WERELDLIJKE REGEERING.

In 1731 werd de waardigheid van Ambachtsheer bekleed door den Heer

Wilhelmus Hogerwaard, Heere van Valkenstein, die het Ambacht toen uit

de Graaflijkheids Domeinen voor een somma van ƒ 6600:-: kocht: in 1766

kwam zij aan den Heere Mr. Paulus Abraham Gilles, ten dien tijde

Secretaris van den Raad van Staaten der Vereenigde Nederlanden, den

welke in den jaare 1792 overleed, en is de Heerlijkheid op de Wel-Edele

Geb. Vrouwe Mevrouwe Brigitta Susanna Jacoba Lups, geboren van Dam,

gedevolveerd.

Ter eerster aanleg worden de civile zaaken afgedaan door den Schout,

zijnde thans de Heer Jan van Wickevoort Crommelin, die er ook het amt

van Secretaris bekleedt, en vijf Schepenen; het eene jaar gaan

gewoonlijk twee en het andere jaar drie van dezelve af; doch sustineert

de Ambachtsheer of Vrouwe Schepens te continueren of minder getal af te

laaten gaan, zo staat zulks aan hun goedvinden, en worden de aankomende

door den Ambachtsheer of Vrouwe, uit een nominatie van een dubbel getal

door Schepenen te maaken, ten overstaan van den Schout, geëligeerd;

hetgeen mede plaats grijpt ten aanzien van de Kerkmeesteren, waarvan

altoos één van Waverveen en één van Waveren Botsholl fungeert, als ook

van de Gereformeerde en Roomsche Buiten armmeesteren, alle welke

bedieningen in een dubbeld getal genomineerd, en op voorgemelde wijze

geëligeerd of gecontinueerd worden: de Ambachtsheeren of Vrouwen hebben

daarenboven de aanstellinge van Schout, Secretaris, een Hoogheemraad

van Amstelland, alsmede van de Ronde veensche bepoldering; de Bode,

Koster, Voorleezer, Schoolmeester, Doodgraaver, Eiker, de Veerschipper

op Amsteldam, en de Nachtwacht.

Bij vacature van den Predikant worden, na voorgaande bekomene

handopening van den Ambachtsheere of Vrouwe, door den Kerkenraad vier

persoonen genomineerd, en de beroeping daaruit gedaan bij de

mans-ledematen, waarvan de approbatie of improbatie door den

Ambachtsheere of Vrouwe wordt gedaan.

In het crimineele moeten de ingezeetenen van Waverveen te recht staan

voor Schepenen van Ouderkerk.

De zaaken der onderscheidene Polders van Waverveen, Waveren Botsholl en

Ruigewilnisse, werden bevoorens door een algemeen bestuur beheerd: in

1643, naamlijk, werd tusschen de Poldermeesteren en Ingelanden met de

bijzondere Gerechten overeengekomen, dat de Regeering van de gemeene

Polders, toen begroot op 1600 morgen, zouden gesteld en gelaten worden

onder het beleid van vijf Hoofd-ingelanden, waarop goedkeuring bij

willige condemnatie van den Hove van Holland verzocht werd; echter is

eenigen tijd daarna, door omstandigheden die plaats hadden, deeze

conventie niet meer in gebruik gebleeven, en wel bijzonder sedert 1674,

wanneer niet alleen door de polders van Waverveen, Waveren enz. maar

ook door de stichtsche polders een request aan de Heeren Staaten van

Holland en Westfriesland werd gepresenteerd, waarbij te kennen werd

gegeven, dat door de invasie van de Franschen in 1672, en om te

beletten dat dezelve niet verder in deeze Landen zouden avanceren, alle

de bovengemelde polders doorgestoken en onderwater gezet waren, en alzo

geen raad wisten dezelve polders wederom droog te krijgen, dan alle

dezelve te besluiten in eene gemeene Ringkade; waartoe zij van Hun Ed.

Groot Mog. octroi verzogten, hetwelk op den 23 Januarij 1674 ook is

geobtineerd: en werden de respective polders sedert gederigeerd, als:

de Gemeene of beoosten Bijleveldsche polder, door den Schout en twee

Poldermeesteren, als een uit de Hoofd-ingelanden van Waverveen, en de

andere uit die van Waveren Botsholl, door den Ambachtsheere of Vrouwe,

uit een dubbeld getal geëligeerd: deeze voeren den tijtel van Dijkgraaf

en Heemraaden.

De Hoflandsche polder, als zeer klein en weinig omslags daarbij zijnde,

wordt door den Schout als Administrateur beheerd: en de polder Benoorde

de Zuwe, mede voor zo veel Waverveen aangaat, door den Schout en één

Poldermeester uit de Hoofdingelanden, als hier voor gemeld geëligeerd,

waargenomen.

De Diaconie, zo wel als de buiten, het zij Gereformeerde of Roomsche,

armen, worden besteed, of er worden huisjens voor gehuurd waarin zij

geplaatst en verzorgd worden.

Dan ten aanzien van de genoemde buiten-armen, staat aantemerken, dat

bij publique verkoop van vaste goederen, één duit van den gulden, ten

hunnen behoeven wordt betaald, gelijk ook wanneer het een of ander

geschenk aan den armen wordt gegeven, zonder bepalinge daarbij aan

welken, dit een en ander altoos half voor de Gereformeerde en half voor

de Roomsche armen verdeeld wordt.

Weesmeesteren worden in deeze Ambachtsheerelijkheden niet aangesteld:

de Weezen wier ouderen zonder uitersten wille gestorven zijn, worden

door Schout en Gerechte, die de plaats van Weesmeesteren vervangen,

verzorgd, en zo er door de Ouders een testament gemaakt is, vindt men

in hetzelve hunne begeerte wegens ’t verzorgen hunner kinderen

voorgeschreven.

Voorrechten hebben die van Waverveen niet, ook is ons niet bericht dat

zij onder bijzondere verpligtingen liggen.

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver, Deel 3 (van 8) · 第 160 / 455 题