WERELDLIJKE GEBOUWEN.

Behoort het slot, boven reeds genoemd, zijnde hetzelve zonder

tegenspraak het voornaamste gebouw der stad, gelijk het ook voor een

der voornaamste gebouwen van Holland mag gehouden worden: Melis Stoke,

verhaalt ons dat het gesticht is door Graaf Floris den Vijfden, het

rampzalig slagtoffer der vroege staatsverschillen, waardoor Nederland

reeds in zijn begin geschokt is geworden, en die van tijd tot tijd door

anderen vervangen zijn, ja zelfs tot op den tijd dien wij beleefd

hebben, nog voordduurden, en gave God dat zij nog heden geheel gesmoord

waren!—de tijd der stichting van het slot stelt men te zijn omtrent den

jaare 1290.

Het zwaare gebouw rust op sterke gewelven, is rondsom met een gracht

omvangen, en pronkt van buiten, met vier stevige ronde torens, een van

welken voor eene gevangenis van misdadigers, of gyzelplaats voor

minschuldigen gebruikt wordt: ’t heeft ook een sterke poort, een ruim

binnenplein, en veele vertrekken, waaronder die vrij aanzienlijk zijn;

(zie nader van dit slot onder het artijkel der bijzonderheden van

Muiden:) oudtijds hadden de Drossaarden van Muiden op dit slot hun

verblijf, waardoor zij den naam van Castelein verkregen hebben, doch

zij zijn tegenwoordig niet verpligt er op te woonen, gelijk zij het dan

ook meest voor een zomerverblijf houden: het wordt bewaard door een

burgerman met zijn huishouden; dat des zomers aanmerkelijk voordeel

trekt uit de giften der vreemdelingen, en inborelingen, onder welken

laatsten voornaamlijk de Amsteldammers te tellen zijn, welken het slot

komen bezichtigen.

„Vóór de laatste verbeteringen der vestingwerken,” leezen wij

desaangaande verder: „waren de aardene wallen van dit kasteel of slot,

met twee reien boomen beplant, die toen werden uitgerooid, gelijk mede

voor het grootst gedeelte de tuinen, doch naderhand zijn de wallen

weder beplant geworden.”

Voor de brug van het slot is een Corps-de-garde gebouwd.

Veel deels heeft dit beroemde gebouw in de lotgevallen van Nederland

gehad; voornaamlijk, en dit spreekt van zelf, voor zo verre de stad

Muiden zelve betreft: bijzonderlijk is het door de Kennemers, die

opgekomen waren om den dood van Graaf Floris den Vyfden te wreeken,

belegerd, en ook in hunne handen gevallen.

Zeer beroemd is dit gebouw geworden door de schriften van den

onvergelijkelijken Drost, P. C. Hooft, die hij op hetzelve vervaardigd

heeft.

Het Stadhuis is zekerlijk dien naam naauwlijks waardig; het is echter

voorzien van een torentjen, maar zeer klein: in hetzelve hangt een

klokjen, ’t welk bij het afleezen van vonnissen of openbaare

afkondigingen geluid wordt; voor het gebouw staat een uitstek of soort

van balcon, met een hek er rondom; het pronkt tevens met het beeld der

Gerechtigheid, tusschen twee leeuwen, houdende het wapen der stad, en

dat van Holland—anderen willen dat de twee leeuwen, twee meerminnen

zijn, tot plaatsing van welken aanleiding zoude gegeven hebben, het

vangen van zulk een wezen, door de visschers van Muiden, wanneer, wordt

niet gezegd: deeze Meermin zoude als eene Waterprofetesse gezegd

hebben: Muden zal Muden bliven, Muden sal noit becliven: als er eenig

ongeval in de stad ontstaat, wordt deeze Prophetie door de inwooners

nog wel eens herdacht, en herhaald.

Onder de Wereldlijke Gebouwen van Muiden behoort ook de Waag, ofschoon

dezelve almede niet veel vertoning maakt, en bijna van geheel geen

gebruik is: zij staat benevens de sluis, en dient ook tot een wachthuis

voor de burgerij.

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver, Deel 3 (van 8) · 第 191 / 455 题