoogheemraaden, welken
hier toe, en tot alle gemeene voorvallende zaaken gemagtigd worden,
hebben het bestuur om het gebreklijke te doen herstellen bij openbaare
aanbesteedinge, aan de minst aanneemende, gelijk zij ook gelast worden,
om nategaan dat alles behoorelijk gemaakt worde, ten welken einde een
opzichter van den dijk is aangesteld, die dagelijks bij den arbeid
tegenwoordig moet weezen: de gebreken van den dijk volgends het oordeel
van gemagtigden in behoorelijke orde hersteld zijnde, wordt het volle
Collegie beschreven om aan den dijk te komen, ten einde de gemaakte
werken opteneemen, en verder te besluiten wat na tijds gelegenheid
noodig geoordeeld mogt worden.
Het Collegie van Heemraaden wordt te Amsteldam beschreven, tot het
opneemen van de rekeningen en het sluiten van de boeken.
Sedert ’s Lands Zeeweeringen van het zo zonderling als schadelijk,
paalgewormte doorknaagd is geworden, heeft men ongemeene moeite gedaan,
om deezen dijk te versterken, door het aanbrengen van vreezelijk groote
steenen aan de glojing of helling naar den zeekant toe; deeze
versterking gaat van het Muiderslot af, tot aan Muiderberg toe, het
geen den dijk niet weinig verbeterd heeft, waarvan het gemelde
schadelijk gewormte de aanleidende oorzaak mag genoemd worden, en
derhalven heeft dat zogenaamd kwaad, waartegen in de tempelen zelfs
smeekingen naar den Hemel gezonden werden, in dit geval, en in andere
gevallen meer, tot een zegen verstrekt.
Het bovengemelde Collegie heeft ook opzicht op de groote sluis, waarvan
wij reeds gesproken hebben.
Het Collegie van Commissarissen van het zandpad, tusschen Amsteldam,
Muiden, Naarden, en Weesp, bestaande uit gedeputeerden van gemelde
steden, hebben om de vier jaaren hunne zittingsbeurt te Muiden, tot het
doen opneemen en sluiten van de boeken.