DIEMEN, dat om GYSBRECHT’s wraakzucht,
onder ’t jok der Graaven kwam,
Vaak een prooi van vuur en water,
dikwyls ook van de Oorlogsvlam;
DIEMEN mag nog, hoe ’t moest lyden,
Door schoonheid en door trouw, ’t Batavisch hart verblyden.
Onder de Nederlandsche dorpen, zijn er zekerlijk maar weinig van
welken, naar evenredigheid der grootte, zo veel kan gezegd worden,
(ofschoon er bij anderen bijzonder weinig van gezegd zij,) als van dit
vermaaklijk dorp; de inhoud der volgende bladzijden zal onze Leezers
daarvan ten vollen overtuigen; zij zijn, als ik, denzelven verschuldigd
aan de vriendlijkste mededeeling, die zekerlijk de ongeveinsdste
erkentelijkheid vordert.