DE BULLEWIJK,

Die onderscheiden wordt in de Binnen- en Buiten-Bullewijk.

Hier strekt zig de ban van Ouder-Amstel uit tot aan het tolhuisjen bij

de Abcouder meir, welker bewooners nog onder het opzicht van den

Predikant van Ouderkerk staan.

De beide deelen van de Bullewijk liggen zeer vermaaklijk ter

wederzijden van de ongemeen schoone rivier de Amstel, en aan het water,

Bullewijk genoemd; de Binnen-Bullewijk is voor een gedeelte een rijweg,

met eenige buitenplaatsen vercierd, als Hoofdenburg, Kerkzicht, enz.;

zij strekt zig uit tot aan de Abcouder meir: de Buiten-Bullewijk ligt

in de polder de Ronde hoep, als mede de Rijke Waver, en de Waardhuizen,

welke polder begroot wordt op 1526 morgen, en 472 roeden gronds: men

wil, dat dezelve van ouds eene bosschaadje zoude geweest zijn, die

afgekapt en tot land gemaakt is; voords stellen onze ingewonnene

berichten het voor niet onmogelijk, dat die landen eertijds van

slechten aart geweest zijn; dat men er daarom bullen op geweid heeft,

en dat daarvan het gehucht de Bullewijk zijnen naam zoude ontleend

hebben: wat betreft dat de polder voorheen een bosch zoude geweest

zijn, daarvan geeft men, niet ongepast, ten bewijze, dat de landlieden

aldaar nog jaarlijks boomwortels uit den grond haalen, die telkens naar

boven werken: thans is de Ronde Hoep één der beste polders; niet alleen

wegens het land dat zeer goed voor het melkvee is, maar ook wegens de

schoone bedijking die rondsom de polder ligt: zij heeft drie

watermolens, welken het overtollige polderwater in den Amstel

overmaalen: het getal der huizen, onder de geheele Bullewijk betrokken

zijnde, kunnen wij niet bepaalen.

Met de bestuuring en verzorging van Weezen en Armen gaat het hier als

in de voorgemelde buurten onder deeze banne behoorende; de inwooners

zijn voor het grootste gedeelte den Roomschen Godsdienst toegedaan,

gelijk zij er dan ook een zeer goede en zelfs aanzienlijke statie

hebben, een quartier uurs van het dorp gelegen, die bediend wordt door

den Wel-Eerwaarden Heere Hyronimius van der Dorp, behoorende onder het

Aartspriesterdom van Holland: de Gereformeerden, welken onder hun

gevonden worden, moeten te Ouderkerk te kerk gaan, gelijk de

Roomschgezinden in dat Dorp in de Bullewijk behooren: de kinderen uit

dat gehucht gaan ook te Ouderkerk voornoemd, school.

De bewooners van de Bullewijk geneeren zig voornaamlijk met de

melkerij, waartoe, gelijk gezegd is, de landen aldaar zeer geschikt

zijn.

De Jooden hebben hier een groot kerkhof; zie onze beschrijving van

Ouderkerk.

Herbergen worden er geene anderen gevonden, dan de Voetangel [7],

alwaar men ook de reisgelegenheid van de passeerende Utrechtsche schuit

van en naar Amsteldam en Utrecht heeft.

Rechtuit over den Voetangel voornoemd gaande, heeft men een rij- en

gaan-weg, langs den Amstel, naar Abcoude: maar den Voetangel aan de

linkerhand, begint de

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver, Deel 3 (van 8) · 第 79 / 455 题