REISGELEGENHEDEN,

Om zodanig eens te noemen de gelegenheden die in deeze Meir gevonden

worden, om in dezelve, en van daar naar elders te komen: die

gelegenheden zijn de toegangen reeds gemeld; behalven deezen, ligt digt

bij het tolhek op den Outewaaler weg nog een pad dat op den hoogendijk

nabij Zeeburg uitkomt; op gemelden weg is ook nog een pad, waarmede men

op den Weesperweg komt: met de gewoone Muider- en Weesper-schuiten kan

men ook van Amsteldam naar de Schulpbrug, of van daar derwaards vaaren:

aan gemelde brug, in de ringsloot, vindt men des zomers zondags en

maandags, gemeenlijk ook nog een zogenaamd Ossemarkts jagtjen, waarmede

men voor één stuiver de persoon, naar de stad vaart; de Utrechtsche weg

opgewandeld zijnde, tot over den ringdijk, wordt men voor vier duiten

de persoon, ook over de Amstel gevaaren.

Aan het tolhek vaart ook een geregelde veerschuit naar Amsteldam, des

zomers maandag, woensdag en vrijdag, ’s morgens vroeg, en van daar te

rug, op dezelfde dagen, ’s middags ten 12 uure: des winters vaart deeze

schuit alleenlijk maandags en vrijdags.

Toen de Maliebaan nog in stand en bloei was, reed des zondags en

maandags, van even buiten den Muiderpoort, eene soort van Post- of

zogenaamde Bolder-wagen, naar gezegde baan, en terug; dit was een veer,

doch zonder bepaalde uuren; de vracht voor ieder persoon was 2½

stuiver: sedert het vervallen der Maliebaan is dit veer ook te niet

geraakt.

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver, Deel 3 (van 8) · 第 148 / 455 题